Beschrijving

Dertig dagen

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door De Geus in
Samenvatting
Alphonse is met zijn geliefde Kat verhuisd naar de Vlaamse Westhoek. Ver weg van het drukke Brussel en het wisselvallige muzikantenbestaan is hij gelukkig met zijn eenmansklusjesbedrijf. Zijn klanten zijn lovend over zijn werk, en nog meer onder de indruk van hemzelf. Alphonse verspreidt rust, mensen stellen zich open voor hem, hebben zo sterk de behoefte aan zijn adviezen dat ze hem gaan opeisen. Alphonse is zich bewust van zijn charisma, maar wil goeroe noch Jezus zijn.

Recensie

Leven en dood in de Westhoek

Annick Vandorpe, 25 februari 2015

In de nieuwe roman van Annelies Verbeke draait alles om dualiteit. De schrijfster neemt ons mee naar de Westhoek, waar we dertig dagen meeleven met Alphonse, een klusjesman die buiten zijn wil om de vertrouwenspersoon van zijn klanten wordt.

Bloed, zweet en tranen heeft Annelies Verbeke (°1976) vergoten bij het schrijven van Dertig dagen. "Mijn romans hebben elk een centrale gedachte", vertelt ze. "Onrust in Slaap!, geweten in Reus en wanhoop in Vissen redden. Deze keer wist ik dat het goedheid zou worden. Ik heb daar om gevloekt. Niemand wordt graag voor een moraalridder versleten en dat thema leent zich ertoe. Mijn protagonist was nog fundamenteel gelukkig ook. Hij maakte het mij echt niet gemakkelijk."

Biechten

In Dertig dagen tuimelen we het leven in van de veertigjarige Alphonse Badji. Na een onstuimig bestaan als muzikant in Brussel is Alphonse met zijn vriendin Kat naar de Westhoek verkast, waar hij een eenmansklusjesbedrijf uit de grond heeft gestampt.

Hij verricht prima werk, maar wat hem écht bijzonder maakt, is zijn persoonlijkheid. Alphonse straalt rust en rechtschapenheid uit, biedt steeds een luisterend oor en velt geen oordeel. Zijn klanten luchten hun hart bij hem en hebben hem steeds meer nodig. Kat noemt hen 'patiënten'. Alphonses overvloed aan empathie stemt haar niet altijd even gelukkig. Als iemand belt met een wens of probleem, kan hij niet weigeren. 'Jij geeft mensen belachelijk veel kansen', verwijt Kat. 'Tot ze toeslaan.'

Net als Verbekes levenspartner blijkt Alphonse afkomstig uit Senegal. Subtiel laat de schrijfster ons zijn origine afleiden uit de reacties van de omgeving. Met zijn zwarte huid valt hij op tussen de Westhoekbewoners. Enerzijds krijgt hij te kampen met racisme, maar anderzijds is het zijn huidskleur die hem zijn status verleent bij zijn klanten - althans dat denkt zijn vriendin toch. 'Volgens Kat beklemtoont zijn kleur dat hij buiten hun leven staat, en laten ze hem er daarom in', schrijft Verbeke. Gaat ze daar zelf mee akkoord?

"Ik heb al vaak over 'de buitenstaander' geschreven, en vroeger beklemtoonde ik vooral het gevaar dat die buitenstaander liep in de vijandige groep. Maar de buitenstaander heeft ook voorrechten. Hij hoort duidelijk niet bij hun leven, en mensen zitten soms te wachten op iemand die niet bij hun leven hoort om hem geheimen te vertellen. Alphonse is de enige met een donkere huidskleur in de onmiddellijke omgeving. Dat beklemtoont zijn buitenstaanderspositie. Maar daarnaast is het natuurlijk zijn beroep dat maakt dat ze hem zien als een te vertrouwen persoon die enkel tijdelijk aanwezig zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat een liefdevolle, levenslustige, vredelievende inborst de biecht bevordert."

Goedheid mag dan het hoofdthema zijn, dat betekent niet dat Dertig dagen verzinkt in zoetsappigheid. Geraffineerd bespeelt Verbeke het register van de dualiteit: leven en dood, goed en slecht, vriend en vijand gaan nauw met elkaar samen. Dat besef dringt ten volle door aan het slot van de roman.

