Beschrijving

Recensie

Gonny Smeulders-Veltman
Deze als toneelstuk gepresenteerde prentvertelling is gebaseerd op de middeleeuwse fabel ´De grote liefde van Aucassin en Nicolette´. Twee verliefde schipbreukelingen willen op het eiland van de tolerante koning Torelore trouwen. Op het eiland maakt het namelijk niet uit waar je vandaan komt en welk geloof je hebt. Groot formaat oblong boek, waarin de tekst evenwijdig loopt aan de boekrug, over anderszijn, andersdenkenden, rollenpatronen en vooringenomenheid. Zo voeren de vrouwen (soms) oorlog door met groenten te gooien (tevens oorlogsbuit) en baren de mannen de kinderen. Het gegeven is gegoten in de vorm van een toneelstuk met personages, 'decors' en zes bedrijven. Icoontjes, met het hoofd van de personages, geven aan wie de dialogen bemannen. Gemoedelijke schrijfstijl met gevoel voor humor. De paginagrote, fraaie kijkplaten ogen oosters en hebben surrealistische trekjes. Groenten en fruit zijn gefotografeerd. De personages ogen Egyptisch met hun dierenkoppen, zoals de Franse ridder Aucassijn (met stierenkop) en zijn geliefde Afrikaanse prinses Nikolet (gems). Op de schutbladen is het publiek te zien (achterhoofd-aanzicht) dat wacht tot het doek wordt opgehaald; de kijker wordt meegezogen in het geheel. Verrassende, verzorgde uitgave met magneetsluiting. Vanaf ca. 9 jaar.
© NBD Biblion
Vreedzaam vechten



Het gebeurt dat een prentenboek als een theatervoorstelling wordt gepresenteerd. Je krijgt dan aan het begin een illustratie van gordijnen die opengaan of in de tekst een verteller die het verhaal inleidt. Sylvaine Hinglais, een Franse theatermaakster, en illustrator Tom Schamp gaan ietsje verder en maken van Het heerlijke eiland van Koning Torelore een klein theater op zich. Er is inderdaad een gordijn dat open- en dichtgaat, maar ervoor en erna, op de schutbladen, schildert Schamp een gevulde theaterzaal, met tal van gewone en minder gewone personages, grapjes, verwijzingen en visuele puzzels. Bovenaan is over de hele lengte van het plat een magnetische klep aangebracht. Het boek heeft een liggend formaat, zodat je de prenten op de linkerpagina met die klem steeds rechtop kunt houden en een soort minitheater op je schoot kunt vormen tijdens het (voor)lezen. Het verhaal is vormgegeven als een theatertekst, opgedeeld in zes korte bedrijven, de betrokken personages zijn per bedrijf opgelijst. Aan het begin van elke uitspraak komt in plaats van de naam, het hoofd van de spreker.

De voorstelling Het heerlijke eiland van Koning Torelore is een verregaande bewerking van een passage uit de Oudfranse chantefable Aucussin et Nicolette (geschreven rond de eeuwwisseling twaalfde-dertiende eeuw), de meest koldereske passage uit deze humoristische romance. De Franse titel van het prentenboek, Le fabuleux amour d'Aucassin et Nicolette, verwijst rechtstreeks naar de oorspronkelijke tekst. In het Nederlandse taalgebied is dat verhaal minder bekend en ligt de andere titel voor de hand: een goeie keuze, zeker met de paradijselijke illustratie van Schamp op de cover. Voor het titelblad komt er een vignet dat de oorsprong van het verhaal verklaart en de bewerking rechtvaardigt: 'Als kritische parodie op de literatuur en de gewoonten van die tijd heeft deze fabel de tand des tijds moeiteloos doorstaan. De vorm en de inhoud zijn verrassend eigentijds.'

