Beschrijving

Soldaten huilen niet : een leven in Charlestown

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Leopold in
Samenvatting
Quentin (ik-figuur), neefje van Virginia Woolf, groeit op in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Nadat zijn broer Julian een familiegeheim heeft ontdekt, vertrekt hij om mee te vechten in de Spaanse Burgeroorlog. Vanaf ca. 15 jaar.

Recensie

Soldaten huilen niet

Annie Beullens, 22 januari 2015
Dit boek gaat over Julian en Quintin Bell, de zonen van Vanessa Bell, schilder. Zij is de zus van Virginia Woolf. Het gaat ook over de entourage van deze twee zussen, bekend onder de naam 'Bloomsbury Groep'. Het verhaal speelt zich af tussen 1925 en 1937 in Londen en op het platteland in de omgeving. Julian is 21 jaar als het verhaal in 1937 eindigt, de zogenaamde auteur en ik-figuur is zijn jongere broer Quentin, dan achttien jaar.
Het begint met het einde, als Julian zich opgeeft om als vrijwilliger te gaan vechten tegen Franco in de Spaanse burgeroorlog. Met dit verhaal doet Quentin wat hij beloofde, namelijk een boek over Julian te schrijven. Het begin is sterk: 'Avonturiers brengen het verder in het leven,' zei Julian. 'Maar schrijvers leven langer. Als jij eerder doodgaat, zal ik een boek over je schrijven,' zei ik. 'Als jij eerder doodgaat, heb ik geen broer meer,' zei Julian. Meteen weet de lezer dat het niet goed afloopt met Julian.
In een flashback die teruggaat tot 1925 vertelt Quentin over het reilen en zeilen in hun familie. De jongens groeien op in een buitenhuis op het platteland in een milieu van schilders, schrijvers, uitgevers ... Volwassenen, homo's en hetero's, hebben wisselende relaties. Geen gespreksonderwerp is taboe. En aan onderwerpen is er geen gebrek in de woelige tijden tussen de twee wereldoorlogen: fascisme, communisme, anarchisme, financiële crisis, werkloosheid ... De basisovertuiging van de Bloomsbury-groep is pacifisme. Hun vader geeft de jongens volgende raad: 'Ga altijd je eigen weg, blijf nadenken. Loop nooit zomaar achter een massa aan.'
Tot hun dertien jaar krijgen de Bell-kinderen huisonderwijs. Wanneer ze naar school gaan, brengt dat een verwijdering tussen de broers teweeg. Julian gaat meer en meer sympatiseren met het communisme; hij wordt er zelfs heel fanatiek in.  Quentin legt zich meer en meer toe op het schrijven. Hij wordt daarbij begeleid door tante Virginia.
Het verhaal gaat steeds minder over Julian en wordt meer autobiografisch: dat van Quentin zelf. Even komt Julian nog dramatisch in beeld. Hij heeft namelijk ontdekt dat zijn moeder en haar vriend een geheim hebben. Dat geheim betreft de jongere zus van de jongens. Julian is zo boos over 'het verraad' dat hij bijna breekt met zijn familie. We zijn dan al in 1936.
In 1937 gaat Julian met zijn vader naar de Wereldtentoonstelling in Parijs en meer bepaald om het doek 'Guernica' van Picasso te bekijken. Door de discussies met Julian gaat Quentin zich ook vragen stellen. Hij praat met tante Virginia over fascisten. Zij toont het verschil in methode aan tussen twee fascistische leiders: Hitler is een bange man, bang voor wat schrijvers die het niet met hem eens zijn te vertellen hebben, anders zou hij hun werk niet laten verbranden. Maar Mussolini is sluw. Boeken die hem niet bevallen zwijgt hij dood, en de fascistische boeken beveelt hij van harte aan. Zo vergiftigt hij de geest van de Italianen. (p. 228)
Na hun terugkeer uit Parijs is Julian vastbesloten, hij meldt zich als vrijwilliger voor de Spaanse burgeroorlog. Bij zijn afscheid suggereert hij de titel voor Quentin's boek: 'Soldaten huilen niet'.
Er komen twee brieven van Julian en dan is er telefoon op een zondagmorgen. Rindert Kromhout beschrijft pakkend de gevoelens van Quentin (p. 244-245).
In een nawoord wordt informatie gegeven over de Bloomsbury-groep en over de echte Quentin Bell. Die leefde tussen 1910 en 1996. De schrijver heeft de geboorte en sterfdata naar zijn hand gezet.
Dit is een interessant boek over een boeiende familie. Het heeft heel veel sterke momenten maar soms is de boodschap iets te nadrukkelijk en te lang en zoals al vermeld: het boek gaat meer over Quentin dan over Julian. 
22 januari 2015© Pluizer265http://www.pluizer.be