Anarchie

De streek waar Dertig dagen speelt, legde die dualiteit op, zegt de schrijfster. Ze leerde de Westhoek door en door kennen in 2013, toen ze een wekelijkse blog schreef voor het project '300 jaar grens'.

"De bewoners hebben me vaak verteld hoe troosteloos het kan worden bij guur weer, maar toen ik er in de lente en de zomer was, waande ik me soms in een sprookje: zo dartel, zo lieflijk en mooi het daar kan zijn, met die sappige heuveltjes, de wilde hyacinten, de mooie bruine koeien en wolken, wolken en nog eens wolken.

"Aan de andere kant is het gebied onmiskenbaar de streek van de dood. De vrouw van mijn hoofdpersonage zegt: 'Het enige wat hier in leven wordt gehouden is de dood.' Ook dat is waar: de vele graven uit de Eerste Wereldoorlog, de hoge zelfmoordcijfers vandaag, en al wat er ten einde komt, zoals de oude volkscafés, de dorpen waar geen nieuwe mensen komen wonen. Een uitspatting van vergankelijkheid te midden van een zich steeds weer vernieuwende natuur."

Verbeke vervat de eigenheid van het West-Vlaamse platteland in sprekende, poëtische beelden. Humor is nooit veraf. Over de lage winterzon boven de weilanden schrijft ze bijvoorbeeld: 'De zon baadt in de mist, een rijpe abrikoos in crème anglaise.'

Kat 'lijdt onder een overdosis streek' en mist het leven in de stad. Terwijl Alphonse de Westhoek waardeert ('omdat er zo weinig gebeurt, krijgt wat er wel gebeurt een wonderlijk aura, het eist een scherpere aandacht op', vindt hij), is zij van mening dat 'de mensen collectief krankzinnig worden van verveling'. Veel uitgaansmogelijkheden biedt de regio niet, maar de plaatsen van vertier die er wél zijn, tarten de verbeelding. Zo belanden Alphonse en Kat op een dag in een tot danszaal omgebouwde boerderij waar een priester missen aan Elvis Presley opdraagt.

"Die plek bestaat echt", vertelt Verbeke. "Je vindt er een wilde mengeling van Elvisdevotie, een cultus rond de eigenaar, varkensribben, pianobattles, motorwijdingen, blues, hop, religiositeit en plezier. De volstrekt ongegeneerde hang naar anarchie die je daar aantreft, staat haaks op de achterdocht en behoudsgezindheid die ook eigen is aan de Westhoek."

Verbeke gaat niet voorbij aan de vluchtelingenproblematiek in de grensstreek. Alphonse leert Afghanen kennen die hun kampen hebben opgeslagen in de velden en het Kanaal over willen. De smartelijke taferelen die Verbeke in de roman schetst, heeft ze met eigen ogen gezien.

"Dankzij Médecins du Monde kreeg ik toegang tot drie van die geïmproviseerde kampen in Frans-Vlaanderen. Ik had erover gelezen, maar mijn hemel, ter plaatse zijn en het zien en met de vluchtelingen en hulpverleners praten, is toch een ander paar mouwen! In het kamp in Tatinghem scholen die mannen in een geul tussen twee weilanden, waar bakken voor schoenen in de aarden wanden waren getimmerd. Terwijl wij massaal de Eerste Wereldoorlog aan het herdenken waren, bevond ik me daar plots in een hedendaagse loopgraaf waar maar weinig over wordt gerept."

Hypnose

"Het grensgebied is een zeer intense streek", benadrukt ze. "De geschiedenis en de bijbehorende emoties zijn in de bodem gesijpeld. Ik schrijf er niet alleen aardige zaken over, maar ik ben wel van de streek gaan houden. Het loopt daar trouwens vol Verbekes. Toen ik voor de blog de eerste keer naar mijn uitvalsbasis Callicanes reed, had ik mijn lief meegenomen. Die stond plots gierend van het lachen te wijzen naar een reclamebord aan de eerste gevel op Franse bodem, waarop een blonde vrouw in een verwrongen houding naast een open haard stond afgebeeld met daarnaast de slogan 'Verbeke. Le feu. La passion.' Wie kon het nog ontkennen: ik had mijn bestemming bereikt."

