Beschrijving

Recensie

Albert Hagenaars
Geert Briers (1964) zit in het boekenvak en is dichter. In zijn derde bundel bezingt hij de liefde met verve en komt hij met pure lyriek. Er staan slechts elf gedichten in, maar die bestrijken soms wel meerdere pagina’s. Over het algemeen overheerst de uitbundigheid: 'mijn vrouw mijn eiland / tezamen wijland / waar we grazen en elkaar herkauwen'. Wijland is niet alleen 'weiland' maar tevens 'land van wij' en 'gewijd land'. Helaas weet de dichter geen maat te houden en ontsporen de beelden telkens, bijvoorbeeld in het vervolg op voorgaande regels: 'profiterollen in de modder / met opengesperde monden / ons laven aan de geilste stortbuien'. Zo wisselen aandachtig verwoorde fragmenten en bombast elkaar steeds af. Vijf grafici maakten werk bij deze poëzie, variërend van één prent tot een complete strip. Nadelig is dat de afbeeldingen niet naast de gedichten staan maar bij elkaar achteraan. Je moet dus flink bladeren als je wilt vergelijken. Jammer, temeer omdat de grafiek een hoger gemiddeld niveau kent! De bijdragen van Jan Bosschaert, Aimée de Jongh en Wauter Mannaert spreken het meest aan.
© NBD Biblion