Beschrijving

Recensie

Net als de belangstelling, is ook de productie van de wetenschappelijke geschiedschrijving over de Vlaamse literatuur uit de 19de eeuw nooit overweldigend geweest. Naast het wetenschappelijk basisapparaat ontbrak bovendien lange tijd ook een meer systematische aanpak met aandacht voor literaire opvattingen en systemen, voor sociologische en comparatistische aspecten en voor de teksten zelf. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat precies deze periode onbeschreven bleef in de prestigieuze meerdelige Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden van F. Baur (Standaard). De redenen hiervoor worden omstandig toegelicht in het 'Ten geleide' bij deze bundel. Daarin geeft Ada Deprez een verhelderende kijk op de moeizame vooruitgang van de literaire geschiedschrijving over deze periode en wordt de huidige stand van het onderzoek ter zake geschetst -- daarvoor zijn overigens ook de uitvoerige bibliografieën van groot belang.
In een eerste luik behandelt Walter Gobbers zowel de sociaal-culturele achtergronden als de internationale geestelijke en artistieke context waarbinnen de Vlaamse literaire productie tussen 1815 en 1886 functioneerde. Daarbij wordt de lezer een genuanceerd maar toch zeer scherp beeld geboden van de geleidelijke evolutie van classicisme over romantiek, Biedermeier en realisme naar beginnend modernisme. Tegelijk wordt duidelijk gemaakt dat de Vlaamse literatuur nooit tot de internationale artistieke voorhoede heeft behoord -- ook niet met figuren als Conscience of Gezelle -- al was men klaarblijkelijk wel uitstekend op de hoogte van de evoluties op het literaire vlak.
Vervolgens brengt Karel Wauters een zeer gedetailleerd (en daarom wat saai lijkend) overzicht van 'Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling'. De situering van de verschillende hoofdpersonen en secundaire figuren wint echter door de vele genuanceerde en rechtstreekse analyses van hun werken aan overtuigingskracht. Ook wordt daardoor de langzame weg naar kwalitatieve verbetering van het Vlaamse proza -- die gepaard gaat met het geleidelijke verdwijnen van de voor het alfabetiseringsproces van het Vlaamse volk nuttige 'dienende' functie -- beter zichtbaar.
Eveneens wordt duidelijk dat aan de keuze van de samenstellers voor een afzonderlijke behandeling van de genres ook nadelen kleven. Van vele figuren krijgen we nu maar een zeer beperkt beeld te zien dat mogelijk genuanceerd dient te worden. Dit neemt echter niet weg dat deze belangrijke publicatie in geen enkele grotere bibliotheek mag ontbreken. [Mario Baeck]
Copyright (c) Vlabin-VBC20001231http://www.deleeswolf.be
Over de Vlaamse literatuur in de 19e eeuw wordt nog weinig gepubliceerd, op een enkele auteur na. Nochtans is die periode meer dan de moeite waard. Enige begeleiding is evenwel noodzakelijk en daarin komt deze reeks van drie Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de negentiende eeuw tegemoet. In dit tweede deel komen drie onderwerpen uitgebreid aan bod. Walter Gobbers neemt het beschouwend proza onder de loep, zowel essayistisch als wetenschappelijk. Het lijkt nu bijna onwaarschijnlijk, maar in de 19e eeuw verschenen in Vlaanderen meer dan dertig Nederlandstalige tijdschriften. De hoofdbrok in dit artikel gaat uiteraard over de literaire kritiek en het is soms wel grappig om vast te stellen welke criteria er gehanteerd werden. Maar uiteraard was er heel wat essayistisch en wetenschappelijk proza dat allerlei gebieden bestreek. Belangrijk daarbij was het begin van het onderzoek naar en de editie van de vele Middelnederlandse handschriften.

Christian Berg belicht dan de internationaal bekendste Vlaamse literatuur, de Franstalige, en onderzoekt hoe die Vlaamse school zich ontwikkelde tussen 1830 en 1880 en het pad zou effenen naar onze enige Nobelprijs literatuur: Maurice Maeterlinck. Van de grote namen (Georges Eekhoud, Emile Verhaeren, Georges Rodenbach) worden door die begrenzing enkel de jeugdwerken besproken. Wat wel binnen het tijdsbestek valt, is de Uilenspiegel van Charles de Coster. Het wordt inderdaad stilaan tijd dat we deze werken binnen de context van de Vlaamse literatuur gaan bekijken.

Het grootste gedeelte van het boek wordt ingenomen door J.J.M. Westenbroeck, die de West-Vlaamse school belicht, waarvan Guido Gezelle de grote mentor en inspirator geweest is: Adolf en Hugo Verriest, Victor Huys, Leonard de Bo, Adolf Duclos, Karel de Gheldere, Gustaaf Flamen, Hendrik van Doorne, Alfons van Hee, Karel Callebert, Emiel Lauwers en Albrecht Rodenbach. Elke schrijver krijgt minstens twee bladzijden, waardoor hij uitstekend gekarakteriseerd wordt. Gezelles leven en werk worden in negentig bladzijden uitgebreid en gedetailleerd behandeld. Voetnoten begeleiden de lezer daarbij naar vele artikels waarin bepaalde beweringen verder aangetoond en beschreven worden.

De omstandige bibliografie bij elk van de drie artikels geeft niet alleen de bronnen aan, maar gidst de lezer ook naar plaatsen waar hij nog meer informatie kan vinden. Daarom alleen al is dit boek meer dan de moeite waard. [Johan Vanhecke]
Copyright (c) Vlabin-VBC20021231http://www.deleeswolf.be
Els Witte schetst de sociale en politieke achtergronden van het 19e-eeuwse Vlaanderen, waarbinnen die literatuur zou groeien en zijn plaats zou opeisen. Ada Deprez belicht de dichtwedstrijden en de literaire tijdschriften, gerangschikt per provincie. Vervolgens belicht ze de (21) markantste Vlaamse dichters -- op de West-Vlamingen na, die al in deel twee aan bod kwamen. Frank Peeters ten slotte biedt voor de allereerste keer een volledig overzicht van het theaterleven in Vlaanderen in de 19e eeuw, met zowel een geschiedenis van de theatergezelschappen, als een overzicht van de toneelauteurs. Elk van de drie bijdragen eindigt met een uitgebreide bibliografie, die de geïnteresseerde lezer op nieuwe paden kan sturen. Met dit derde deel komt een belangrijk project aan zijn einde en is de literatuur van Vlaanderen in de 19e eeuw nog eens degelijk in kaart gebracht, én vanuit een hedendaags standpunt. Slechts weinigen schijnen te beseffen hoe belangrijk en hoe interessant die periode geweest is voor onze literatuur. Het is te hopen dat deze drie delen de interesse voor de eerste honderd jaar van onze moderne literatuur kunnen aanwakkeren. [Johan Vanhecke]
Copyright (c) Vlabin-VBC20041231http://www.deleeswolf.be