Beschrijving

Recensie

Nimf

Nele Janssen, 22 januari 2015
Een gezellig weekendje uit met het gezin betekent de definitieve breuk tussen de vader en moeder van Nour. Zijn mama, Tille, stapt onderweg uit de auto en vertrekt. Nour en zijn vader Len keren terug naar huis, naar een huis dat pijn doet van de leegte. Nours vader trekt zich helemaal terug in zichzelf en Nour moet zich in zijn eentje zien te redden. ‘Nimf’ is een erg gevoelig boek over afscheid nemen van iemand waarvan je houdt. Ook al is dit afscheid niet definitief, toch brengt het een heleboel emoties met zich mee. Loyaliteit moet concurreren met boosheid in Nours gevoelens over Tille. De eerste tijd wint de boosheid, met alle gevolgen van dien. Toch blijft de loyaliteit op fragiele wijze bestaan. Alles samen is dit een erg broos boek, je voelt de machteloosheid en bij momenten radeloosheid van de personages door hun boosheid heen. Vanaf het moment dat Tille uit de auto stapt, tot de laatste bladzijde, ben je geraakt door het verhaal. Nelen toont de kleine kantjes van haar personages en maakt ze zo ontzettend inleefbaar. En die inleving doet je dit boek verslinden, hoewel dat hard klinkt voor zo’n teder boekje. Een heel mooi geschreven boek, vol emotie, dat je aandacht vasthoudt van begin tot einde (en lang daarna ...).
22 januari 2015© Pluizer223http://www.pluizer.be
Kirsten de Pré MA
Na de zoveelste uitbarsting tussen Nours ouders loopt zijn moeder weg van huis en vertrekt naar Amerika. De 13-jarige Nour is kapot van verdriet. Hij stort zich als een bezetene op zijn insectenverzameling om maar niet aan haar te hoeven denken. Om de draad weer op te kunnen pakken, verhuist hij met zijn vader naar een klein appartement in de stad waar niemand hen kent. Ontroerend verhaal over hoe de ik-figuur probeert om te gaan met de scheiding van zijn ouders. Met mooie vergelijkingen en treffende beeldspraak laat de auteur zien dat Nour zich vastklampt aan zijn verzameling omdat het de enige zekerheid in zijn leven is, maar dat hij gaandeweg ontdekt dat hij ook zonder insecten weer grip kan krijgen op de situatie. Een enkele keer is de beeldspraak wat vergezocht. Door het hele verhaal sluimert een soort onderhuidse spanning waardoor je het boek niet weg wilt leggen, maar door wilt blijven lezen. Het boek heeft een prachtig omslag en een leuk detail is dat elk hoofdstuk begint met een kleine afbeelding van een insect. Auteur van ‘Duivelstocht’ en ‘Maanlief’*. Vanaf ca. 12 jaar.
© NBD Biblion
Na de zoveelste ruzie verdwijnt Nours moeder Tille naar Chicago, om er een eigen leven in de kunstensector uit te bouwen. Len, Nours wereldvreemde vader, die op het punt staat door te breken als violist, kruipt terug in zijn schulp en laat de 14-jarige Nour zijn gang gaan. Ook Nour zelf is het noorden kwijt. Hij spijbelt en stort zich op zijn grote passie: het verzamelen van insecten. Geen van beiden slaagt erin om de draad weer op te nemen in het grote huis vol herinneringen. Ook financieel zitten ze aan de grond en ze verhuizen naar een goedkope, vervallen flat in de stad, waar Len als straatmuzikant gaat werken. Op Nours nieuwe school wachten hem harde confrontaties, maar er is ook een onverwacht lichtpunt: zijn kleurrijke klasgenote Jutta.
