Beschrijving

Recensie

Poëzie is een knar

Janita Monna, 10 november 2018

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

 

Over wat poëzie nu eigenlijk is zal het laatste woord wel nooit zijn gezegd. Is het de vorm die een gedicht maakt, het rijm, de witregels? Geeft poëzie woorden aan dat wat onzegbaar is?

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert voegt er een tamelijk raadselachtige omschrijving aan toe: Poëzie zou een 'knar' zijn. Ik fronste ook even mijn wenkbrauwen toen ik dat las. Ghyssaert, tevens musicus, draait al een flinke tijd mee in de letteren, kreeg prijzen voor zijn werk, en een van zijn meer recente bundels, 'Ezelskaakbeen' (2011) ontving een nominatie voor de VSB Poëzieprijs.

De 'knar' duikt op in zijn nieuwe bundel 'Laiwarikon'. In het openingsgedicht, dat - over vorm gesproken - weliswaar witregels telt, maar verder dicht aanleunt tegen proza. En dan nog is ie er maar even. De stem die in dit gedicht spreekt baant zich een weg door het stadse leven. Hij klinkt wat geërgerd. "Je houdt er niet van als mensen je voor de voeten lopen." Hij poogt te achterhalen wat hem in de weg loopt, en dan gebeurt er dit: "Maar dat vreselijke vehikel van het knardom draait zich naar je om (want je hebt inmiddels besloten dat slechts een knar je hier voor de voeten zou willen lopen), en in die draaibeweging gaat de wereld fluisteren en flonkeren en kreunen, en in jou verzamelen zich de woorden, de schitterende, nutteloze verzamelingen, elk woord een nirwana, dat niets meer hoeft dan zichzelf te zijn."

In dat ene vluchtige moment, daar ergens houdt zich de poëzie op. Ghyssaert komt er vaker op terug in het veelstemmige amalgaam dat deze bundel is.

Hij praat, zingt, liedjes worden afgewisseld met bijna sprookjesachtige gedichten. Meer dan eens wordt, als een mantra haast, deze regel en variaties daarop herhaald: "Woorden zijn dieren dieren / noden ons hen te volgen / naar hutten van droom".

Het woordenspoor leidt naar uiteenlopende gebieden. Naar de ijsbaan waar weelderige beelden gedrapeerd worden rond een schaatsend meisje: "kan ze als Sonja Henie / als een nevel om / haar as draaiend verdwijnen?" Langs een overleden moeder, over wie het laconiek maar ook troostend klinkt: "De vraag is: wat wil je worden / nu je niet meer bent? / Een ademing over gletsjerijs?" Ook wat er niet meer is, blijft ergens aanwezig, lijkt Ghyssaert te zeggen. Ook wat verdwijnt laat iets achter.

Het spoor komt uit op een atol waar in een 'afstands museumpje' een stem klinkt: Laiwarikon, een wezen van mythische proporties. De dichter? Zijn zang verleidt, als een sirene, maar eenmaal dichterbij verflauwt de stem. Hij laat zich niet vangen, net zomin als Ghyssaerts werk dat doet: "Je begrip zou kleverige vernedering zijn." Maar het loont de moeite de woorden te volgen en de onvermoede plekken waar ze naartoe leiden te ervaren.

Atlas Contact; 86 blz. € 19,99.

 

10 november 2018© Trouw82