Beschrijving

Jij zegt het

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Prometheus in
Samenvatting
Fictieve autobiografie van de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998), echtgenoot van dichteres-schrijfster Sylvia Plath (1932-1963).

Recensie

'Elke liefde maakt ook haat wakker'

Jelle Van Riet, 04 september 2015

Een reconstructie van een zinderende liefde - die van het dichterspaar Sylvia Plath en Ted Hughes - die tezelfdertijd een overpeinzing is over de literatuur, de wetten van de liefde, de onontkoombaarheid van de dood en het effect van roem en roddel op iemands leven. Meer hardcore Connie Palmen dan Jij zegt het wordt het niet. 'Ja, ik kan wel ophouden nu.'

Exorbitant. Kwetterend. Dweperig. Geëxalteerd. Vol zelfspot. In de Sylvia Plath (1932-1963) die Connie Palmen in Jij zegt het als een Lady Lazarus uit de dood laat verrijzen, ontwaren we af en toe de contouren van de schrijfster zelf. Van de publieke, beroemde Palmen die bij elke nieuwe publicatie weer even haar vertrouwde rol speelt: die van de 'hoer' of de 'aap in het mediacircus'. Maar wanneer ik haar in haar mooie, warme huis in de Amsterdamse grachtengordel spreek, is ze nog voluit die andere Palmen: het eenzame dier dat niet in een roedel thuishoort. Dat het isolement koestert. Dat geduldig, gedempt en behoedzaam spreekt, alsof ze nog steeds aan het schrijven is. Alsof ze nog steeds Ted Hughes (1930-1998) is: de stille, teruggetrokken dichter die de verwoestende orkaan van achterklap en laster na de zelfmoord van zijn bruid over zich heen heeft laten razen en vijfendertig jaar lang heeft gezwegen. Tot de dood ook bij hem kwam aankloppen en hij de wereld alsnog een antwoord schonk: de bundel Birthday Letters waarin hij finaal op hun verzengende liefde en Plaths tragische lot terugblikt. Voor Jij zegt het kroop Palmen in de huid van deze gehavende Hughes. Ze keek door zijn ogen, dacht met zijn hart en herkauwde zijn verzen tot een monoloog. Een liefdevol relict. Een magistraal eerherstel. 'Iemand moest het doen.'

Net zoals in 'Romeo en Julia' ligt de tragedie al op de eerste pagina besloten. Toch hoop je dat die zal uitblijven. Hoopte u dat ook als schrijver?

'Literair-technisch is het aartsmoeilijk om een monoloog waarvan de afloop bekend is spannend te houden. Als lezer moet je willen weten wat Plath over de rand duwde. Je moet geïnteresseerd raken in haar drijfveer, meer dan in wat Hughes fout deed. Je moet juist niet willen weten wat hij fout deed. En dus moet dat korreltje waanzin in haar af en toe zichtbaar worden, en dat in de intiemste situatie denkbaar: een liefdesverhouding. In de liefde ben je, als 't goed is, zo veilig dat je jezelf durft te zijn, die vreselijke nare kanten incluis, omdat je weet dat alles je vergeven wordt. Sterker nog, dat alles ten goede geduid wordt. Zoals een goede psychiater dat doet, wanneer je hem of haar de kleinzieligste aspecten van je persoonlijkheid opbiecht.'

'Jij zegt het' is een biecht, blijkt uit het motto: 'We denken dat we schrijven om te plezieren, maar in werkelijkheid zeggen we iets dat we wanhopig willen delen. (.) Zonder die biecht geen gedicht, geen verhaal, geen schrijver.' Getekend Ted Hughes.

