Beschrijving

Recensie

Hapklaar

Jeroen Theunissen, 17 april 2009

De eerstvolgende weken pakt De Leesclub De heining van Jan Van Loy aan, een boek dat op de shortlist staat van de Gouden Uil Literatuurprijs 2009. Vakkundig geschreven, vindt Jeroen Theunissen, twee à drie uur uitstekend amusement. Maar dat volstaat niet. De heining is veeleer een smakelijk borrelhapje dan een copieus diner. Lees en discussieer mee: uw vragen, bedenkingen, commentaren en reacties zijn zeer welkom op www.standaard.be/leesclub

Toevallig stoot ik vandaag op de website van de Argentijnse krant die ik af en toe lees op een artikel over een burgemeester die een muur wil bouwen tussen een rijke wijk, San Isidro, en een arme wijk, San Fernando, omdat de bewoners van San Isidro zich niet langer veilig voelen. De journalist schrijft: 'Er zijn acties die veranderen in metaforen over wat een samenleving in zich draagt.' In datzelfde Argentinië haalde de moord op ene María Marta García Belsunce, die netjes in een gated community (in Argentinië heten die dingen toepasselijk 'country') woonde, twee jaar geleden voorpaginanieuws.

Uit die voorbeelden valt een dubbele conclusie te trekken: de mens is bang voor zijn medemens - vooral de gegoede burger vreest zijn wat minder fortuinlijke buurman, en de maakbare veiligheid is een oppervlakkige illusie.

Maar dat wisten we eigenlijk al wel. Of verrast het u dat er ook in een netjes omheinde, perfect beveiligde wijk al eens een moord wordt gepleegd? Een boek dat 'een moderne fabel over de angst van de mens' wil zijn, zoals er wervend op mijn exemplaar van De heining staat, moet meer bieden dan wat iedereen weet. Een gated community is voor een auteur een goudmijn, denk ik, omdat het een situatie is die een uitstekende metafoor kan zijn voor bepaalde tendenzen in de samenleving, voor de diepmenselijke reflex om zich af te schermen van een kwade, slechte, dreigende buitenwereld en voor de onmogelijke maakbaarheid van een ideale microwereld. Met Vlaanderen als setting kan het een perfect uitgangspunt zijn voor kritiek op de Vlaamse, welstellende bekrompenheid. Maar in de evidentie van de materie schuilt het gevaar. De metafoor is zo duidelijk en de kritiek zo gemakkelijk dat het erg voorspelbaar kan uitvallen.

Dat is meteen de reden waarom ik bij De heining met een onbevredigd gevoel achterblijf. Dat Jan Van Loy zijn stiel kent, ik zou het niet durven te ontkennen. Dat De heining vaak van stilistische klasse getuigt, zeer zeker. Dat Van Loy een spannende plot - inclusief dus de voorspelbare moord - kan construeren, honderd procent correct. Maar bij dit verhaal, zo slim geschreven, zo hapklaar opgediend, heb ik nergens de indruk dat de schrijver overdreven moeite doet. En ook van mij als lezer wordt geen moeite gevergd.

De personages van Van Loy zijn karikaturen, egoïstische, hypocriete, openlijk of minder openlijk xenofobe kleinburgers. De manier waarop hun karakters en eigenaardigheden worden geschetst, is efficiënt en humoristisch, maar ook oppervlakkig en eenzijdig. Het is duidelijk: in zo'n gated community woont alleen maar dwaas volk, volk met meer poen dan diepgang en met meer inboedel dan herseninhoud. Meer nog: ook buiten de community lijkt alleen maar dergelijk stereotiep volk te wonen. De hele wereld is in dit boek een karikatuur. Dat is grappig, maar creëert een duidelijke afstand tussen de lezer en de situatie. Hoeveel interessanter was het verhaal geweest als ik mij als lezer na enige tijd zou zijn gaan identificeren met een van de bewoners van de beveiligde wijk 'De windroos'. Zoals het boek er nu ligt, is zoiets onmogelijk. De enige personages voor wie de lezer met wat moeite enige sympathie kan opbrengen, zijn de overbuur Bril, een drinkende maar grappige nietsnut, en vooral de verteller, een loser die op een nogal verwrongen manier in het centrum van het hele gebeuren terechtkomt, en die tegelijkertijd erg naïef en behoorlijk cynisch is. Deze twee personages zijn de zogezegd kritische stemmen in het boek, en doen wat ook van ons als lezer verwacht wordt: naar die dwazen in hun omheining kijken met een mengeling van onbegrip en vooral spot. Meer niet.

