Beschrijving

Recensie

Keto Stiefcommando bezingt westerse helden

Janita Monna, 09 maart 2019

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Sommigen kennen hem misschien nog, 'Keto Stiefcommando'. Hij betrad het toneel in 'Daedalia', de vorige dichtbundel van Tomas Lieske. Een figuur met messiaanse trekken, net als Jezus opgestaan uit de dood. Leider van een troep 'klonkies', Parijse illegalen, dronkaards, zwervers.

Hij is terug, in het gelijknamige 'Keto Stiefcommando'. En hij heeft een plan. Inspiratie daarvoor vond hij bij de 'tijdschriftensjouwer' die ook voorkwam in 'Daedalia' en die een baal oude kranten en magazines met zich meesleepte. Keto's idee: hij en zijn 'bijzondere troeppie' - ze hebben namen als 'Hercuul', 'Merci Merci', 'Damn Good Memory' - gaan artikelen en foto's uit die bladen halen, stukken over figuren rijp en groen uit de westerse geschiedenis. Over de kindertijd van die figuren worden gedichten geschreven, zo wordt 'blanke geest uit het verleden' tot een geest die de verschoppelingen beschermt. 'Zingend, dansend, (...) achter vuilniswagens aan door Parijs' zullen de helden vervolgens naar de basiliek Saint-Dénis gedragen worden - een Afrikaanse held zou daar ooit zijn begraven, Keto zingt zíjn verhaal.

Een op het eerste gehoor uitzinnig plan, gekunsteld misschien, maar in handen van Lieske wordt het dat nergens. De gedichten over Mozart en Robespierre, Eiffel en Alan Turing, Lyndon B Johnson, Alice van Lewis Carroll, Francis Bacon en vele, vele anderen, bekend en minder bekend, worden steeds 'ingeleid' door een van de verschoppelingen. Een droevig vers van de Afrikaanse vrouw Merci Merci, over hoe jonge kinderen uit Afrika worden losgetrokken om naar Europa te gaan, en daar in een woning op de zoveelste etage een 'grondeloos besef van eenzaamheid' ervaren, staat naast een gedicht over Hildegard van Bingen. De mystica en componiste die als klein kind het klooster in ging, 'zware, inktzwarte deuren door'.

Hercuul, zwerver uit Mali, bezingt de jonge koning Richard II (1367-1400) en de vijandigheden tussen Engeland en Frankrijk destijds. Hij eindigt met een sneer naar de actualiteit: 'En hoezo inburgeren? Wie de ander doodslaat mag door naar de volgende cursus. Dat waren toen de regels.' Onnadrukkelijk worden verbanden gelegd: gelach om de tijdschriftenman op straat wordt gevolgd door een gedicht over Groucho Marx. Als om te zeggen: zoveel verschillen al die levens niet.

De straten ('Boul Sébas') waarlangs de optocht voert, bestaan, net als 'supermarkt Goa' of restaurant 'Frog& Rosbif'. De souplesse waarmee Lieske werkelijkheid en verbeelding, heden en verleden vervlecht, het is bijna magisch.

Grenzen bestaan niet, ook niet in vorm en 'Keto Stiefcommando' is opnieuw een amalgaam van poëzie, proza en theatrale elementen. En Lieske geeft het 'troeppie' een eigen taal: zoals de Afrikanen op wie Hercuul, Merci Merci en de anderen zijn gebaseerd hun vorm van het Frans hebben, zo mengt de dichter Afrikaanse woorden en zinnetjes door het Nederlands. De tijdschriftenman is dan niet raar in zijn hoofd, het blijkt 'dat sy swaailiggie uit elkaar was geknald'.

De werkelijkheid heeft kunst nodig. Als er een dichter is die dat bewijst, dan Lieske.

Querido; 112 blz, € 17,99.

09 maart 2019© Trouw84