Beschrijving

Tirza

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Persgroep Publishing in
Samenvatting
Op de avond van het eindexamenfeestje van zijn lievelingsdochter Tirza verliest de wat saaie Jörgen Hofmeester definitief de controle over zijn leven.

Recensie

Redactie
Jörgen Hofmeester, gescheiden vader van twee dochters, redacteur bij een gerenommeerde uitgeverij, in het bezit van een groot huis in Amsterdam-Zuid, is bezig met de laatste voorbereidingen voor het eindexamenfeestje van zijn oogappel, zijn alles: zijn jongste dochter Tirza, die hij al jarenlang alleen opvoedt. Ogenschijnlijk is alles onder controle, in werkelijkheid is hij bezig de controle over zijn leven te verliezen: het beest is los. Hofmeester verloor zijn kapitaal, onlangs ook zijn baan en 'de echtgenote' die hem een aantal jaren terug inruilde voor een ander, is onverwacht teruggekeerd. En nu staat oogappel Tirza op het punt naar Afrika te vertrekken met haar nieuwe Marokkaanse vriendje, die in Hofmeesters ogen als twee druppels water lijkt op de terrorist Mohammed Atta. Het begin van een reeks onafwendbare, dramatisch eindigende gebeurtenissen. Schitterend gecomponeerde en geschreven, grootse, tragikomische literaire roman, waarin Grunberg (1971) zichzelf overtreft. De laatste hoofdstukken spelen zich af in Namibië, waar Grunberg een aantal keren heen reisde voor dit boek. Ook verfilmd. Bekroond met de Libris Literatuurprijs en de Gouden Uil. Vanaf ca. 16 jaar.
© NBD Biblion
Waar eindigt de beschaving en waar begint het beest? Dat is de vraag die Arnon Grunberg zich stelt in zijn laatste roman Tirza. De eeuwige ontmaskeraar Grunberg waagt zich in zijn zesde roman aan een langzame dissectie van de blanke middenklasse. Zonder mededogen voert hij het verval van Jörgen Hofmeester ten tonele en gaat hij op zoek naar de barstjes op het oppervlak van de westerse samenleving. En hij gaat daarin precies te werk: zorgvuldig schraapt hij laag na laag het vernis van de op het eerste gezicht goed gepolijste huisvader Hofmeester. De roman leest dan ook als een steeds dichterbij komend onweer dat de totale decadentie aankondigt.



De ziekte van de blanke middenklasse



Grunberg kiest er in Tirza immers voor om de herkenbaarheid aanvankelijk erg groot te houden, en zo de tragische dreiging van het verhaal te vergroten. Het hoofdpersonage Hofmeester geeft op het eerste gezicht in ieder geval een vertrouwdere indruk dan pakweg Xavier Radek uit Grunbergs vorige roman, of zelfs Robert Mehlman uit Fantoompijn. Kenmerkend aan deze personages was dat ze je met hun uitgesproken neurotische trekjes en groteske gedachtekronkels al snel op een afstand hielden. Hofman daarentegen is de bezorgde en liefhebbende vader van twee dochters, waarvan Tirza als enige nog bij hem woont. Hij leeft gescheiden van zijn vrouw en heeft zich dan maar toegelegd op het maken van sushi en sashimi. Hofman bereidt een feest voor ter ere van zijn dochter, die haar eindexamens heeft afgelegd en van plan is een reis door Afrika te maken. Allemaal heel erg banaal en burgerlijk, een tikje zielig misschien. Maar schijn bedriegt.

Door een slim spel met het vertelstandpunt en het inlassen van flashbacks, laat Grunberg telkens weer een stukje van Hofman zien dat die zorgvuldig aan het oog van de buitenstaander ontrokken heeft. Als net voor Tirza's feest ook nog eens zijn vrouw uit het niets opduikt, ontpopt Hofmeester zich als een gebroken man die ervoor gekozen heeft om zichzelf weg te cijferen voor zijn kinderen. Op kantoor is hij al een tijd niet meer gewenst en Hofmeester neemt dan maar elke dag de fiets om op Schiphol onbekenden uit te wuiven. Door zichzelf te wentelen in de rol van voorbeeldige vader, onderdrukt hij dat hij eigenlijk al opgehouden is echt te bestaan. Wat moet er dan van de zichzelf opofferende vader nu hij ook zijn dochter dreigt te verliezen, vraagt hij zich af: "De opvoeding zit erop, hij zal weer tijd voor zichzelf krijgen, al heeft hij geen idee wat hij met die tijd moet beginnen. De rest van zijn leven ligt voor hem als een woestijn."