Nadat ik De heining gekocht had, ging ik binnen in een rustig café, dronk drie kopjes en had het boek tot mijn verbazing bij de laatste slok al uit. Ik had eieren voor mijn geld gekregen: De heining is goed voor twee à drie uur uitstekend amusement. Volstaat dat? Ik kijk toch uit naar een boek waarin Van Loy de lat hoger legt.

17 april 2009© De Standaard 50

Nachtmerrie met happy end

Mark Cloostermans, 12 december 2008

Een jong stel trekt zich terug achter de omheining van een luxueuze gated community om de boze buitenwereld op een afstand te houden, maar komt bedrogen uit: het gevaar schuilt vanbinnen. De nieuwe Jan Van Loy is een voltreffer.

Dit boek laat zich niet wegleggen

Een jong stel heeft genoeg van de stad en koopt een huis in een gated community. Jan Van Loy, Debuutprijswinnaar en Gouden Uil-genomineerde, is terug en dat juichen wij toe.

We beginnen, kei-postmodern, met een liedjestekst. Want popmuziek bevat alle levenswijsheid die een mens nodig heeft. De door mij hogelijk aanbeden Zweedse popgroep The Tough Alliance zingt in het nummer '25 years and runnin': 'Now I know that New York is where a boy can have some fun / If I only could change where I came from.' Dat was, min of meer, de attitude van de helden uit Van Loys eerdere boeken. In Bankvlees kozen de personages voor een leven in de marge, in Alfa Amerika gingen 'kleine Belgen' hun American dream achterna. Kon je maar vergeten waar je vandaan kwam...

Voor zijn derde boek, de superbe roman De heining, verzon Van Loy een sterk afwijkende beginsituatie. Dit keer geen personage met een droom of de sterke wil om uit te breken. Integendeel, de ik-verteller sluit zichzelf uit vrije wil op binnen de omheining van een gated community. Een jong koppel koopt een peperduur huis in de Windroos. Het nabije dorp noemt de Windroos echter 'de Heining', vanwege de vorm: twee evenwijdige straten die twee andere evenwijdige straten snijden, zodat er een hekje ontstaat. Al die hekken houden de boze buitenwereld op afstand, maar zoals dat gaat in horrorfilms: 'The call is coming from inside the house.' Of, uit diezelfde popsong: 'I can run, but I can't hide / it's all inside.'

Enkelband

Racisme, drankzucht, bedilzucht, manipulatie en corruptie - it's all inside. De ellendesluizen gaan helemaal open. De hoofdpersonen verzeilen in een relatiecrisis. Als Milan, het jongetje waarop de man even moest passen, spoorloos verdwijnt, slaan de media hun tenten op voor de ingang van de Windroos.

De boodschap van dit alles lijkt aan de eenvoudige kant: een ommuurde leefwereld mag veilig lijken, het gevaar schuilt in elk hoekje (en zal niet aarzelen daar uit te komen). Maar er is meer. Cruciaal voor de roman is Bril, de enige bewoner van de Windroos met wie de hoofdpersoon een soort vriendschap sluit. Bril is een cynische dronkaard die af en toe zinnige dingen verkondigt. Maar hij is ook een typisch Van Loy-personage: een mislukte rebel. Het ene ogenblik noemt hij een gsm een 'enkelband': 'Telefoontjes van de vrouw. Mobiele controleerbaarheid. Hoe kan je elkaar nu vertrouwen als je elkaar niet de gelegenheid tot bedriegen geeft?' Maar even later smeekt hij de hoofdpersoon om hem de volgende keer te verhinderen dat eerste glas te drinken: 'Nee! Bullshit. Geen eigen verantwoordelijkheid. Dat excuus van "laat hem maar begaan" - bullshit! [...] generaties hebben elkaar laten begaan... En het resultaat is dit. Waar we nu zijn. De Heining, dat is het resultaat.'