'Dat grote, katholieke woord biecht heeft een veel ruimer palet aan betekenissen dan dat je in het hokje van de pastoor kruipt en zegt: "ik heb gelogen tegen mijn vrouw". Het slaat op het louterende van een biecht, maar ook op Hughes' queeste binnen de poëzie naar het autobiografische, naar de ongelooflijke moed die nodig is om ik te schrijven. Bovendien maakt hij die uitspraak zo apodictisch - zonder biecht geen schrijver - dat hij het geldig maakt voor alle literatuur. Dat is ook mijn adagio: om uit te komen bij een echt zelf moet je durven te springen. De oorspronkelijkheid van een schrijver herken je aan de moed waarmee hij de sprong in de afgrond heeft gewaagd. En aan de diepte ervan.'

Nochtans had Hughes een levenslange afkeer voor confessionele poëzie: 'Iedere schrijver die zo eng gebonden is aan de autobiografie mist de toegang tot het universele en heilige.' Tot hij met 'Birthday Letters' zijn eigen ongelijk bewees. Hij was bevrijd.

'Het grootste obstakel ligt - dat zul je altijd zien, God is slim - in jezelf. Ook het obstakel tot je geluk of je loutering. Maar ziehier de kracht van de literatuur: je kunt ontwikkeling laten zien. Dat is prachtig, want starheid in opvattingen blokkeert je altijd. Je kan zo krampachtig niet-autobiografisch willen zijn dat je ook de toegang tot het heilige mist. Hughes heeft prachtige poëzie geschreven, maar van zijn maakwerk waarin hij zich achter beeldspraak verschuilt naar dat ik zit wel een sprong in de afgrond. Zeker voor een introvert man als hij, die zo innig zijn geheimen gekoesterd heeft. Zelf heeft hij die ambiguïteit geduid aan de hand van de astrologie: met leeuw als sterrenteken en kreeft als ascendant wilde hij zowel in de spotlights staan als onder het zand kruipen.'

Hughes is de Yeats van zijn tijd: hij is into sterren en planeten, tarot en ouijabord, dromen en hypnose. Hebt u ook, zoals hij, 'vanzelfsprekend contact met de afwezigen'?

'Mensen hebben veel meer contact met de afwezigen dan ze vermoeden. Het leven is gevuld met dolende schimmen. Ik leef bij uitstek in het rijk van de levenden en de doden, maar het hoeven niet per se doden te zijn. Ik zou weleens willen tellen hoe vaak een mens per dag, al is het maar in een flits, aan afwezigen denkt: een moeder in een verre stad, een broer aan het werk, een vriend overzee. Als 's avonds mensen bij je komen eten, ben je daar de hele dag mee bezig. Ze aan je tafel uitnodigen is juist een manier om die bijna onverdraaglijke afstand tussen jou en de afwezigen te dichten. Ook literatuur en bidden, Facebook en Twitter zijn daartoe pogingen. En dichters dichten bij uitstek. Zij maken letterlijk een gat dicht tussen zichzelf en dat wat niet direct zichtbaar is.'

De vele tekenen aan de hemel ten spijt heeft Hughes het lot niet kunnen afwenden. Was hij blind of niet bij machte in te grijpen?

'Zelfs als iemand een afscheidsbrief achterlaat, wat een genadige daad is van de zelfmoordenaar, dan nog blijft het waarom van die sprong in de dood onbegrijpelijk. Je vindt legio redenen, maar wellicht gaat het zoals bij de Titanic: er was al van alles misgegaan en toen lag daar ook nog die ijsberg, en die was er te veel aan. Dat geldt, denk ik, ook voor een zelfmoord. Het is dé kwelling waarmee een geliefde achterblijft: je blijft je hele leven zoeken naar dat duwtje over de rand, maar komt er in het diepst van je wezen niet bij. Hoeveel liefde ik ook voel voor Plath, in die laatste, fatale stap kan ik haar niet volgen. Daar sluit zich mijn verbeeldingskracht.'

Was hun liefde zo allesverterend omdat zij 'één persoon' waren en niet, zoals u uzelf en Hans van Mierlo in uw 'Logboek' noemt: een tweeheid?