Soldaten huilen niet

Tanja Maes, 27 juni 2018

Dit boek past in het rijtje van ‘April is de wreedste maand’ en ‘Vertel me wie wij waren’. De omkadering in deze boeken is telkens dezelfde: de verhalen zijn gebaseerd op echte feiten en personen. Quentin, Julian en Angelica zijn de kinderen van de kunstenares Vanessa Bell, die op haar beurt de zus is van Virginia Woolf. Hun vrienden worden de Bloomsbury Group genoemd, een bonte mengeling van kunstenaars die in 1920 – 1930 in Engeland woonden.



In dit boek verhaalt Quentin voornamelijk over zijn oudere broer Julian. Ook hier krijgen we weer uitgebreide beschrijvingen van het prachtige Charleston, hun huis op het Engelse platteland. Julian beslist in 1937, als hij 21 jaar oud is, om zich als communist aan te sluiten bij de Internationale Brigades. Hij wil gaan vechten in de Spaanse Burgeroorlog. Aan die beslissing gaan een slordige twaalf jaar vooraf, die Quentin vanuit zijn soms wat naïeve en kinderlijke inzicht beschrijft. De familie en hun vaak excentrieke entourage worden bijzonder mooi beschreven. Vriendschappen, homoseksualiteit, kunst, muziek, literatuur, liefde en politiek komen allemaal vlotjes aan bod. Als lezer word je probleemloos meegezogen in de sfeer van toen en kabbel je mee op het interessante leven van het Charleston-huis. Tot er plots een kentering komt: een leugen van Quentins ouders, die Julian ertoe aanzet om afstand te nemen, met zeer tragische gevolgen ... Het boek is, net zoals de andere twee boeken, zeer mooi en kleurrijk geschreven. Vaak krijg je interessante dialogen tussen de hoofdfiguren, afgewisseld met overpeinzingen van Quentin, en levendige beelden van hun dagdagelijkse bezigheden. Ook de strijd die Julian voert met het gezin, maar vooral met zichzelf, is boeiend beschreven. Hierdoor leest het heel erg vlot. Kromhout slaagt erin om alles soepel en zeer 'kauwbaar' te verhalen. Het verhaal is rijkelijk overgoten met onvoorwaardelijke liefde van de personages, voor elkaar en voor de kunst.



Ook ‘Soldaten huilen niet’ is weer een pareltje vol nostalgie en ontroering. Het werd terecht bekroond met de Thea Beckmanprijs voor het beste historische jeugdboek en de Gouden Lijst. Een absolute aanrader!