Bril is een vrij mens: dankzij een erfenis hoeft hij niet eens te werken. Maar zelfs hij wordt heen en weer gekaatst tussen vrijheid (van meningsuiting, van seksuele relaties...) en het verlangen om ingeperkt te worden (zijn drinkgedrag, zijn keuze om in de Windroos te gaan wonen). Willen wij echt vrij zijn, of besteden we alleen maar lippendienst aan de uitentreuren bezongen waarde van de vrijheid?

Gastronomisch

Behalve over vrijheid gaat de roman ook over alledaags racisme. Als het stel naar de Windroos verhuist, verlaten ze een 'stad die ten onder ging aan te veel verschil en te veel onverschilligheid'. Een van de opvallendste bewoners van de Windroos is een bejaarde vrouw die openlijk racistisch is. Bril zegt echter: 'Bijna iedereen die hier woont, gaat voor negentig procent akkoord met [wat zij zegt], geen discussie. Maar ze is een beetje grof, niet? De vogelschijt op het uithangbord.'

Daarnaast bestaat er in De heining een elektrisch geladen onderscheid tussen de sarcastische humor en de gevoelens die onuitgesproken blijven. Een goed voorbeeld van die humor zijn de zinnen waarin het nieuwe huis van Debbie en haar man wordt beschreven: 'Het kleinste van de Windroos: niet meer dan drie slaapkamers, en als je wou pingpongen moest dat in de garage, zoals bij de armen.' Als Debbie later zwanger blijkt van een andere man en het kind wil laten aborteren, maar pas nà haar weekendje in de Ardennen, sneert de verteller: 'O? Gastronomisch weekend? Kind nog wat vetmesten voor het wordt geslacht?'

Niettemin bevindt zich onder die ijzige laag humor een zwakke plek; de verteller maakt zich wel degelijk zorgen om de verdwenen Milan. Het jongetje heeft vadergevoelens in hem wakker gemaakt. Wanneer het alarm van de Windroos afgaat, hoort hij 'herrie die klonk als een huilend kind dat ik niet in de steek mocht laten'. De hoofdpersoon is zich verantwoordelijk gaan voelen voor de merkwaardige community. Hij probeert dat verantwoordelijkheidsgevoel weg te wuiven als een vorm van politiek, maar het gaat duidelijk dieper dan dat. Zoals de Windroos de wereld tracht buiten te sluiten met een omheining, zo probeert de verteller zijn echte gevoelens achter de omheining van zijn (vaak hilarische) sneren te houden. Ondanks zijn nachtmerrieachtige kenmerken, is De heining daarom een verhaal met een happy end: de gebeurtenissen brengen de hoofdpersoon iets bij.

De heining telt krap 160 bladzijtjes, onderverdeeld in 61 superkorte hoofdstukjes. Wie nietsvermoedend begint te lezen, ontdekt dat dit boek zich niet laat wegleggen. In elk hoofdstuk geeft Van Loy zijn verhaal een nieuwe richting, voert hij nieuwe plotelementen aan of strooit hij valse aanwijzingen uit die de lezer op het verkeerde been zetten. Als er iemand is die zo met mijn voeten mag spelen, dan is dat Jan Van Loy.

