Beschrijving

Recensie

Dick Welsink
De inhoud van dit bundeltje kroegverzen stemt in dubbel opzicht droef: in de eerste plaats blijkt het in het café zo'n door en door treurige bedoening te wezen dat je je in gemoede kunt afvragen wat mensen daar nog te zoeken hebben, maar erger is dat het meesterschap over inhoud en vorm de dichter als het ware onder invloed van de alcohol langzaam dreigt te ontglippen, ook al heeft het drankgebruik hem het inmiddels reeds klassiek geworden vers Filosofie opgeleverd: "Ik ken het klappen van de zweep, / ik ken de regels van het spel, / ik ken de zin van het bestaan, / maar als ik drink dan gaat het wel." Eén gedicht kan echter geen bundel redden, waaraan misschien alleen voor de doorgewinterde alcoholicus, die in de beverige lijntekeningetjes zijn eigen waarnemingen herkent, nog enig plezier te beleven valt.
© NBD Biblion