Beschrijving

Recensie

Antoine de Kom is een dichter die met zijn voeten in uiteenlopende culturen staat. De dichter woont en werkt in Nederland, maar een deel van zijn jeugd bracht hij door in Suriname. Hij is als dichter een speler met woorden, maar tegelijk vindt hij het belangrijk om nadrukkelijk stelling te nemen in maatschappelijke debatten.
Toch impliceert dit niet dat de dichter overtuigd zou zijn van zijn grote gelijk. Integendeel, De Kom is zich bewust van de mogelijkheden maar ook van de grenzen van het medium dat hij zo meesterlijk gebruikt. Zijn engagement is bij uitstek poëtisch en daardoor allerminst rechtlijnig. Tegelijk biedt de suggestiviteit van beelden de mogelijkheid om creatief de veelheid van de wereld te laten zien. Dat blijkt al uit de meerduidigheid van de titel: ‘string’ kan slaan op de lingerie (veel van de gedichten formuleren een verheerlijking van het erotische lichaam en ook de natuur wordt frequent geërotiseerd), maar ook op de snaarinstrumenten (muzikaliteit en ritmiek zijn nooit ver weg) en zelfs op de touwtjes die mensen in handen houden of op de string als een ketting van kleine brokken informatie. Al die aspecten spelen in de bundel onmiskenbaar een rol; ze creëren mogelijkheden maar houden tegelijk ook beperkingen in. Een mooi voorbeeld daarvan vormt al de openingsreeks, ‘Haar vele’. Het gedicht begint in een bij uitstek idyllische en erotische sfeer maar die slaat drastisch om wanneer de vrouw een aantal lege vellen openlegt: meteen doen kinderen en soldaten massaal hun intrede, en het oorlogsgeweld blijkt ook zijn sporen na te laten bij de geliefden, die zich bewust worden van hun tijdelijkheid en hun anonimiteit, want ook zij staan op een lijst met nummers. De wisselwerking tussen doden en levenden, hier en elders, eros en thanatos wordt zo op aangrijpende wijze uitgewerkt. Geweld en erotiek grijpen als het ware onbeperkt om zich heen, wat hier overtuigend wordt gedemonstreerd. Aan die dynamiek ontlenen individuen en groepen hun identiteit, maar tegelijk verliezen ze die evenzeer door de optredende ontregeling.
Toch maakt De Kom het zijn lezers bijzonder moeilijk. Niet alleen springt hij in specifieke gedichten van de hak op de tak, vrijwel elke reeks is ook anders van stijl. Sommige gedichten zijn sterk gebald en lyrisch, andere zijn daarentegen wijdlopig, haast zonder begin en einde. Ook typografisch wordt er geëxperimenteerd met bladschikking, met proza, met mailteksten… Het effect daarvan is ongetwijfeld dat zelfs het banale een exotisch tintje krijgt en dat de lezer letterlijk op de woorden en de letters wordt gedrukt. Tegelijk echter leidt dat tot een zekere vermoeidheid, omdat de specifieke meerwaarde van die middelen niet altijd overtuigend blijkt. Ik beschouw deze bundel dan ook als een soort van catalogus, waarin de dichter demonstreert wat hij allemaal vermag. In ieder geval is De Kom een van onze meest prominente geëngageerde dichters van het moment. Als hij erin slaagt om de heterogeniteit in een volgende bundel wat in te perken of om te smeden tot een noodzakelijker geheel, is hij alleszins een groot dichter! [Dirk De Geest]
Copyright (c) Vlabin-VBC2014Bron: http://www.deleeswolf.be
T. van Deel
Blijkens de precieze dateringen (van 2008 tot en met 2011) en plaatsbepalingen (o.m. Kaapstad, Istanbul, Laos, Paramaribo, Den Haag) beschouwt Antoine de Kom (1956) zijn poëzie als plaats- en tijdgebonden. Inderdaad maakt dit werk de indruk van poëtische dagboeknotities of –verwerkingen, waarbij de vraag niet is of lezers alle persoonlijke en associatieve taalerupties nog volgen kunnen of hoeven: het betreft hier immers 'ritmisch zonder string', dus dansdichtkunst open en bloot. Het heeft iets Caraïbisch – De Kom heeft zijn jeugd in Suriname doorgebracht – en ook wel iets van de Beat-poets: onstuimig, onhelder, roezig en qua vorm alleen ogenschijnlijk beheerst, maar in wezen een woordvloed. Postmodern om zo te zeggen. Vandaar een e-mailcorrespondentie, een grabbelton aan Petersburgse prozanotities, opzichtig getypografeerde, vaak gecentreerde (hoezo?) poëzie. De mondiale dichter aan het woord: 'rhoda./ we zijn verdwaald. Dit is geen gedicht. / zelfs geen vertrouwelijk tête-à-tête met tijger / die het lutetia paris uit is geslagen na te veel / te hebben afgegeven op het aldaar in de lobby pluche zacht hoog í-í / hoorbaar í-í outra vez met ogen dicht gebrachte.' Men moet er maar chocola van weten te maken...
© NBD Biblion