12 december 2008© De Standaard 28

Jan Van Loy laat de paranoia welig tieren in zijn roman 'De heining'

Dirk Leyman, 26 november 2008


Angst vreet de ziel op

De Vlaamse auteur Jan Van Loy is een makelaar in angst en hij weet er telkens spitsvondig literair munt uit te slaan. Zoals in zijn derde boek De heining, waarin een koppel dertigers zijn toevlucht zoekt in een omheinde woonenclave. Het afgelikte verkavelingsparadijs wordt al snel een mentaal inferno.

Toen Jan Van Loy (°1964) in 2004 officieel debuteerde met de messcherpe roman Bankvlees wist je meteen dat hier een volkomen tot wasdom gekomen schrijver de pen voerde. Van Loy was allerminst over één nacht ijs gegaan voor zijn cynische roman over twee 28-jarige klaplopers die de maatschappij met duivels plezier een hak zetten. Jarenlang had hij al aan allerhande literaire teksten gevijld en geslepen. Ondanks een scheepslading vroege afwijzingsbrieven bleef het bloed kruipen waar het niet gaan kon: "Ik heb het schrijven misschien al tien keer opgegeven. Het is zoals met roken en drinken: als het leven een beetje moeilijk wordt, herval je in oude gewoonten", zo zegt Van Loy schamper in een (zelf?)interview op zijn website.

Die barre gewoonte resulteerde uiteindelijk toch in diverse verhalen in literaire tijdschriften en een bekroning in 2001 met de Nieuwe Prozaprijs. Volkomen logisch sleepte Van Loy in 2005 voor Bankvlees ook de Vlaamse Debuutprijs in de wacht. Nog fermer kwam hij uit de hoek met de verhalencyclus uit Alfa Amerika (2005), waarin vier Vlamingen hun American dream najoegen en de schotten tussen fictie- en non-fictie leken te zijn gesloopt. "Verzonnen non-fictie", noemde Van Loy zijn werkstuk én het alweer behoorlijk wrange boek leverde hem een welverdiende plaats op de shortlist van de Gouden Uil op.

Zijn nieuwe boek De heining schreef hij als afleiding tussen het noeste werk aan zijn voor het najaar 2009 voorziene magnum opus, maar u gelieve het allerminst te lezen als een amuse-gueule. Van Loy grijpt qua atmosfeer en toon enigszins terug naar debuut Bankvlees. Het onbehagen wordt al behendig opgewekt door de goed gekozen cover. Een bewakingscamera werpt in de vlakke zon zijn spitse schaduw af op een muur en zo is het alsof er een serpent op de loer ligt, klaar om met giftige tong verderf te zaaien. Angst is het marsorder van deze kille fabel, zo suggereert ook de openingszin: "De hand van mijn vrouw maakte mij wakker, maar de angst in haar stem maakte mij waakzaam." Vervolgens maakt Van Loy in 61 geniepige en snedige kapittels brandhout van de allesoverheersende zucht naar comfort en veiligheid van een goed in de slappe was zittend koppel. De verteller is een wat korzelige ambtenaar bij de Europese Unie, behept met een listige onverstoorbaarheid. Zijn doortastende vrouw Debbie is tandarts. Hun relatie heeft veel weg van een onophoudelijke zenuwenoorlog én slechts zelden delen ze nog het bed. Nadat in het appartement boven hen een man met een sierbeeld dood wordt geslagen, wil vooral Debbie mordicus weg uit de stad én verkassen naar een leefomgeving waaruit alle bedreiging en ongerief weg is gezuiverd.