Hofmeester handelt in de eerste plaats dus uit angst voor de leegte, maar bij uitbreiding ook voor zichzelf en voor de werkelijkheid. Zoals alle romans van Grunberg, gaat Tirza over de dwingende noodzakelijkheid van de leugen. Volgens Hofmeester moet je "de zweep van de fantasie over de werkelijkheid leggen, anders zou die werkelijkheid je als een steigerend paard uit het zadel werpen." Langzaam aan kom je dan ook te weten dat er wel meer niet echt in de haak is met het leven van Hofmeester. Zijn leven is in wezen een spel, een constante verduistering van de realiteit. Hofmeester meet zich de burgerlijke status aan van bezitter van een huis in een van de beste straten van Amsterdam. Wat niemand echter weet, is dat de spectaculaire winsten die hij zou oogsten door te beleggen in een hedge fund plots zijn verdwenen. De wereldeconomie, heet het.

Op die manier krijgt Tirza ook een maatschappelijke inslag en wordt het failliet van Hofmeesters persoonlijke geschiedenis verweven met de recente wereldgeschiedenis. Hoewel zijn nederlaag wellicht aan de willekeur van de economie te wijten is, herleidt de rationalist Hofman zijn woede en angst terug tot iets tastbaarders: "De anonieme wereldeconomie kreeg een gezicht, een lichaam, een naam. Mohammed Atta, die had Hofmeester zijn geld afgenomen, de financiële onafhankelijkheid, de vrijheid voor zijn kinderen die zo nabij was, zo vreselijk nabij. Mohammed Atta zat hierachter, Atta had Hofmeesters hedge fund onthoofd."

Eenmaal hij die redenering heeft gemaakt, zal hij, omdat het beest toch een naam moet hebben, zijn tot dan toe onbestemde angst voor vrijheid projecteren op externe factoren. Hofmeester gedraagt zich als een roofdier dat in een hoek gedreven wordt en uit angst dat hij het beest in zich zal laten gaan, houdt hij vol dat hij van buitenaf bedreigd wordt: door de wereldeconomie en door allochtonen, door terroristen en door Mohammed Atta. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Hofmeester Choukri, de nieuwe vriend waarmee Tirza op de proppen komt, steevast Mohammed Atta noemt. Wat hem eigenlijk afschrikt, is dat Choukri met zijn dochter en zijn bestaansrecht zal gaan lopen en daardoor ook zijn masker van voorbeeldige vader zal afrukken. Tegen dan is de roman in een stroomversnelling geraakt, en komt stilaan aan het licht wat er zich onder dat masker bevindt.

Zo zijn er de gênante seksuele spelletjes van Hofmeester en zijn vrouw, waaruit blijkt dat hij moeilijk een evenwicht kan vinden tussen beschaving en dierlijkheid. Beschaafde seks bestaat immers niet voor Hofman, of zoals hijzelf zegt: "liefdeloos is seks." Hofmeester heeft uit noodzaak de begeerte en de liefde doodverklaard en uiteindelijk zichzelf laten verdwijnen, om controle te krijgen over wat hij eigenlijk is. Voor Hofmeester vormt die controle een verklaring voor alles, "voor zijn leven, de ziekte van zijn dochter, de ziekte van de blanke middenklasse, de ziekte die hij was en die hij niet meer wilde zijn." Maar Hofmeesters zelfverloochening zal zich wreken, als hij noodgedwongen toch met de realiteit in aanraking komt. Als zijn door leugens en illusies aaneengeregen persoonlijkheid uiteenvalt, blijft er enkel nog een gevaarlijk beest over en zal hij zijn grenzen voorgoed overschrijden.

In Tirza focust Grunberg op het gevaar dat we lopen als we onze ware aard verloochenen, als we onze wreedheid en dierlijkheid zomaar ontkennen. In een interview met 'De Morgen' zei de schrijver nog dat de humanistische idealen "papieren tijgers" zijn: ze spiegelen ons een ideaal voor waaraan we niet kunnen voldoen. Als je dan toch hardnekkig wil vasthouden aan die idealen, dan dreigt de angst om jezelf te verliezen en uiteindelijk ook de psychose en het verlies van elke werkelijkheidszin. De ziekte van de westerse maatschappij, zo diagnosticeert Grunberg, is de beschaving zelf. Of zoals Hofmeester uitroept: "Ik ben een product van de beschaving [...] Ik ben wat er gebeurt als je de beschaving loslaat op het beest." Met Tirza gaat Grunberg op zoek naar de wortels van de decadentie en naar de waarheid over het zieke dier dat de mens is. Die waarheid stelt ten slotte bitter weinig voor. Om het met de metafysische overwegingen van Hofmeester te zeggen: "mijn begeerte, zij is God. Zij is de enige, nog levende God." [Koen Sels]
Copyright (c) Vlabin-VBC20061231http://www.deleeswolf.be