Beschrijving

Recensie

Ester Naomi Perquin werd voor haar eerste twee bundels al overladen met literaire prijzen. Dat komt doordat ze in haar werk een grote stilistische beheersing perfect weet te koppelen aan herkenbare menselijke thema’s. Datzelfde geldt ook voor haar jongste bundel, Celinspecties, maar hier neemt de dichteres beduidend meer risico. De soms macabere kantjes van haar vorige bundels worden hier uitvergroot. Op het anekdotische niveau kan men deze gedichten lezen als evenveel verkenningen, ‘inspecties’ van celgenoten, van gevangenen die zich in een instelling bevinden en aan het woord komen of worden geobserveerd. Graag verwijst men dan naar het feit dat de dichteres enige tijd als cipier gewerkt heeft. Dat biografische gegeven doet er echter weinig toe, want in feite gaat het de dichteres om de menselijke ziel. Precies daardoor fungeren haar gedichten als algemene diagnoses, die veel verder reiken dan individuele portretten. De personages die worden belicht, zitten allen in een cel, daadwerkelijk of mentaal. Dat geldt uiteraard voor de gevangenen (die met hun voornaam worden aangeduid), maar ook voor de dichterlijke ik. Vanuit die positie, die er een is van beperkingen, analyseren zij hun bestaan: hun herinneringen, maar vooral hun dromen en obsessies. Perquin laat hier zien hoe eigenbelang doorklinkt in de aandacht voor de ander, hoe binnen- en buitenwereld elkaar in feite weerspiegelen. Dat gebeurt uiteraard bij mensen die ten prooi zijn aan hun eigen waan en de wereld en andere mensen enkel als objecten beschouwen en gebruiken, maar iets van die perverse logica klinkt ook door bij de dichterlijke ik. Ook hier wordt een soort van territorium afgebakend en via introspectie geanalyseerd.
Perquin geeft in deze gedichten blijk van een immens inlevingsvermogen. Elk personage krijgt als het ware zijn eigen tonaliteit. Tegelijk hanteert de dichteres een haast klinische afstandelijkheid. Ze onthoudt zich van kritische commentaar en laat als het ware haar personages aan het woord. Op die manier worden stuitende morele gedragingen verdoezeld of als oprechte medemenselijkheid verpakt. Die ontregeling wordt echter gecounterd door een haast obsessieve controledrang, waarbij elk detail en elk ritueel tot magische proporties worden uitvergroot. Tevens ontstaat zo echter een grote afstand, waardoor de lezer gedwongen wordt ook zijn eigen visie te bevragen; het lijkt erop alsof ook hij een cipier wordt die cellen inspecteert, maar ook zichzelf moet inspecteren.
Stilistisch is deze poëzie weinig opvallend, maar net daardoor is de verwoording bijzonder functioneel. De dichteres varieert haar taalgebruik en ook de toon van de verzen is doelbewust erg verscheiden; af en toe lijkt het zelfs alsof de regels ontsporen, alsof gedachten onuitgesproken blijven. Ook die feilen blijken echter bij te dragen tot de intensiteit van deze opmerkelijke en belangrijke poëzie. [Dirk De Geest]
Copyright (c) Vlabin-VBC2012http://www.deleeswolf.be
Albert Hagenaars
Vijfde druk van de derde bundel (uit 2012) van Ester Naomi Perquin (1980, Utrecht). De technisch overkomende titel staat in contrast met de emoties en gewaarwordingen die zij oproept. Zij doet dat vaak in over de regels heen lopende zinnen die bijna in proza uitmonden. Precies op het juiste moment is er dan een blok of buffer. In de meanders, zo belangrijk voor het meeslepende ritme, liggen zandbanken van onheilspellende mededelingen en scherpe beschrijvingen, soms boven, soms onder water. Perquin zorgde voor een originele bouw: elk van de tien delen begint met een vers dat een mannelijke voornaam en initiaal van achternaam als titel draagt. Verzonnen of niet, als namen van gevangenen (Perquin werkte in een penitentiaire faciliteit) passen ze perfect bij die van de bundel. Als afspiegeling van een cel blijven ze uiteraard in omvang beperkt. De gedichten ontlenen een meerwaarde aan deze benauwende perspectieven, evenals aan de thematiek van schuld en boete, die nog aangezet wordt door geraffineerde, zelden haperende verschuivingen in de relaties tussen dader en slachtoffer en waarnemer. Ja, goede poëzie! Bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. Perquin werd in 2017 tot Dichter des Vaderlands benoemd.
© NBD Biblion