'Ik schrijf ook dat ik dat beeld van Plato goed begrijp: dat je één wezen bent en iets van je afgehakt wordt als je de ander kwijtraakt. Maar goed, ik denk dat mijn Ted en Syl het geromantiseerd hebben, zich te veel aan de Grote Liefdesverhalen uit de literatuur hebben gespiegeld, terwijl die natuurlijk ontdaan zijn van dagelijksheid. Van het soort strijd die Plath moest leveren tussen het moederschap en de literatuur. Ze heeft dat treffend beschreven en is ook daardoor zo'n icoon geworden bij de tweede feministische golf. Veel vrouwen herkenden dat conflict, alsof je door twee even hard trekkende paarden uiteengerukt wordt. Denk ik zo, hoor. Van dat ene paard heb ik nooit last gehad. Ik heb het rond mijn achttiende al neergeschoten. Met de twee zou ik te gevuld geweest zijn - met verscheurdheid, loyaliteitsconflict en de hele nare reutemeteut als gevolg.'

Ted en Syl zijn één persoon gebleven. 'Haar naam is mijn naam. Haar dood is mijn dood', klinkt het uit Hughes' mond. Heeft dat niet ook iets prachtigs?

'Ik zeg ronduit ja: zij hebben ons een oerverhaal geschonken en daardoor zin gegeven aan hun bestaan. Maar Ted zou, denk ik, aarzelen. In het leven van mensen met kinderen staan niet de verhalen die je achterlaat maar de kinderen aan de top van je zingevingshiërarchie. "Na haar dood begon mijn postuum bestaan", schrijft hij ook. Wat als een straf klinkt. Hoe vaak het ook tegengesproken wordt, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat zelfmoord ook een manier is om de overlevende te straffen. Misschien riep de liefde bij haar ook zo'n verlatingsangst op dat ze hem voor wilde zijn: of je gaat zelf dood, of je maakt je geliefde dood. Allemaal mogelijke verklaringen waarin ik haar kan volgen: een grote liefde is geen stilstaand watertje. Ze schuurt over de bodem van je ziel en rakelt er vergeten kwetsuren op. Ik citeer niet voor niks odi et amo in dit boek: elke liefde maakt ook haat wakker.Jij zegt het is een pleidooi voor het onderkennen van die ambigue gevoelens. Het is geschreven tegen een zo radicaal karakter als Plath. Zij is bij wijze van spreken een jihadist: in alles fanatiek.'

Fanatiek jaloers ook, wat hem in de armen van een zwarte muze dreef. Hierdoor kon zij hem niet langer bewonderen. Vereist de liefde aanbidding?

'Aanbidding, neen. Bewondering, ja.'

Bewondering als overtreffende trap van respect?

(ferm) 'Respect, jakkie! Respect heb je voor de bakker om de hoek! In bewondering zit ook "wonder": het dagelijkse mirakel dat je bij die mens beland bent. Je dankt God op je knieën dat je in dezelfde tijd geboren bent en bewondert hem ook om wie hij is. Ik heb mijn mannen altijd bewonderd en heb nooit meegemaakt dat mijn liefde verdween. Verdwijnt die toch, dan heeft er, denk ik, iets oneigenlijks gezeten in het waarom van de bewondering. Je kunt ook iemand bewonderen om hoe die met zijn tekortkomingen omgaat. Het wijst je op je eigen tekortkomingen. En vice versa - een beetje uitwisseling is wel noodzakelijk. God allemachtig, we gaan wel diep, hé?'

Nu nog dieper. 'We moeten oog in oog staan met onze monsters, de wolven temmen, in de doolhoven van onze ziel de Minotaurus zoeken en doden, want als we dat niet doen, doden ze ons', schrijft u in naam van Ted. Hebt u de Minotaurus in u al gedood?