27 juni 2018© Pluizer272http://www.pluizer.be
Anne van Dijk
De Engelse Quentin Bell (ik-figuur) groeit op in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Het grote landhuis van zijn familie wordt bewoond en bezocht door een bonte verzameling vrije geesten, waaronder tante Virginia Woolf. Vrije omgangsvormen en homoseksualiteit zijn voor Quentin en zijn drie jaar oudere broer Julian de normaalste zaak van de wereld. Hun onbezorgde jeugd wordt echter opgeschrikt door een familiegeheim, waarna de 21-jarige Julian in 1937 vertrekt om als soldaat mee te vechten in de Spaanse Burgeroorlog. De auteur schetst in dit mooi vormgegeven boek een uitstekend tijdsbeeld van de Bloomsbury Groep waartoe Quentins familie behoorde. Minder sterk is de perspectiefkeuze: door de afstandelijke verteltrant van de jonge, wat naïeve Quentin worden de personages weinig uitgediept. Bovendien mist het verhaal emotionele betrokkenheid en verwondering. Het familiegeheim komt wel als een verrassing, maar is niet echt schokkend – daarvoor is ook de lezer inmiddels te zeer gewend geraakt aan vrije omgangsvormen. Met nawoord en literatuurlijst. Winnaar Gouden Lijst en Thea Beckmanprijs. Vanaf ca. 15 jaar.
© NBD Biblion
In 2009 vierde Rindert Kromhout zijn dertigjarig literaire jubileum. Uitgeverij Leopold bedacht de auteur met Grote helden, een compilatie voorleesverhalen die een steekkaart biedt van Kromhouts fascinatie voor de leefwereld van jongere lezers.

Soldaten huilen niet richt zich tot een ouder publiek van adolescenten én volwassenen. Na een bezoek aan 'Monk's House', de woon- en werkplaats van Virginia Woolf en het landhuis Charlestown van haar zus, de schilderes Vanessa Bell, raakte Kromhout geïntrigeerd door de Bloomsbury Group, een verzameling van voornamelijk kunstenaars uit het Engeland van de jaren twintig en dertig van vorige eeuw. Meer nog dan de artistieke visie, trof Kromhout de vraag hoe het was om als kind in zo'n inspirerende omgeving op te groeien.

Kromhout concipieert zijn verhaal als raamvertelling. Via een korte inleiding, gesitueerd in 1937, introduceert hij focalisator Quentin, die vanuit zijn literaire ambities beschrijft waarom zijn broer Julian, aanhanger van het communistische gedachtegoed, wil meevechten in de Spaanse burgeroorlog. De sterke openingszinnen, in een opvallend uitgepuurde, haast poëtische stijl, grijpen je bij de lurven en maken nieuwsgierig naar Quentins verhaal, dat in 1925 begint. De familie heeft net haar intrek genomen in huis Charlestown, op het platteland. Een overweldigende ervaring voor de stadskinderen Julian, Quentin en hun jongere zusje Angelica, maar ook voor Vanessa en Duncan Grant, de homoseksuele kunstenaar met wie ze samenleefde. Uit elke beschrijving en elk detail spreekt Kromhouts fascinatie voor de Bloomsbury Groep in hun resolute keuze voor eigenheid en afkeer voor mainstreamgedachtegoed. Tegelijkertijd schetst de auteur met veel verve een authentiek portret van het opgroeien in een erudiet, kunstzinnig gezin, hun fascinerende levensgewoonten en de innige band tussen de twee broers. Die inhoudelijke rijkdom vindt een overtuigend stilistisch equivalent in een toegankelijke, gebalde stijl. Daarbij staat een romantisch kind- en wereldbeeld centraal, met Charlestown als utopische setting. Niet toevallig wordt Peter Pan vermeld in het boek. Bijzonder treffend en met veel gevoel voor humor verhaald, is de onbesuisde participatie van de gehele familie aan de toneelstukken van tante Virginia. Uit de beknopte levensgeschiedenis van de zussen wordt hun hang naar vrolijkheid, schilderkunst en literatuur verklaard vanuit hun zwaarmoedige opvoeding. Enkel de vaderfiguur verstoort het dromerige universum met subtiel verpakte levenslessen, die vooral Julian tot nadenken stemmen. Naarmate het verhaal vordert, klinkt de vaderlijke stem, met betogen tegen het maatschappelijk establishment, nogal voorgekauwd en sterk moraliserend. Meteen een zwakte van het verhaal, gezien de poëtica van de Bloomsbury Group; slechts het afwijken van platgetreden paden leidt tot verwondering, ook als de kunstenaars hiermee lijnrecht tegenover de plattelandsbevolking komen te staan, die zich maar met moeite ontworstelen aan de restanten van het Victoriaanse tijdperk. Een poging om de plattelandskerk te schilderen volgens hun eigen artistiek concept botst dan ook op weerstand van de dominee en de bevolking.