Sardonische humor

Zo belandt het paar in De Windroos, een gladde gated community op het platteland waar een geavanceerde omheining en een wachter de hypermoderne nieuwbouw een aureool van veiligheid schijnen te bieden. Uiteraard moet er flink gedokt worden voor deze kunstmatige geruststelling, die helaas niet in staat is het Bruto Nationaal Geluk van de bewoners op te vijzelen. Eenmaal binnen de cocon van De Windroos loopt het koppel in zeven sloten tegelijk en drijft Van Loy het onbehagen gemeen op de spits. Bizarre bewoners zoals de schatrijke "deeltijdse dronkaard" en nihilist Bril, de stokoude Schrompelkop en stichter-projectontwikkelaar Herman Kazan worden met nietsontziend misprijzen geportretteerd. Allemaal zijn ze slechts bekommerd om hun eigen hachje. En wanneer er gemeenschappelijke beslissingen moeten worden genomen in de "raad" leidt dat tot een kakofonie zonder weerga. Dat de afkeer tegenover buitenstaanders in de bekrompen gemeenschap helemaal de pan uit swingt, ligt in de lijn der verwachtingen. Wanneer de Braziliaanse topvoetballer Mozisco én zijn Vlaamse prikkelpopje hun tenten willen opslaan in de verkaveling dreigt de etterbuil helemaal open te barsten. Intussen vervreemden de overspelige Debbie en haar man in een ijltempo verder van elkaar. De verteller wentelt zich steeds vaker in een zielloze nikserigheid: "Een eenzame lamzak op de chaise longue. (...) Ik at chips, langzaam als een koe. Voelde ik me nu beter of slechter als zij niet thuis was?"

Wanneer Milan, het zoontje van Herman Kazan, in de plaatselijke speeltuin verdwijnt, gaan de poppen voorgoed aan het dansen. Heeft de onachtzame verteller, die als toevallige babysit fungeerde, boter op het hoofd? Of is het de Braziliaanse voetballer die zijn frustraties afreageert op het zelfingenomen volkje? Van Loy schakelt nog een versnelling hoger én ontmantelt met sardonische humor elk snippertje veiligheidswaan. In de gauwte neemt hij ook nog de stemmingmakerij van bepaalde media en de cameracratie op de korrel (met een knipoog naar de zaak-Maddy?). Uiteindelijk tekenen paranoia en winstbejag definitief de zwanenzang van dit verkavelingsinferno. Opmerkelijk is daarbij hoe Van Loy tot op het eind zijn spel met dubbele bodems volhoudt, al laat zijn bedrieglijk eenvoudige rechttoe rechtaan stijl het anders vermoeden. Zonder verpinken legt hij een adderkluwen van eigentijdse maar tegelijk universele en niet te dempen angsten bloot. Homo homini lupus: de ene mens is een wolf voor de andere. Wijsgeer Thomas Hobbes wist het al. Van Loy - niet voor niets de bezitter van een filosofiediploma - duwt ons in De heining nog eens met de neus op de feiten.

26 november 2008© De Morgen 99

Lezen wat er (niet) staat

Marc Reynebeau, 30 april 2009

Deze maand ging De Leesclub over De heining van Jan Van Loy. Vorige dinsdag had er over dit boek een debat plaats in het literatuurhuis Passa Porta in Brussel. Marc Reynebeau modereerde en verzamelde invalshoeken.

Maandag weet Jan Van Loy of hij 25.000 euro op zak mag steken. Want dan wordt bekendgemaakt welke schrijver met de Gouden Uil naar huis mag, waarvoor Van Loy is genomineerd met zijn roman De heining. De Gouden Uil bekroont het beste boek van 2008. Gelet op de discussie die De heining heeft losgeweekt in de Leesclub van De Standaard en Het Beschrijf, moet de roman alvast tot de interessantste fictieboeken van vorig jaar worden gerekend.

Een boek wordt net de moeite waard wanneer verschillende manieren om het te lezen naast of desnoods tegenover elkaar kunnen worden gesteld. Al kan dat de schrijver zelf wat ongemakkelijk stemmen, zoals dinsdag in het Brusselse internationale literatuurhuis Passa Porta het geval was, toen Jan Van Loy werd geconfronteerd met zijn lezers die via de krant en De Standaard Online op het boek reageerden.