De ridder Aucassijn en zijn geliefde Nicolette vluchten. Aucassijns vader is gekant tegen hun huwelijk omdat Nicolette 'anders' is, van Noord-Afrikaanse oorsprong, ook al is ze bekeerd tot het christendom. Ze vinden rust in het land Torelore, hoewel de vreemde gewoontes ? de koning heeft een kind gebaard en zijn koningin trekt ten strijde in een oorlog waarin gevochten wordt met appels en kaas ? hen eerst afschrikken. In de bewerking van Hinglais zijn de vier liederen uit deze passage geschrapt, terwijl de verhalende delen flink werden uitgebreid met dialogen. De toon is vriendelijker ? in de middeleeuwse tekst sleurt Aucassijn de koning brutaal uit zijn bed ('si torne, si fiert, si le bati tant que mort le dut avoir') en laat hem zweren nooit meer een kind te baren. Het verhaal loopt anders af: in het prentenboek leven Aucassijn en Nicolette nog lang en gelukkig in Torelore, maar in de middeleeuwse tekst werden ze er na drie jaar ontvoerd door Sarazijnen.

Opvallendst in de bewerking is echter de stevige injectie van hedendaagse waarden, waardoor het eigentijdse karakter van de tekst opgeschroefd wordt. De kolder in Torelore, bedoeld als een parodie op het epische genre, wordt bij Hinglais een expliciete boodschap over verdraagzaamheid en vrede. Het begint al vlug met het aanstippen van de bruine kleur van kamermeid Merliflet en gaat zo verder, over schipbreukelingen (asielzoekers), religieuze en interculturele verdraagzaamheid, vreedzaam vechten met groenten. Nicolette is hier duidelijk nog steeds moslima, maar het is toch vrij naïef in wat een prentenboek pro multiculturaliteit moet zijn, te denken dat het animistische polytheïsme van Torelore moslims ('geen god dan God') zal bevallen. Hoe dan ook, de koning van Torelore spreekt zich uit voor al deze vredige waarden, en verwoordt het aardig tegen de protesterende Aucassijn: 'Als u niet om kunt met andere gewoonten, dan kunt u beter niet reizen!'. Minder gevat is: 'Waarom wil die jongen een zwaard gebruiken? Op mijn eiland? Je kunt toch ook vechten zonder elkaar pijn te doen! Ik wil geen doden door de oorlog, geen sprake van! Niet op mijn eiland!'.

Het had subtieler en minder herhalend gekund. De expliciete boodschap in dit prentenboek wordt gelukkig verlicht door het grappige verhaal. Van het groentegevecht maakt Hinglais gebruik om het eten van groenten aan te prijzen, opnieuw via de koning, en aan het eind met een variant op de bekende sprookjesfrase: 'En ze leefden nog gelukkig en aten veel verse groenten tot het einde van hun dagen'. Het verhaal lees vlot, maar is nogal omslachtig door de vele, soms overbodige dialogen. Het taalgebruik is een enkele keer stroef en moeilijk.

De aantrekkelijkheid van dit prentenboek en het behoud van enige middeleeuwse sfeer is vooral te danken aan de prenten van Tom Schamp. Net zoals in De zesde dag kan hij zich door het liggende formaat uitleven in de breedte om volle, frisse natuur te schilderen, op een wijze die sterk aan de naïeve schilderkunst doet denken. In het paleis van Torelore bereikt hij in de decoratie en de kleuren een oosterse sfeer. Prachtige prenten zijn die waarin het religieuze verschil tussen Aucassijn en Nicolette wordt uitgebeeld, het animisme van Torelore in exuberante fauna en flora wordt uitgewerkt, foto's van groenten in de schilderijen over de oorlog worden gestopt (een fris effect). Gebruikelijke ingrediënten van Schamps illustratiekunst zijn de dierenkoppen (Aucassijn is een witte stier, Nicolette een ranke gazelle, de koning een robuuste ram), gestreepte rupsen, slangen en boomstammen, een appelsien als zon, culturele verwijzingen (Zorro komt hier eens kijken) etcetera. Visuele grapjes zijn aanwezig, maar iets minder dan gewoonlijk. Zo heeft de illustrator slechts een paar keer zijn voornaam of initialen verwerkt in de prenten. Op het eind, in een overvolle uitbeelding van het slotfeest, komt wel een zelfportret: Schamp komt uit een Chinese vaas gekropen, palet in de hand. Ook opvallend zijn enkele verwijzingen naar René Margritte (bolhoed, pijp, wolkenduif), een invloed die Schamp vroeger niet altijd wou erkennen, maar nu duidelijk aangeeft. [Chris Bulcaen]
Copyright (c) Vlabin-VBC00000000http://www.deleeswelp.be