(denkt na) 'Goh, ik weet even de namen van mijn wolven niet, en of ik de Minotaurus heb gedood. Anders dan bij Plath wordt mijn bestaan niet door één wonde gedicteerd. Voor een sensitief wezen als zij moet de dood van haar vader op haar achtste verschrikkelijk geweest zijn. Haar eerste zelfmoordpoging vond plaats in de kelder van haar ouderlijk huis, gebukt als ze ging onder haar dode vader én haar verzwelgende moeder. Daarbij kwam nog dat zij in haar adolescentie een golden girl was. Toen het rond haar twintigste niet meer lukte met die poëzie, was er iets extreems nodig om bij dat poëtisch genie, waarvan ze wist dat ze het had, in de buurt te komen. Dat alles werd nog versterkt door de uitgesproken, stilzwijgende verwachtingen van haar moeder waarvoor ze heel gevoelig moet zijn geweest. Maar ja, wie kent dat niet? Je hebt altijd een ingebouwde vader en moeder die je wilt plezieren, wiens liefde of welzijn je zo aangaat - levend of dood - dat je er alles voor over hebt. Zij zijn de tirannen van je ziel.'

'Jij zegt het' is een eerherstel van een man die door de wereld is uitgespuwd. Wilde u hem ook vrijspreken van schuld?

'Neen, ik wou laten zien dat je niet iemand zomaar als een Judas kunt afschilderen. Zelfs de Bijbelse Judas was ook maar onderdeel van Gods plannen. Ik wilde het oordeel over Hughes opschorten, bijna onmogelijk maken. Dat is waar literatuur voor bedoeld is: dat wat schijnbaar voor de hand ligt opnieuw complex maken. Ik wilde ook tonen hoe groot de macht van de roddel, de biografie, de pers kan zijn op een leven en hoe machteloos je daartegenover staat. Iedereen is een personage in andermans verhalen maar zolang die niet in de krant komen, is het nog te doen. Als je deel uitmaakt van het publieke domein is het andere koek. Dan is zwijgen vaak het beste, want met elk tegenverhaal voed je het monster.'

Haat u, zoals Hughes, het publieke leven 'dat als een duivelsstaart aan de roem vastzit'?

'Neen, ik kan er ook vreugde uit putten. Geen geluk - dat behoort tot het domein van binnen blijven, zwijgen, denken - maar ik kan goed om met die duivelsstaart. Ik verander in een aap, doe mijn kunstjes en verheug me tezelfdertijd al op het einde van dat circusbestaan. Ik kan ook in alle oprechtheid zeggen dat ik de kritiek altijd geaccepteerd heb als een consequentie van mijn keuze om schrijver te worden. En natuurlijk zijn sommige journalistieke daden zo achterbaks dat ze je verwonden, maar dan heb je nog de genoegdoening iemand te zien die zijn kleingeestigheid verraadt. Soms ook laat ik een journalist binnen en besef ik al na vijf minuten: ik heb een wolf binnengelaten! Een minotaurus! En zelfs dan denk ik: het hoort bij die andere, prettige consequentie van mijn werk: dat het gelezen wordt.'

Onlangs sprak u in 'De wereld draait door' de onsterfelijke woorden 'Johnnie Walker loopt niet bij je weg'. Toch bent u een beetje bij hem weggelopen. Wilde u per se de zestig halen?

'Ik wil ook wel de tachtig halen. Ik heb beslist minder te gaan drinken ten faveure van mensen die van mij houden en van wie ik houd. Drank is verwoestend voor je omgang met anderen. Al kon me dat kort na de dood van Hans niets schelen. Ze konden allemaal opsodemieteren. Een gevaarlijke kant van rouw is de enorme onverschilligheid ten overstaan van wat mensen van je denken en of ze nog bij je blijven of niet. Pure razernij. Je wilt niet eens dat mensen van je houden. Je wil alleen maar liefgehad worden door diegene die je kwijt bent en ook enkel die liefhebben. Anderen zijn een obstakel voor de veel moeilijkere omgang met de liefde voor iemand die er niet meer is. Drank vergemakkelijkt dat onbeschofte gedrag. Pas toen het niet meer nodig was anderen weg te jagen, kon ik weer sober gaan leven. Mijn motieven hadden dus minder te maken met mijn gezondheid maar alles met het beschermen van anderen tegen een dronken mij: een Minotaurus!'

