Beschrijving

Satyricon

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Athenaeum in
Samenvatting
Vertaling van de overgebleven fragmenten van de klassieke schelmenroman.

Recensie

Th. van der Paardt.
Volgens sommige literatuurhistorici is de roman pas in de 18e eeuw ontstaan. Men neemt tegenwoordig aan dat er antieke romans geweest zijn, waaronder tegenhangers van de moderne 'kioskroman'. Een parodie hierop wilde Nero's hoveling Petronius geven met zijn Satyrikon, d.w.z. 'roman uit het land der satyrs'. Er zijn slechts fragmenten bewaard gebleven, maar de globale inhoud is duidelijk genoeg. Petronius heeft kennelijk het stereotiepe liefdespaar vervangen door een verdorven driemanschap: Encolpius (hoofdpersoon en verteller), de student Ascyltos en het jongetje Giton. Ascyltos maakt later plaats voor de zanger/dichter Eumolpus. De lezer maakt in deze roman kennis met de zelfkant van de Romeinse samenleving uit de eerste eeuw. Ook de taal is allesbehalve verheven; waar hij dat wel is, beoogt Petronius bepaalde effecten. Duidelijk moge zijn dat het vertalen van deze roman hoge eisen stelt. Daaraan heeft de Amsterdamse latinist A.D. Leeman ruimschoots voldaan. Zijn bijzonder geslaagde vertaling, voor het eerst verschenen in 1966, is hier herdrukt naar de gewijzigde tekst van 1972. Bevat een korte inleiding en verbindende tekst tussen de fragmenten. Zie ook andere editie.
© NBD Biblion
De roman Satyrica van de Romeinse auteur Petronius is uniek in de antieke literatuur. Deze zgn. schelmenroman, werd onder het brede publiek beter bekend door de controversiële film 'Satyricon' van Fellini uit 1969. Het verhaal beschrijft de avonturen van een zekere Encolpius en zijn vriendje Giton en speelt zich af in het Romeinse Italië ten tijde van keizer Nero. Petronius, volgens de overlevering opperceremoniemeester aan het keizerlijk hof, behoorde wellicht zelf tot de intieme vriendenkring van deze keizer. Maar in zijn werk slaagt hij erin een schaamteloos, obsceen en levendig beeld op te hangen van de onderlaag van de Romeinse maatschappij. Zijn portret van een allegaartje pseudo-intellectuelen, oude snoepers, profiteurs en prostituées is niet alleen inhoudelijk belangrijk voor ons inzicht in de alledaagse Romeinse geschiedenis, maar ook taalkundig, door het gebruik van karakteristieke uitdrukkingen en eigenaardigheden uit de volkstaal, waarover wij in het algemeen weinig weten.

Een vertaling van dit werk is geen sinecure. De taal van Petronius zit zo vol woordspelingen, suggesties en grappen, dat onze Nederlandse taal hoe dan ook tekort schiet. Bovendien is het werk slechts fragmentarisch bewaard en is het dus vaak moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, de verhaallijn te volgen. Vincent Hunink, docent aan de universiteit van Nijmegen en gewaardeerd vertaler binnen de klassieke wereld en daarbuiten, ging de uitdaging aan. Op zijn naam staat onder meer al de vertaling van Apuleius' Metamorfosen, die andere bekende Romeinse roman. Zijn vertaling van Petronius is bedoeld als opvolger van de baanbrekende vertaling van A.D. Leeman uit 1966, die ondanks verschillende, herziene herdrukken na dertig jaar aan vernieuwing toe was. Hunink spreekt vol lof over het werk van zijn voorganger en geeft ook toe van diens werk dankbaar gebruik te hebben gemaakt. Grote verschil is dat Hunink alles heeft vertaald, en dus met zijn werk voor het eerst aanspraak kan maken op de titel van onverkorte uitgave van Petronius' Satyricon. Leeman liet wel eens een 'saai' stuk weg (het lange gedicht over de Burgeroorlog bv.), waar Huninck de lezer geen enkel bewaard fragment wil ontzeggen om eenieder de ruimte te laten om zelf te oordelen. Ook Leemans bindteksten, die sterk sturend waren en soms zelfs moraliserend van toon, laat Hunink achterwege om de vrijheid van interpretatie bij de lezer te optimaliseren. De rode draad van het verhaal vat de vertaler achteraan de roman samen. Hunink heeft bij zijn interpretatie van de tekst ook rekening kunnen houden met de laatste inzichten van het wetenschappelijk onderzoek, o.a. wat betreft Latijnse seksuele terminologie en verteltechniek.

Uiteraard legt hij in zijn vertaling soms ook andere accenten dan zijn voorganger. In zijn verantwoording achteraf vermeldt Hunink terecht dat zijn stijl dichter bij het Latijn ligt, vooral in woordvolgorde en hij het Latijn getrouwer, vaak strakker, weergeeft, zonder aan levendigheid in te boeten. Sommige passages zijn wegens hun verheven stijl moeilijk leesbaar, maar ook dat is een poging tot getrouwe weergave van de stijlkenmerken van het origineel. Hoogtepunt van het boek blijft het bekende feestmaal van Trimalchio, de enige langere episode van Petronius' werk die in haar geheel bewaard is gebleven. Bij de steenrijke vrijgelatene Trimalchio, die het naar zijn eigen idee volledig gemaakt heeft en pocht zonder zijn gebrek aan cultuur en verfijning te kunnen verbergen, wisselen decadente gerechten en vulgaire gesprekken zich in snel tempo af. Puur amusement voor de lezer; wellicht ook voor de vertaler.

[Katrien Vanacker]
Copyright (c) Vlabin-VBC20071231http://www.deleeswolf.be