De Westhoek en het grensgebied hadden een speciale uitwerking op haar. "Na enkele bezoeken begon ik te vermoeden dat de streek me hypnotiseerde. In mijn boek wilde ik eerst absoluut een hypnotiseur opvoeren. Gaandeweg ging ik gelukkig begrijpen dat het hypnotische aspect in het landschap zat, en in de interactie tussen mijn hoofdpersonage en zijn klanten. 'Wederzijdse hypnose' noemt hij het ergens."

Saai wordt het niet in het gezelschap van Alphonse: hij krijgt weet van allerlei geheimen en is getuige van merkwaardige taferelen. Verbeke laat de ongebreidelde fantasie en absurde humor die we van haar kennen de vrije loop. Zo werkt Alphonse op een gegeven moment bij een klant wiens zoontje Hadrianus (!) voortdurend Maori-kreten slaakt. Het kind, dat in de vakantie naar Nieuw-Zeeland is gereisd, lijdt aan een syndroom, vertelt de moeder: 'Hij is zeer, zeer beïnvloedbaar, vooral in geografisch opzicht.'

Een van de meest absurde scènes vindt plaats in een schrijversresidentie waar Alphonse een klus uitvoert. Vanuit het aangrenzende vertrek luistert hij een interview af van een vrouwelijke auteur met een onbeschofte journalist. Wanneer de schrijfster begint te schreeuwen, stormt Alphonse de kamer binnen. Blijkt dat de journalist zich doodleuk aan het ontlasten is op het parket.

"Op het groteske einde na is het een samenstelling van mijn belevenissen met enkele journalisten", bekent Verbeke. "Soms zit ik oog in oog met iemand die overloopt van minachting en haat. Dat zijn bevreemdende ervaringen, waarbij ik lang een overdreven beleefde reactie had."

Verbeke noemt zichzelf een gedreven reizigster, die behalve van de Westhoek houdt van metropolen en de enorme energie die ervan uitgaat. "Soms voelt het alsof ik met die plekken heb gevreeën, en scheur ik me er met pijn in het hart van los", zegt ze.

Wie Dertig dagen dichtklapt, kent dat gevoel.

Annelies Verbeke, Dertig dagen, De Geus, 320 p., 19,95 euro.

ANNICK VANDORPE ■

25 februari 2015© De Morgen 26

Vermomd als zwarte klusjesman

Jelle Van Riet, 27 februari 2015

Het vergt moed om dwars tegen alle regels voor een hip imago in de goede, gelukkige en in liefde verbindende Jezus in jezelf gestalte te geven in een roman. Annelies Verbeke doet het in Dertig dagen.Sans gêne.


Zo op het eerste gezicht lijkt Alphonse Badji, de hoofdpersoon in Dertig dagen, weinig op zijn schepper Annelies Verbeke. Zij is blank, woont in Gent en leeft van haar hoofd. Hij is zwart en heeft enige tijd geleden het drukke Brussel ingeruild tegen de stille Westhoek, zijn onzeker muzikantenbestaan tegen een standvastig leven als klusjesman. Maar schijn bedriegt. Een schrijfster kan haar ziel in eender welk lichaam vangen. Pratend aan haar eettafel ontpopt zij zich algauw als de zachte, gelukkige en breeddenkende mens die Alphonse ook is. Iemand met de gave om mensen te raken, te helpen en - het werkwoord zal vaak vallen - te verbinden. Over de grenzen heen; de setting van de roman is niet toevallig het grensgebied met Frans-Vlaanderen. 'We leven in een tijd van scherpe afbakening en ik voel mij daar niet goed bij. Het is niet wie ik ben', bekent Verbeke. 'Ik verlang naar verbindingen en ben ook steeds minder gegeneerd om dat toe te geven. Grenzen zijn menselijke maaksels, die je ook compleet buiten beschouwing kunt laten in het denken.'