U dacht de dertig niet te halen. Ervaart u die zestig nu als een zege?

'Ik vind het een onooglijke leeftijd, heb er niks mee, wat allicht een verkapte manier is om te zeggen dat ik de jubel over ouderdom lichtjes overdreven vind. Je hebt al zoveel voor de zoveelste keer gedaan. Ik vind zestig heerlijk, hoor, maar ben ook zo verzadigd. Ik heb genoeg liefgehad, genoeg zelf bemind, genoeg vriendschappen gekend, genoeg kennisgemaakt met families. Allemaal genoeg. Niet in de zin van blasé maar een aangenaam gevoel van verzadiging, als na een goede maaltijd, waarna je even geen honger meer hebt. Het enige wat overeind blijft is de nieuwsgierigheid naar mijn volgende boek. Dat is de enige drijfveer die niet afneemt in hartstochtelijke kracht.'

Op 11 oktober om 20 uur vindt in het Zuiderpershuis in Antwerpen 'Onder de Palmen' plaats, ter gelegenheid van Connie Palmens 60ste verjaardag. Met o.a. Jan Decleir, Tom Lanoye en Erwin Mortier. www.zuiderpershuis.be

Jelle Van Riet ■

04 september 2015© De Standaard 4

Autobiografie van een ander

Sofie Gielis, 04 september 2015

Sylvia Plath en Ted Hughes vormen een van de bekendste koppels uit de literatuurgeschiedenis. Niet alleen waren de Brit en de Amerikaanse bepalende stemmen van hun generatie dichters, Plaths depressies en Hughes' rokkenjagerij waren een explosieve cocktail die smeuïge verhalen opleverde voor het literaire roddelcircuit. Tot Plath zichzelf vergaste door ...

Sylvia Plath en Ted Hughes vormen een van de bekendste koppels uit de literatuurgeschiedenis. Niet alleen waren de Brit en de Amerikaanse bepalende stemmen van hun generatie dichters, Plaths depressies en Hughes' rokkenjagerij waren een explosieve cocktail die smeuïge verhalen opleverde voor het literaire roddelcircuit. Tot Plath zichzelf vergaste door haar hoofd in de oven te stoppen.

Na haar dood moest Hughes het ontgelden. Hij kreeg vooral kritiek van feministen die Plath tot een icoon hadden uitgeroepen. 'En dan was zij de broze heilige, ik de brute verrader. Ik heb gezwegen. Tot nu.'

Hier pikt Connie Palmen met haar nieuwe roman Jij zegt het in. Ted Hughes heeft zelden publiek gereageerd op de versies van hun leven samen die na haar zelfmoord gestaag bleven opduiken. Pas in 1998 publiceerde hij de bundel Birthday Letters, waarin hij zijn kijk op zijn relatie met Plath verwoordt. Palmen baseerde zich bij het schrijven van haar roman vooral op de 88 gedichten uit die bundel, aangevuld met brieven en andere teksten van Hughes. Wat ze daarmee beoogde, past nog het best onder de noemer 'ongeautoriseerde autobiografie'. Palmen laat Hughes aan het woord. Na vele decennia stilte gulpt zijn verhaal eruit. 260 bladzijden lang raas je mee naar het aangekondigde noodlot. Het gulpeffect wordt onderstreept door het ontbreken van een onderverdeling in hoofdstukken. Alleen een witregel zorgt hier en daar voor een adempauze. Die vorm werkt prima, maar is hier wat overladen door het al te sterke aangestreepte drama in de formuleringen.