De vriendschap tussen beide broers wordt danig op de proef gesteld als Julian volwassen wordt. Van jongs af toont hij maatschappelijk engagement, dat nog wordt versterkt door zijn deelname aan de politiek-maatschappelijke discussies in Charlestown. Julian vertegenwoordigt het kritisch maatschappelijk discours tegenover Quentins literaire ambities en estheticisme. Beide broers als antipoden dus, wat treffend in het verhaal wordt geïntegreerd. Quentins visie op literatuur wordt grondig uitgediept en door Kromhout handig in het verhaal verwerkt. Met Virginia als stichtend voorbeeld krijgt Quentins literaire bildung een krachtige impuls en wordt Soldaten huilen niet ook een boek over het ontstaansproces van grote literatuur. Kromhout biedt een geslaagde inkijk in zijn eigen poëtica, alsook die van zijn grote literaire voorbeelden Paul Biegel en Tonke Dragt. Centraal staat het 'indirecte schrijven': met weinig woorden raakt de auteur steeds de essentie, of het nu gaat om Quentins volwassenwording, zijn eerste echte verliefdheid of zijn onzekerheid over de toekomst. Kromhout wil echter meer dan alleen de Zeitgeist in een authentiek en literair hoogstaand portret weergeven. De dag voor oudjaar 1935 wordt het vredige familiale samenzijn bruusk verstoord als Julian zijn ouders het recent ontdekte familiegeheim voor de voeten werpt. Via de raamvertelling komt de lezer opnieuw in 1937 terecht. Wanneer Julian als zelfverklaard communist naar het internationale strijdtoneel trekt, blijft het gezin ontredderd achter. Vlak voor zijn vertrek herinnert Julian aan Quentins belofte; als hij sterft, dient Quentin het boek over hun beider jeugd te publiceren. An sich een breekbare literaire constellatie, want aan de afloop van Julians strijd valt niet meer te twijfelen. Toch creëert de auteur voldoende spanning rond Julians wedervaren in Spanje en de vraag hoe het noodlot precies zal toeslaan.

In de sfeervolle, haast vredige slotpassage, mogen Vanessa en Duncan eindelijk het kerkje naar eigen goeddunken beschilderen, een betekenisvolle en geslaagde metafoor voor hun aanvaarding door de dorpsgemeenschap. Toch kan Vanessa (vooralsnog) geen vrede nemen met Julians dood, wat garant staat voor een verwarrend einde, dat zekerheden betekenisvol ontwricht en de lezer enigszins verdwaasd achterlaat. Enkel echt grote literatuur is daartoe in staat. Hoewel Kromhout met dit indrukwekkende portret van een periode en gelaagde 'coming of age'-verhaal al zijn 117de boek publiceerde, verwierf de auteur in Vlaanderen voorlopig beduidend minder naambekendheid. Mag Soldaten huilen niet daar dringend verandering in brengen. [Jürgen Peeters]
Copyright (c) Vlabin-VBC20101231http://www.deleeswelp.be

Details

Titel
Soldaten huilen niet : een leven in Charlestown
Auteur
Rindert Kromhout
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam : Leopold, 2017
256 p.
Aantekening
Eerste deel in de trilogie over het leven van de Bloomsbury Groep, een groep kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw in Engeland. Deel 2 is 'April is de wreedste maand' en deel 3 is 'Vertel me wie we waren'
ISBN
9789025873790 (paperback)
Doelgroep
Vanaf 15 jaar
Jeugd
Onderwerp
KunstenaarsWoolf, Virginia
Genre
Historische literatuur