Verbeke heeft wat zij een jezuscomplex noemt, al is daarmee geenszins de hele caleidoscoop van haar zijn belicht. 'Bij geen enkele mens ontvouwt het leven zich als één consequent verhaal.' Zij ziet zichzelf - zo leest u het ook in Dertig dagen - als een optocht, waarin nu eens de een dan weer de ander de leiding neemt. 'Voor vrienden is dat soms verwarrend, maar anders dan vroeger vind ik die parade zelf niet langer problematisch. Ik zou juist veel van de wereld missen, mocht ik me tot één persoon of één imago moeten beperken. Aangezien ik op een dag doodga en graag leef, wil ik zoveel mogelijk zien. Dat kan niet binnen de muren van één wereldje.'

Et voilà waarom Verbeke ook zo graag verhalen schrijft: 'In verhalenbundels kan de hele optocht naar buiten. Dat is telkens een hele opluchting, maar na de speeltijd wil ik toch graag terug naar de kern. De voorbije twee jaar heb ik me dus de vraag gesteld: wie is nu de Grote Leider? Het antwoord: Alphonse Badji.'

Zo zwart als een soutane

Zo stug als Alphonse zich aan de schrijfster openbaarde - bij het schrijven kende ze 'weliswaar prettige momenten van inzicht, maar vooral veel lijden' - zo soepel voelt het resultaat. Dit naar Verbekes maatstaven lijvige relaas van dertig dagen uit een leven is een rijk boek. Wie immers kan zo breed verhalen sprokkelen als een klusjesman, die voortdurend andere interieurs, versta levens binnenstapt en de gave heeft om die vluchtige contacten intens te maken? 'Al­phonse spreekt over "wederzijdse hypnose", wat ik ken. Als in een gesprek de oppervlakkigheden wegvallen en mensen tonen wat er zit en jij luistert, dan ervaar ik dat precies zo.' Dat elk huisje zijn kruisje heeft, laat Verbeke toe over veel thema's gedachten te formuleren. Bovendien brengt ook Alphonses huidskleur een thema met zich: racisme. 'Ik zoek niet bewust naar onderwerpen om over te prediken. Ze kruisen gewoon mijn pad. Aan de zijde van mijn geliefde(Verbeke heeft al vijf jaar een relatie met een Belgo-Senegalees, red.) zie ik nu eenmaal meer. Racisme is, geloof me, niet relatief. Net als bij een alcoholprobleem begint de oplossing bij de erkenning van het probleem: racisme is reëel en verzuurt veel levens.'

Toch biedt zwart zijn ook voordelen. 'Je kleur is de soutane van de geestelijke, het beroepsgeheim van de psychiater', concludeert Alphonses geliefde Kat, een lid van Verbekes optocht. 'Alphonse is zoals al mijn hoofdpersonen een buitenstaander: een Afrikaan in de Westhoek, dat zegt genoeg. Alleen heeft dat dit keer ook iets positiefs. Juist omdat hij niks met hun levens te maken heeft - meer nog door zijn beroep als tijdelijke passant dan door zijn kleur - vertellen mensen hem snel hun geheimen.' En geheimen hebben ze in dat grensgebied waar de dood in leven wordt gehouden en de zelfmoordcijfers bij de hoogste in Europa horen. 'Ik heb de streek leren liefhebben dankzij een schrijfopdracht. Voor het project 300jaargrens.eu schreef ik een jaar lang een blog en reed ik minstens eens per week die richting uit. Niet één keer tegen mijn zin. De reisjes op zich, het rondrijden, wandelen en op een bankje zitten werkten zelfhypnotisch. Ik ben het eens met de verhalenschrijver Kevin Barry, die stelt dat je een plek, in zijn geval de afgelegen provinciestadjes van Ierland, werkelijk kunt voelen. Dat alle mensen die er hebben geleefd en geleden in 's lands bodem, heuvels en rotsen zijn geslopen. Dat klinkt esoterisch en een mens is geneigd zich daarvoor te verontschuldigen, maar in de Westhoek voel ik zowel het massale lijden uit het verleden als de kracht van herstel. Niks in de nu ongerepte natuur herinnert aan honderd jaar geleden, toen elke boom kapotgeschoten was.'

