Beschrijving

Recensie

Paulien Andriessen
Gedichten van de Palestijns-Belgische dichteres in het Arabisch met Nederlandse vertaling over liefde, lijden en verlies. In haar conversatie met God is hij nu eens de schepper of een dictator, dan weer een echte vader of een geliefde. Soms roept de dichteres een meisje aan, genaamd Fatima. Al-Ghorra is geboren en getogen in de bezette Palestijnse gebieden. Ze werkte als radiopresentatrice en journaliste in Gaza en vluchtte in 2009 naar België, toen het onveilig voor haar werd, en woont nu in Antwerpen. In 2012 won ze de Al-Hizjraprijs voor poëzie. Haar poëzie was al in het Spaans en Italiaans vertaald en nu in prachtig Nederlands. Het zijn korte, felle, indringende, soms erotische gedichten, die de lezer raken. De toon is droevig en direct.
© NBD Biblion
Gods bedrog, de dichtbundel van Fatena Al-Ghorra, een Palestijnse afkomstig uit Gaza, verhaalt over liefde, leed en vaderland. De moeilijke verhouding tot zowel vriend en vijand als de eigen ontwrichte identiteit zijn bijna tastbaar in haar schrijven, dat een weergave vormt van een leven dat in eerste instantie overleven is. Het soort leven dat een zeer vruchtbare grond voor literatuur gebleken is. Palestina kent een rijke traditie op vlak van zowel epiek als lyriek, met namen als Darwish, Habibi, Kanafani en vele anderen. Het schrijven overleeft zelfs in ballingschap. De beperkte middelen die nodig zijn om de creaties van de geest over te brengen, maken het tot een van de kunstvormen die het meeste weerstand bieden aan de bezetting. Deze vastberadenheid lezen we in het werk van alle Palestijnse schrijvers, wier ontembare verbeelding zelf haar grenzen bepaalt, ongeacht checkpoints of muren. Dit is ook te merken aan de structuur van Al-Ghorra’s bundel. Gods bedrog heeft als ondertitel Diverse scenario’s, wat een verwijzing zou kunnen zijn naar de verschillende levens en plotwendingen die bij gebrek aan mogelijke realisering doorleven in de verbeelding.
De tekst begint met 'Wat de verteller zei', met poëticale gedichten en de vraag naar de weerklank van woorden in een dermate vijandige omgeving. Een gevoel van noodzakelijkheid dringt zich op, alsof het woord het enige is dat rest: 'Telkens als je rood onverwacht vloeit, schrijf op / op een platte ruwe steen / wat het bloeden jou heeft opgeleverd / zodat dit schrijven bewaard wordt'. In haar soms zeer ruwe zinnen klinkt echter ook hoop, geloof in de kracht en verzoenende werking van taal: 'helder met je woorden / laat ze van een eenvoud en rust zijn voor een betere uitkomst'. Ze vervolgt met 'Slotakte' en het afsluitende 'Observaties geschreven door de regisseur in de marge', een schijnbaar afstandelijke formulering van wat zeer existentiële en intieme gedachten zijn. Vragen vaak, aan een afwezige vader, een God, een geliefde of een onhandelbaar vaderland. Gedachten die getuigen van een intense worsteling met de liefde, met de nabijheid en afhankelijkheid van de ander, het afzien in graag zien. Gedachten over eenzaamheid en de breekbaarheid van een verbintenis. Het is een gemoedsgesteldheid die zich in het karakter nestelt, een bewustzijn van het tijdelijke dat het gevolg is van een overvloed aan afwezigheid. Nostalgie is voor Al-Ghorra zowel een 'zonde' als een 'trouwe metgezel'. Maar er is ook veel passie, energie en vechtlust, die de dichteres zeer mooi weet te vatten. Ik heb zeer veel lof voor haar woorden en die van het vertaalcollectief, die de tekst een tweede maal heeft uitgevonden.  [Mara Matthyssens]
Copyright (c) Vlabin-VBC20140831http://www.deleeswolf.be