Dit verhaal gaat over echtscheiding, over de relatie tussen een zoon en zijn ouders, over eenzaamheid, pesten, vluchten en verliefdheid. De echtscheiding is voor Marleen Nelen een aanleiding om te focussen op twee dromerige, enigszins wereldvreemde personages met een grote verlatingsangst. Op de dag dat de moeder, die het gezin praktisch én mentaal recht houdt, er de brui aan geeft, storten vader en zoon nl. in. Ze sluiten zich af van de buitenwereld, vader in zijn huis en Nour in zijn insectenwereld. Met een ongetwijfeld grote kennis van zaken zoekt Nelen door Nours ogen onder elk blaadje en elke kiezelsteen naar minieme insectensporen en beschrijft ze minutieus elk lijntje van elke ontdekte insectenvleugel. Aanvankelijk stevenen de overdadige beschrijvingen op een indigestie af en het vraagt moed om de zorgvuldige, beschrijvende passages niet diagonaal te lezen. Gaandeweg besef je hoe intens en diep ze het beeld van Nour bepalen: "De insectenwereld is mijn drug, ze tilt me boven alles uit, maar als de roes is uitgewerkt, duwt ze me dieper dan ooit. Soms als ik 's nachts niet kan slapen en naar de sterren lig te kijken, dan voel ik me een komeet die alsmaar verder van de aarde wordt geslingerd, met hele lichtjaren tegelijk." In Nelens consequente taal en haar goed gekozen vergelijkingen wordt Nour zelf een insect: "Ik luister eenvoudigweg niet meer naar hem, ik vouw mijn oren dicht, als een insect zijn vleugels." Verder lezen we: "Ik kruip uit mezelf, vlieg te dicht bij het verblindende ganglicht". Zelfs na het breekpunt, wanneer Nour hardhandig met zijn beide voeten weer op de wereld landt en besluit geen verzamelaar meer te zijn, verraadt zijn taal sporen van zijn blijvende passie: "de schuine, rode paal, die zwarte roestige plekken heeft als een vuurwants."
Nours evolutie wordt mooi in beeld gebracht. In de afzondering groeit de woede tegen zijn moeder. Het gemis, neergezet in ontroerende, korte herinneringen, leidt tot hoop en later tot verbittering. Tilles brieven opent hij niet en de solidariteit met zijn vader groeit, wat mooie passages oplevert, over hoe ze zich samen scheren bv., of over hoe Nour de schoenen van zijn slapende vader uittrekt. Zijn eenzaamheid bereikt een hoogtepunt wanneer hij zich, op de vlucht voor de pesterijen van zijn klasgenoot Anko, in een rioolpijp tussen de insecten verbergt. Zelfs tijdens die wanhoopscènes blijft Nour zich emotioneel afschermen, waardoor de lezer nooit het gevoel van melodrama krijgt. Het gevoel van plaatsvervangende onmacht is echter net zo schrijnend. Je gaat twijfelen: wat is Nour nu, een introverte eenzaat evenals zijn vader, een wereldvreemde excentriekeling op sandalen en met een vlindernetje, of een door de omstandigheden onzekere, besluiteloze jongen van wie de navelstreng met zijn moeder nooit werd doorgeknipt? Wanneer er met Jutta weer kleur en hoop in zijn leven komt, heeft hij al een heel eind afgelegd. De leegte die zijn moeder achterliet, is langzaam dichtgeslibd. Voor hem hoeft Tille niet meer. En dan staat ze er opeens weer, net terwijl hij met Jutta een nieuwe stap had gezet. Alle opgekropte gevoelens komen weer boven en het komt tot een uitbarsting. Maar de storm is kort en Nour heeft tijdens zijn lange aanvaardingsweg stabiliteit gevonden. Nelen maakt die evolutie met veel inzicht aanvaardbaar.
De titel Nimf verwijst naar de nimfen op het schilderij boven het bed van Tille en Len, en heeft een sterk symbolische waarde: "Soms nemen ze [elfen] weleens iets mee. Of iemand. Iemand die ze mooi vinden en die ze bij zich willen houden, nemen ze mee en ze denken er niet aan dat wij hen zullen missen, want elfen zijn egoïstisch, net als de nimfen op het schilderij." Met die zweverige uitleg probeert Tille haar vertrek te verantwoorden. Ze brengt perfect onder woorden wat Nour het hele boek lang doet: zoeken naar 'de nimf', de ultieme mooie vlinder, symbool voor zijn moeder die hij terug wil brengen. Nimf is inhoudelijk en naar vorm een sterk boek, geschreven in een volle, rijke taal. Na de nominatie voor de Thea Beckmanprijs 2007 met Duivelstocht (De Leeswelp 2007, p. 109) stelt Marleen Nelen haar fans met dit boek zeker niet teleur. [Jet Marchau]
Copyright (c) Vlabin-VBC20091231http://www.deleeswelp.be