Fundamenteel gelukkig

Voor Alphonse zit de aantrekkingskracht van afgelegen plekken in het feit dat er zo weinig gebeurt, waardoor wat er wel gebeurt een wonderlijk aura krijgt. 'Het boek sluit aan bij iets wat ik eerder zei, namelijk dat veel mensen op zoek zijn naar echte wolken boven decloud. We verlangen massaal naar rust. Ook ik apprecieer oorden waar schijnbaar weinig impulsen zijn, waardoor ik beter kan kijken en luisteren.' Als passant bedoelt ze, want net als Kat zou Verbeke niet in de Westhoek willen wonen. Als ze Alphonse 'ongemerkt' laat 'thuiskomen', doelt ze ook niet zozeer op de plek dan wel op 'het moment in een leven waarop je voelt: het is goed zo. Ik ben goed zoals ik ben.' Het overviel Verbeke in 2009, bewust en niet toevallig nadat ze een groot verdriet door was gesparteld. 'In die zin begint Dertig dagen waar Vissen redden eindigde: bij het moment waarop het hoofdpersonage niet verdrinkt. De romans zijn in veel aspecten elkaars fotonegatief, want anders dan Monique Champagne is Alphonse wel een geslaagde helper. Zijn goedheid wordt gecontesteerd en er is ambiguïteit troef, maar hij is toch een echte Jezus!'

Een hoofdpersoon met een goede inborst die zich ook nog eens 'fundamenteel gelukkig' voelt, de voorbeelden in de wereldliteratuur zijn schaars. 'Ik heb lang getwijfeld of ik zo'n hoofdpersonage zou aandurven maar vond het uiteindelijk ook een dwaze vorm van zelfcensuur het niet te doen. Je kunt toch goed én gelukkig zijn? En toch geen idioot. Toch zeker gedurende dertig van je leven.' Al even dun gezaaid, zeker in de hedendaagse literatuur, zijn klusjesmannen. 'Arbeiders tout court, want door de huidige segregatie zijn weinig auteurs met die wereld vertrouwd. Ik ken haar via mijn grootouders en via mijn lief. Bij het ontmoeten van een van zijn maten, een klusjesman, bestond voor mij plots het romanpersonage waarop ik al een tijdje broedde. Gek was dat.' Tot daar de gelijkenis, benadrukt ze. Alphonses geluk is echt wel het hare. Toch - het blijft een Verbeke - tellen de dertig dagen uit de titel af, wordt de liefelijkheid op zijn kant gezet. 'Altijd kan iemand de kamer binnenkomen om je leven in brand te steken', bedenkt Alphonse.

Hollywood-nazi's

'Ik ben inderdaad tot de schrijnende ontdekking gekomen dat je op een punt kunt komen waar je niet langer zelf het probleem bent en je denken evenmin, maar waar iemand je wil vernietigen, om wat voor waanbeeld ook. Je hoeft heus niet zelf een strijd aan te gaan om het voorwerp te worden van iemand anders' strijd. Dat kan een persoon zijn, een groep of een oorlog.'

Ook mensen hulp bieden is niet zonder gevaar. Voor je het weet, vreten ze je met huid en haar op. Bovendien moet je maar één verondersteld steekje laten vallen of je wordt gelyncht. 'Ha, je ware aard ontmaskerd', oreren de mensen dan. Dan was 'al dat deugen en geven maar een dun laagje beschaving dat ze nu met genoegen weggekrabd zien', aldus Kat. 'Die denkfout wil ik niet maken', benadrukt Verbeke. 'Evenmin wil ik tirannen een ruim hart toebedelen omdat ze eens iets goeds hebben gedaan. Ik weet niet waarom, maar er schort op dit moment iets aan het imago van zij die goed doen. Geef iets een humanistische vlag en het wordt meteen verdacht.'

Eerder dan te denken in termen van goed en kwaad, probeert zij de mensen te zien zoals Sonke Neitzel en Harald Welzer, de auteurs van Soldaten. Over vechten, doden en sterven, een non-fictieboek gebaseerd op de afluisterverslagen van Duitse Wehrmacht-militairen. 'Zij ontdekten dat in zo'n situatie tien procent van de mensen zich ontpoppen als held: zij blijven zelfs met gevaar voor eigen leven trouw aan hun humanistische principes. Tien procent worden Hollywood-nazi's: ha-ha-ha-sadisten die van andermans pijn genieten. De resterende tachtig procent doet alles wat ze denken dat op dat moment van hen verwacht wordt. Als dus een overheid of een leider het slechte verwacht, gaat tachtig procent mee en hebben tien procent sadisten een heerlijke tijd. Beangstigend, maar het betekent ook dat als je de mensen kunt overtuigen van het goede, je een prettige manier van leven kunt creëren voor veel mensen.'