Het thema van het boek, dat bestaat uit een reeks korte, snel gemonteerde scènes, geeft daar ook aanleiding toe: de zogeheten gated community, waar rijke mensen zich uit een vaak irrationele angst voor criminaliteit of afkeer van raciale en sociale diversiteit van de wereld afsluiten en samenwonen in een afgesloten, met portiers, slagbomen, prikkeldraad en bewakingscamera's gecontroleerd universum.

Voor Van Loy was dit vooral een interessant dramatisch uitgangspunt. Hij haalde de inspiratie ervoor uit zijn eigen ervaring, als bewoner van een groot, met camera's bewaakt flatgebouw. Hij laat de vrouw van de ik-verteller stellen dat ze de stad uit wil omdat die ten onder gaat 'aan te veel verschil en te veel onverschilligheid'. Versta: de stad is versnipperd in een reeks subgroepen die amper enig onderling contact hebben. De omheinde villawijk is daarvoor het utopische alternatief, al komt de ik-verteller al van meet af aan in botsing met de principes ervan.

Professor Rik Coolsaet - die overigens zijn academische carrière begon als germanist, vooraleer hij zich op de internationale politiek stortte - gaf de gated community een opgemerkt plaatsje in zijn vorig jaar verschenen boek De geschiedenis van de wereld van morgen. Daarin stelde hij het fenomeen voor als een symptoom van het heersende maatschappelijke onbehagen. Wie het zich kan permitteren, zegt de solidariteit met de rest van de wereld op door in zo'n afgesloten wijk te gaan wonen. Ook dat is een vorm van onverschilligheid, al is het niet meteen dezelfde als die waar Van Loy aan dacht.

'Kil en leeg' vond Coolsaet die villawijk De Windroos die het decor is waartegen De heining zich afspeelt - enigszins tot ontzetting van Van Loy. Maar in Coolsaets lectuur is dat net een compliment, omdat hij erin de aanzet ziet voor een vertelstrategie, die de roman doet uitlopen op het verlangen naar een nieuw, warm thuisgevoel.

Daarin herkent Coolsaet een kentering die hij ook maatschappelijk waarneemt: onbehagen en angst nemen af, waardoor nieuwe kansen voor sociale solidariteit ontstaan. Zopas berichtte NRC Handelsblad nog dat in Nederland de afkeer van andere culturen is afgenomen van 41 procent eind vorig jaar naar 35 procent nu, en dat publiek opvallend milder wordt gesproken over allochtonen en moslims. Is dat in België ook zo? Coolsaet kan alleen de vingers kruisen; cijfermateriaal bestaat daar niet over.

Schrijver Jeroen Theunissen wil zijn appreciatie voor De heining allerminst verbergen, maar had toch een probleem met de roman. De manier waarop de medebewoners van De Windroos tot de lezer komen, is karikaturaal en sluit uit dat de lezer ook maar de minste sympathie voor hen opbrengt. Meer uitgewerkte personages zouden inderdaad een complexer en ook inzichtelijker wereldbeeld opleveren en eventueel tot meer begrip kunnen leiden. Dat had de lezer scherper kunnen confronteren met zijn eigen opvattingen - en eventuele vooroordelen.

Want zoals De Standaard-redacteur Filip Huysegems in de krant stelde: als de omstandigheden ernaar zijn, willen we allemaal wel in een gated community wonen. Maar die ambivalentie overheerst uiteindelijk ook in de literaire keuzen van Jan Van Loy. De typeringen van het villavolkje zijn immers niet die van hemzelf, maar van zijn ik-verteller. Die heeft er alle belang bij om die lui zo antipathiek mogelijk voor te stellen - al vindt Van Loy dat dit niet voor alle personages geldt - omdat het nu eenmaal niet zijn idee was om een stulpje te kopen in De Windroos, wel die van zijn vrouw.

In dit alles toont zich een eigenschap van goede literatuur: dat ze zich ervan bewust is dat ze slechts percepties creëert. Eens de schrijver zijn boek 'afgeeft' aan de lezer, kan die daar zijn eigen percepties tegenover stellen. Daar is het dat het gesprek kan beginnen. En daar dient deze Leesclub net voor.

