Beschrijving

Recensie

Elizabeth Kooman
Davy is ziek. Zo ziek dat de dokter moet komen. Die zegt dat hij een leger hoort binnen in Davy. Een leger met soldaten, olifanten en veel munitie. Dat is maar goed ook, want er moet gevochten worden. Davy vindt het eerst indrukwekkend, maar later aarzelt hij. Vertelt de dokter eigenlijk niet zomaar een verhaaltje? Hij voelt zich gewoon behoorlijk beroerd. De dokter zegt dat Davy zelf mag weten wat hij gelooft. De zorgvuldig gekozen woorden van schrijver en dichter Edward van de Vendel maken duidelijk hoe Davy zich voelt: ‘’s Nachts was het plafond veel grijzer dan overdag.’ De illustraties, geschilderd in grote kleurvlakken in vooral veel rode en blauw-paarse tinten, passen perfect bij de tekst. Op een gegeven moment zegt de dokter dat er olifanten in het leger zitten. Daarvoor laat de schrijver hem even Davy’s kamer rondkijken. Op een eerdere pagina tekende Pieter Van Eenoge die kamer, met een plaatje van een olifant aan de muur en een olifantspaarpot. Ook weet de illustrator Davy’s koorts goed te verbeelden. De stippels van zijn dekbed dansen bijvoorbeeld over de hele bladzijde. De kleur van de tekst wisselt subtiel; dialogen zijn steeds vet en zwart gedrukt. Een prachtig, oblong prentenboek over ziek zijn, en over de kracht van fantasie en verhalen. Vanaf ca. 4 jaar.
© NBD Biblion
Davy is ziek, erg ziek, en hoort voortdurend ‘gedonder en gerommel’ in zijn binnenste. De dokter verklaart het nogal eigenzinnig als de geluiden van het ‘leger’, dat komt strijden tegen de vijand. Edward van de Vendel bewijst opnieuw over de juiste dosis creativiteit en taalvermogen te beschikken om een wat banale gebeurtenis als een doktersbezoek een originele invalshoek te geven. Die originaliteit zit overigens niet alleen in de vergelijking van de ziekte met een veldslag, want dat werd al eerder vertoond, maar vooral in de consequent volgehouden beeldspraak. Pieter Van Eenoge zet de militaire verwijzingen voort in zijn illustraties bijvoorbeeld door de muren van Davy’s slaapkamer met posters van soldaten te sieren, of een speelgoedsoldaatje strategisch naast Davy’s ziekbed te plaatsen. Ook olifanten, Davy’s lievelingsdieren, vechten dapper mee in het leger. De groteske illustraties met robuuste figuren in felle, schreeuwerige kleuren vormen een eyecatcher van formaat, al verhindert Van Eenoges strakke compositie te beladen, overdadige prenten.
Hoewel de dokter herhaaldelijk op visite komt, en beterschap voorziet, voelt Davy zich allesbehalve genezen. Tevens doorprikt hij kritisch de fantasievolle voorstelling van de dokter als ‘gewoon een verhaaltje’. Van Eenoges illustraties tonen planten en bomen, opgebouwd uit botten en aders, een wat macabere voorstelling, maar wel doeltreffend. Meteen wordt de spanning sterk opgebouwd en zal menig lezer zich afvragen of het met Davy ooit nog goed komt.
De fantasierijke invulling, zowel in woord als beeld, doet denken aan het absurdistische verhaal ‘Van de jongen die een eikenhouten stoeltje at’, het resultaat van een intense samenwerking tussen Edward van de Vendel en Gerda Dendooven. Een originele, fantasierijke invalshoek en krachtige illustraties die verdergaan dan het louter ‘uitbeelden’ van de tekst, vormen in beide boeken een stevige basis. Toch is het opvallend dat Pieter Van Eenoge duidelijk nog op zoek is naar een geheel eigen stijl: zijn groteske, verontrustende beelden roepen toch te duidelijke reminiscenties op aan het werk van bijvoorbeeld Gerda Dendooven en Tom Schamp.
Het maakt Het leger van Davy tot een expressief prentenboek, dat de verbeelding van jonge kinderen weliswaar zeker zal prikkelen, maar in visuele originaliteit niet geheel uitblinkt, en dat is jammer, want de samenwerking tussen een gerenommeerd auteur en veelbelovend illustrator had een veel sterker prentenboek kunnen opleveren. [Jürgen Peeters]
Copyright (c) Vlabin-VBC20111231http://www.deleeswelp.be