Teruggekeerde Syriëstrijders

'Je moet ze ontzien, de mensen', vindt Al­phonse. Verbekes erbarmen lijkt dan ook met haar oeuvre toe te nemen. 'Er is meer mededogen, ja, maar dat gaat wel gepaard met een groeiend besef van de absolute kwetsbaarheid van mensen. Ik zie dus ook de vernietiging almaar duidelijker afgelijnd. Zoals Alphonse zwalp ik tussen twee ideeën. Enerzijds vind ik het wel meevallen - het gebeurt tenslotte niet zo vaak dat mensen in vredestijd de straat opgaan om anderen met een jachtgeweer dood te schieten. Anderzijds word ik een groeiende haat in de wereld gewaar, een aanzwellend gerommel van een oorlog van iedereen tegen iedereen. Soms hoop ik dat zulke wereldwijde crisissituaties iets nieuws doen ontwaken, maar hoe kan goedheid overleven als haar kracht die van een bloem is? Tja, dat weet ik dus niet.' Verbeke alludeert hier op het motto in Dertig dagen: ' How with this rage shall beauty hold a plea/ whose action is no stronger than a flower.' Met dank aan Shakespeare.

Een antwoord vindt ze bij een held als Usman Raja, een Brit met Arabische roots die teruggekeerde Syriëstrijders in de gevangenis bezoekt. 'Hij tracht hen bij te brengen dat geloof nooit voor vernietiging kan staan, enkel voor liefde. Hij zegt letterlijk dat hij iedereen probeert te zien als een kindje, of het kind dat ze waren. Prachtig. Het klinkt melig en brengt slecht aan de man, maar het enige antwoord op de totale vernietiging is de totale liefde. De wereld heeft nood aan zo'n morele beweging waarin liefde centraal staat. Anders zijn we enkel nog door oorlogen en grote corporaties met elkaar verbonden. Dan is de mondialisering twist en commercie. Ik denk dat velen ook iets anders voelen en we dat toch zouden moeten kunnen. verbinden!' Ze lacht. Als ik haar vraag hoe de omgang tussen mensen op grote schaal kan worden vergemakkelijkt, antwoordt ze met een vraag die ze eens in een theaterstuk hoorde: 'Kunnen we nu allemaal ons ego achterwege laten zodat we eindelijk op ons gemak kunnen zijn? Dat vind ik een goed begin.'

ANNELIES VERBEKE

Dertig dagen.

De Geus, 320 blz., 19,95 Euro.

Het boek wordt op 3 maart om 20 uur voorgesteld in Kunstencentrum Vooruit in Gent. www.vooruit.be

Jelle Van Riet ■

27 februari 2015© De Standaard 4
L.A.A. Kruse
De veertigjarige Senegalees Alphonse Badji is van Brussel verhuisd naar de Westhoek en heeft zijn onzekere, onstuimige muzikantenbestaan ingeruild voor de zekerheid als schilder en behanger en de stilte van een grensstreek waar ‘de dood het enige is wat in leven wordt gehouden’. Zijn vriendin Kat voegt zich enige tijd later bij hem. Hij is een zacht, gelukkig en breeddenkend mens. Omdat hij belangeloos openstaat voor anderen, wordt hij, hoewel hij een buitenstaander is, voor velen een vertrouwenspersoon, een ‘goeroe voor hun gemoedsrust’, wat volgens Kat vooral komt door zijn huidskleur, zijn ‘soutane van de geestelijke, het beroepsgeheim van de psychiater’. Helaas, dat kan niet goed gaan! Al snel blijkt de dualiteit: goed wordt verdrongen door slecht, een vriend ontpopt zich als een vijand, zoals ten volle blijkt uit het schrijnende slot van de roman. Verbeke (1976) is op dreef, met pakkende verhalen van vaak benepen burgers en sfeervolle, beeldende beschrijvingen van het stille landschap, en stelt actuele thema’s als racisme en vluchtelingenproblematiek op boeiende wijze aan de orde.
© NBD Biblion