Er blijft iets wringen. Palmen transformeert een persoon in een personage, maar baseert zich om dat personage vorm te geven op feiten uit het leven van de persoon. Dat maakt dit boek tot een zoveelste toevoeging aan de voyeuristische literatuur over Plath en Hughes.

Dat het verhaal sterk is, heeft de geschiedenis al bewezen. Connie Palmens interpretatie is goed gecomponeerd, maar baseert zich net als eerdere versies op gestolen levens. Ze laat Hughes afgeven op biografen die zich gedragen 'als de eigenaars' van zijn 'gestolen leven'. Er werd te vrij omgesprongen met de interpretatie van zijn gedachten en gevoelens, feiten werden verloochend en verdraaid. Maar buiten het standpunt, hij versus zij, verschilt dit boek niet van die afgekeurde versies.

CONNIE PALMEN

Jij zegt het.

Prometheus, 268 blz., 19,95 euro (e-boek 11,99 euro).


04 september 2015© De Standaard 6

Een huwelijk van vonken en tranen

Annick Vandorpe, 02 september 2015

Toen Sylvia Plath in 1963 uit het leven stapte, werd haar man Ted Hughes als zondebok aangewezen. Zij was een martelares, hij de moordenaar van een genie. Connie Palmen geeft Hughes een stem en werpt een nieuw licht op het meest besproken huwelijk uit de moderne westerse literatuur.

Sylvia Plath (1932-1963) en Ted Hughes (1930-1998) waren zeven jaar samen, maar wie Jij zegt het van Connie Palmen leest, zou denken dat ze elkaar veel langer hebben gekend. De Amerikaanse en de Brit hadden een onwaarschijnlijk heftige relatie. Na de zelfmoord van Plath op 11 februari 1963 (de dichteres vergaste zich in haar Londense keuken, terwijl haar jonge kinderen boven in bed lagen) werd Hughes met de vinger gewezen. Hij had haar in de steek gelaten voor een ander. Zijn naam werd herhaaldelijk uit Plaths grafsteen weggehakt.

Over zijn huwelijk met Plath heeft Hughes weinig prijsgegeven. Tot in 1998, toen hij, enkele maanden voor hij stierf, de beeldschone autobiografische bundel Birthday Letters de wereld in stuurde.

In haar nieuwe roman schetst Palmen het huwelijk vanuit zijn perspectief. De gedichten over Plath vormden haar belangrijkste leidraad, vertelt ze in het nawoord.

Demonen

In de huid kruipen van een dichter die een van de beste stemmen van zijn generatie wordt genoemd, moet je durven. Palmen, de grande dame van de Nederlandse letteren, wekt de dichter met glans tot leven en maakt ons in een precieze, rijkgeschakeerde taal deelgenoot van zijn gedachten, schrikbeelden en bezweringen.

Op het ogenblik dat Hughes aan zijn verhaal begint, loert de dood al om de hoek. Hij blikt terug op zijn ontmoeting met Plath in Cambridge en ziet voortekenen van een tragische liefdesrelatie. 'Van een vrouw die je bijt in plaats van kust, had ik moeten weten dat iemand liefhebben voor haar gelijkstond aan iemand bevechten. (...) Wie zo een liefde begint, weet dat er in het hart van die liefde geweld en vernietiging schuilgaat. Tot de dood erop volgt. Van meet af aan was het gedaan met een van ons.'

Het is 1956, Plath is 23 en heeft al enkele roemvolle jaren achter de rug. Hughes weet niets over haar complexe karakter, noch over de zelfmoordpoging die ze ondernam op haar twintigste. De vrolijkheid en exuberantie van de 'zonneschijnblonde' Amerikaanse verblinden hem. Vier maanden na hun kennismaking trouwen ze.