30 april 2009© De Standaard 48

Ik wil rustig wonen

Filip Huysegems, 10 april 2009

De eerstvolgende weken pakt De Leesclub De heining van Jan Van Loy aan, een boek dat op de shortlist staat van De Gouden Uil Literatuurprijs 2009. Filip Huysegems herkent in de roman een klassiek grondplan: mensen keren zich af van de verloederde wereld en koesteren zich in een microkosmos. Maar het kwaad loert ook daar.Lees en discussieer mee: uw vragen, bedenkingen, commentaren en reacties zijn zeer welkom op www.standaard.be/leesclub

"'Negers,' zei schrompelkop, 'en Turken en Russen, en al het andere uitschot Ze bederven het leven in de stad, niet? Geef toe, dat is waarom u naar hier wilt verhuizen.'

Niemand gaf een krimp. Ik veronderstelde dat dit een interviewtechniek was.

'Wij willen verhuizen,' zei Debbie, 'omdat we graag rustig willen wonen, in een huis met een tuin.'"

Deze passage geeft prima aan waar het om draait in De heining. Zij is tandarts, hij is euroambtenaar. Ze willen de stad verruilen voor een 'gated community': de wijk De Windroos, van de boze buitenwereld afgeschermd door een omheining. Wie er een huis wil kopen, moet eerst een screening ondergaan door een comité van buurtbewoners. Maar noch de selectieprocedures, de camera's, de bewakingssystemen of de afspanning kunnen verhinderen dat de rampspoed De Windroos binnensijpelt. De heining is een schitterende, snelle, relevante roman en terecht een kanshebber voor De Gouden Uil 2009.

Het grondplan van De heining is klassiek: wat gebeurt er als mensen in een afgeperkt territorium samenleven? Niet alleen gedijt fictie graag op zo'n 'eenheid van plaats', ook inhoudelijk is een gemeenschap achter gesloten poorten een prima grondstof voor essayisten, schrijvers en filmscenaristen (van Thomas Morus' Utopia uit 1516 tot Mad Max II uit 1981). Ze belichaamt het verlangen naar een rustig, veilig leven. Het verhaal wordt dan een parabel over een dolgedraaide wereld, waarin een kleine groep een microkosmos bouwt, als een verzegelde en gezegende plek om te overleven. Dat kan goed uitpakken, als een zonnige utopie, of uitdraaien op een nachtmerrie, en gelegenheid bieden tot maatschappijkritiek.

Nauw verwant aan het uitgangspunt van De heining is bijvoorbeeld Het tortillagordijn van T.C. Boyle (1995). Daarin trekken huiseigenaars in de heuvels rond Los Angeles een wal op rond hun wijk om zich te beschermen tegen 'slangen en coyotes'. Maar wat ze eigenlijk willen buitenhouden, zijn Mexicanen en zwarten.

In de interessantere verhalen komt de bedreiging niet zozeer van buitenaf, maar van binnenuit. Dat is zo in de romans van J.C. Ballard, die heel graag 'gated communities' laat ontsporen (Running wild, Super-Cannes), of in Stepford wives van de sf-schrijver Ira Levin, waar de huisvrouwen van een geprivatiseerd dorpje onder hun perfecte huid robotten blijken te zijn. Ook in De heining lijkt het onheil te woekeren op eigen bodem - een kind verdwijnt uit de speeltuin en niemand weet wie het meeheeft.

'Gated communities' hebben een slechte roep. Als in De heining het tv-journaal beelden toont van de wijk waar het kind is verdwenen, zegt de voice-over: 'Dit is de Windroos, een wijk voor bange, rijke burgers die zich met een flinke poort en een dikke omheining afschermen van de rest van de maatschappij.'

