Beschrijving

Recensie

C. la Roi
De 9-jarige Wibbo gaat er graag op uit met zijn vrienden Triks, Jesse en Mona, om in een leegstaand matrassenmagazijn piraatje te spelen. Wanneer het magazijn wordt afgebroken, moeten ze op zoek naar een nieuwe speelruimte. De zolder bij Wibbo thuis lijkt daarvoor heel geschikt, maar Triks en Jesse mogen niet bij Wibbo spelen, omdat het daar een puinhoop is. Gaandeweg komt Wibbo erachter dat zijn ouders verslaafd zijn aan drugs. Korte zinnen, veel dialoog, populair taalgebruik. Collageachtige zwart-wittekeningen zorgen voor een vrolijke noot in de zware problematiek. Gerealiseerd in het kader van een project voor opvoedingsondersteuning aan (ex-)drugsgebruikende ouders in Vlaanderen. De problematiek wordt vereenvoudigd, maar niet gebagatelliseerd. Ook voor lezers die niet tot de doelgroep behoren interessant door het kweken van een beter begrip voor kinderen in dergelijke situaties. Vanaf ca. 9 jaar.
© NBD Biblion
Wibbo is een jongetje met heel veel fantasie. Dat moet ook wel, want in de echte wereld liggen zijn ouders te suffen op de zetel en loopt zijn grote broer Kobie rond met een boos gezicht. Hun huis is vervallen, in de grote tuin moet je door het onkruid waden en zijn kleren worden niet meer gewassen. Zijn ouders werken niet, en krijgen vaak bezoek van vreemde mensen die naast hen op de bank gaan liggen suffen of slapen. ‘Zijn ze ziek?’, vraagt Wibbo zich af.
Maar het is zomervakantie, en daar wil hij zoveel mogelijk van profiteren. Samen met zijn beste vrienden Jesse, Triks en Mona heeft Wibbo in een verlaten magazijn met matrassen een schip gemaakt. De kinderen beleven er de gekste avonturen. Tot de gemeente besluit om het magazijn te slopen en er een nieuwe wijk te bouwen. De vrienden zijn hun speelterrein kwijt en moeten op zoek gaan naar een alternatief. Wibbo stelt voor om bij hen, op de grote zolder, te gaan spelen. Dan wordt duidelijk dat zijn vriendjes afhaken. Ze mogen van hun ouders niet bij Wibbo thuis spelen. Er komt een duidelijke wending in het verhaal. Het ontspannende avonturenboek verandert met een paar zinnen in een aangrijpend verhaal over twee jonge kinderen die opgroeien bij drugverslaafden. Wibbo trekt langzaam zijn ogen open. Terwijl Jesse en Triks op vakantie vertrekken, neemt Mona hem mee naar een voetbalteam, speciaal voor kinderen waarvan de ouders verslaafd zijn. In Het Huis kunnen drugverslaafden met elkaar praten en proberen hulpverleners hen weer wat gevoel voor eigenwaarde en zin in het leven te geven. Langzaam komt er een positieve wending in Wibbo’s leven, zeker als eerst zijn moeder, en daarna schoorvoetend ook zijn vader, naar Het Huis komen.
Do Van ranst schreef dit verhaal in het kader van het project ‘Opvoedingsondersteuning aan (ex-)druggebruikende ouders’, in samenwerking met Medisch Sociaal Opvang Centrum en de Opvoedingswinkel. De auteur slaagt erin om rond dit moeilijke thema toch een verhaal op kindermaat te schrijven, zonder al te belerend te zijn. Vooral het gesprek tussen de twee broers, waarbij de nog maar veertienjarige Kobie aan zijn kleinere broertje uitlegt dat hun ouders verslaafd zijn aan ‘spul’ is ontzettend knap en ontroerend geschreven. Kinderen die noodgedwongen in een dergelijke situatie moeten opgroeien, kunnen dit duwtje in de rug zeker gebruiken. Natuurlijk zal de afloop niet altijd zo positief zijn als in het verhaal van Wibbo, maar toch kunnen zijn belevenissen wat hoop geven en begrip doen groeien bij andere kinderen. Ann de Bode levert uitstekend werk met de collages die het boek illustreren. [Nora Janssens]
Copyright (c) Vlabin-VBC20120215http://www.deleeswelp.be