Rimpelloze huwelijkswateren zullen Plath en Hughes nooit bevaren. Van bij het begin is hun liefde allesverzengend. Hughes moet de demonen die Plath kwellen onder ogen zien als hij in 1957 met haar naar de Verenigde Staten verhuist, waar hij wordt geconfronteerd met haar jaloezie en wantrouwen, het gemis van haar vader (die stierf toen ze acht was), de morbide band met haar moeder, haar gemoedswisselingen, waanbeelden en angsten.

Als Plath in een depressie verzeilt, zoekt hij radeloos naar verklaringen, ook in hun symbiotische relatie. 'Waren we te innig verklonken, waardoor zelfs onze stemmingen op elkaar gingen lijken en wij elkaar omlaag trokken, de onderwereld in?'

Palmen biedt een aparte, boeiende inkijk in de liefdeshistorie van twee van de grootste dichters van de 20ste eeuw, maar je kunt de roman evengoed lezen als een universeel verhaal - als de hartstochtelijke, noodlottige geschiedenis van een huwelijk tussen twee geestverwanten. De schrijfster wekt veel mededogen op voor Hughes, wiens leven beheerst zal worden door de dood van zijn 'bruid'. Ze neemt je mee van top naar dal, van vonken naar tranen, zonder ooit in de valkuil van het sentiment weg te glijden.

Intieme vriend

Familie, vrienden en kennissen vinden algauw dat Hughes zich door Plath laat manipuleren, dat hij zich te beschermend opstelt en de grillen van zijn vrouw steeds goedpraat. Hij verdedigt haar en blijft loyaal.

Ondanks alle moeilijkheden zal ze een grote steun voor hem blijven. Zij is het die onvermoeibaar zijn gedichten uittikt en opstuurt naar uitgeverijen, en wanneer hij met zijn debuutbundel lovende recensies oogst, kan haar vreugde niet op. Wanhopig moet ze aanzien hoe haar carrière stagneert. Ze zoekt vervulling in het moederschap - tevergeefs.

Hughes voelt zich langzamerhand verstikken in het huwelijk en laat de vos die hem al jaren beloert toe in zijn leven. Pas als hij verliefd wordt op een ander en vreemdgaat, slaagt Plath erin het genie dat in haar schuilt te bevrijden. De faam zal pas volgen na haar dood.

Jij zegt het is een verhaal dat je niet opzij kunt leggen voor de laatste bladzijde gelezen is. Het vat je bij de strot en laat je niet los - alsof je de hele nacht naar een bekentenis van een intieme vriend hebt geluisterd en wankelend terugkeert naar je eigen (bleke) realiteit, dronken, niet van de alcohol, maar van de heftige emotionele reis die je hebt gemaakt.

Connie Palmen, Jij zegt het, Prometheus, 240 p., 19,95 euro.

ANNICK VANDORPE ■

02 september 2015© De Morgen 42
C.C. Oliemans
Het huwelijk van Sylvia Plath (1932-1963), de Amerikaanse dichteres en schrijfster van de autobiografische roman 'The bell jar', met de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998) klonk als een sprookje, maar de bipolaire stoornis van Plath en Hughes' relatie met de dichteres Assia Wevill verstoorden hun relatie zodanig dat Plath uiteindelijk zelfmoord pleegde. Door bewonderaars van Plath werd Hughes later vaak gezien als de oorzaak van haar veel te vroege dood en als zodanig verguisd; zelf heeft hij nooit op die beschuldigingen gereageerd, maar in deze fictieve autobiografie geeft Connie Palmen hem alle ruimte om zijn kant van het verhaal te vertellen. Hoewel we hier veel over Hughes' persoonlijkheid leren, gaat de roman toch ook weer vooral over Plath: haar fixatie op haar overleden vader, haar verstikkende liefde, haar impulsieve gedrag, haar bipolaire stoornis inclusief enorme woede-uitbarstingen, haar poëzie en haar incidentele doodsdrift. Een boeiend psychologisch portret, zeer goed en bloemrijk geschreven en met een fascinerende persoonlijkheid als onderwerp. Bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2016 en De Inktaap 2017.
© NBD Biblion