Het zal wel. Maar daarmee zijn we niet uitgepraat. In het boek wil een jonge, patserige, Braziliaanse voetballer ('een sportneger') ook een huis in De Windroos kopen, want 'waar was je anders veilig', argumenteert hij. België is niet echt te vergelijken met Brazilië, zegt de hoofdpersoon, en het voetballersliefje antwoordt: 'Laat maar. Ik kan het ook niet uit zijn hoofd praten.'

Dat is een verdomd interessante passage. Want België is, al bij al, een braaf land. Het is, om zo te zeggen, een 'gated community' ten opzichte van de rest van de wereld. Dan is het makkelijk om schamper te doen over al wie wat angstiger is aangelegd en veel poen overheeft om zich te verschansen. Bange blanke burgers, sliepuit!

Maar als je dagelijks kniediep door een ziedende miljoenenstad in de derde wereld waadt, dan piep je wel anders, geloof me. Als ik in São Paulo zou moeten wonen, dan was het in een condomínio fechado, zoals dat ginder heet. Niet als ik een bordenwasser met een kruimelsalaris was, maar met een vrouw & kindjes en een auto van het bedrijf met gefumeerde ramen Gated community. Zeker weten.

Wat meer is: de kans is groot dat u hetzelfde zou doen.

10 april 2009© De Standaard 56
L.A.A. Kruse
Deze derde roman van de Vlaamse auteur (1964) gaat over angst en de illusie van veiligheid. Vanwege het gevaar dat hen in de stad bedreigt, willen Debby en haar man, goedverdienende, hardwerkende dertigers, een veilige plaats in een dure villawijk kopen, een gated community achter een drie meter hoge omheining. Het lijkt de veiligste plaats om te wonen, maar de man (een naamloze ik-figuur) komt er snel achter dat hun veiligheid wordt bedreigd: zowel van buiten (bijvoorbeeld door een Braziliaanse voetballer) als van binnen (Debby is zwanger van haar minnaar, pleegt abortus en wil scheiden). De druppel is als het zoontje van een projectontwikkelaar Herman Kazan wordt gekidnapt, dood wordt aangetroffen en de dader onvindbaar is. Uiteindelijk wordt de heining neergehaald, tegen de zin van Kazan, die zijn levenswerk ziet vernietigd. Door de korte hoofdstukken en de eenvoudige stijl is de roman gemakkelijk leesbaar. De symbolisch verpakte boodschap is dat slechtheid (corruptie, overspel, discriminatie, kidnapping) in de mens zelf zit en veiligheid niet gewaarborgd is door een omheining. Paperback, vrij kleine druk.
© NBD Biblion
Twee goed verdienende dertigers (hij is ambtenaar bij de Europese Unie, zij tandarts) die een relatie hebben waar wat sleet op zit, besluiten de onveiligheid van de grote stad te ontvluchten en kopen een woning in De Windroos, een afgelegen villawijk ergens op het platteland. De veiligheid lijkt er gegarandeerd: de wijk is volledig omringd door een metershoge afsluiting (wat ze in het nabijgelegen dorp de spotnaam "De heining" opgeleverd heeft) en er is controle door een bewaker bij de enige ingang. Verder is er permanente camerabewaking én een interne sociale controle van de (rijke) villabewoners, die soms absurde proporties aanneemt. Zoals te verwachten valt, is een superbeveiligde woning geen hulpmiddel om een relatie te redden. En dat complete veiligheid ook in De Windroos een illusie is, ervaart onze ambtenaar wanneer hij bij een (heel slecht aflopende) ontvoering betrokken wordt.

Jan Van Loy vertelt zijn moderne dystopie met veel verve. De vlotte stijl, de realistische dialogen en de sarcastische ondertoon zorgen ervoor dat de lezer zich geen moment verveelt. Toch beklijft De heining niet echt: daarvoor zijn de personages (de xenofobe oudere dame, de lepe advocaat, de gladde projectontwikkelaar, de rijke nietsnut...) net iets te eendimensionaal. [Johan Waumans]
Copyright (c) Vlabin-VBC20091231http://www.deleeswolf.be