Beschrijving

Recensie

'Ik was zelf ook een hangjongere'

Dirk Leyman, 05 november 2014

Met Drarrie in de nacht tilt Fikry El Azzouzi (°1978) de Vlaamse 'allochtonenroman' op een hoger niveau. Strak en snedig schetst hij een groep hangjongeren die uiteindelijk de lokroep van Syrië voelen. 'Ze beseffen niet wat hen daar te wachten staat.'

De 36-jarige Temsenaar van Marokkaanse afkomst viel al op met zijn debuut Het schapenfeest (2010). Deze pretentieloze roman over een Belgisch-Marokkaans gezin aan de vooravond van het Offerfeest was lang niet volmaakt, maar je merkte meteen: El Azzouzi is een kerel om in de gaten te houden.

Na de korte novelle De handen van Fatma, de theatertekst Troost en een batterij pittige columns in De Morgen toont El Azzouzi nu zijn tanden. Tegen het decor van de inktzwarte nacht geeft hij een bijzondere insidersblik in de wereld van de rondhangende 'drarries', het Arabische equivalent voor 'jongeren'. Het toekomstperspectief van deze straatschoffies is minimaal, hun attitude nihilistisch. Het sarcasme en de grimmige humor druipen van de pagina's. Ayoub, ook al in Het schapenfeest het hoofdpersonage, is de notulist. Met zijn luidruchtige kompanen Maurice, Karim en Fouad zwerft hij van pitazaak naar wassalon door het fictieve Waasdorp. Ze raken in een heilloze spiraal van drugs en criminaliteit en gaan denigrerend om met gewillige 'slettenbakken' als Tanja en Tamara.

"Mijn vrienden en ik hebben de grootste mond van dit achterlijke dorpje. Op alles hebben we een antwoord. We zijn de grootste betweters", staat er ergens. Tot de met anabolica platgespoten Fouad zelfmoord pleegt en alles kantelt. Onder impuls van Karim raken ze in de ban van de radicale islam. Syrië wenkt, waarmee deze roman een benauwend actuele dimensie krijgt.

Bret Easton Ellis

Het eerste wat opvalt, is de snedige taal. Messcherpe dialogen, vol onderhuidse humor, bitter en nihilistisch. "Bij momenten leest Drarrie in de nacht als het scenario van de film Les Barons, mocht het door Bret Easton Ellis geschreven zijn", zo vond Cutting Edge. El Azzouzi: "Vaart en ritme waren absoluut cruciaal. Daarom gebruik ik ook korte zinnen. Er moest een duistere sfeer van uitgaan, vandaar de keuze om een paar nachten uit te lichten, alsof je in een roes belandt. En ik wou dat de vier karakters hard en heel snel overkwamen."

El Azzouzi zet de Marokkaanse gemeenschap in haar hemd en haalt nogal wat heilige huisjes neer. "Je mag je als schrijver geen zelfcensuur opleggen of taboes hanteren, anders ben je slecht bezig. Ik wil geen beperkingen. Wél moet je waarachtigheid in je verhaal nastreven. Qua stijl heb ik me enigszins gespiegeld aan Edgar Hilsenrath en De nazi en de kapper, een fantastisch boek. En ook Kurt Vonneguts felheid kan ik smaken. Ik hoor nu regelmatig de vergelijking met Bret Easton Ellis. Maar eigenlijk heb ik zijn boeken niet gelezen (lacht)."

Onmiskenbaar stopte El Azzouzi autobiografische elementen in zijn roman. "Ik was zelf ooit een clichéjongere", zegt hij aarzelend. "Ik hing maar wat rond en had geen flauw idee wat ik met mijn leven zou aanvangen. Net zoals mijn hoofdpersonages dus. De sociale druk was erg groot in de kleine Marokkaanse gemeenschap in Temse, je kon er nauwelijks aan ontsnappen. Toch zei ik op een dag: 'Fuck you.'

"Dat vergt moed, ja. Ik voelde me al vroeg speciaal, maar geen haar op mijn hoofd dacht aan schrijven. Ik haalde wel mooie schoolresultaten. Maar dan belandde ik in het technisch onderwijs. Ik was zeer onhandig, raakte gefrustreerd, schopte keet en werd van school gehaald. Later haalde ik alsnog mijn middelbare-schooldiploma. Om daarna zelfs politieke en sociale wetenschappen te gaan studeren. Tot ik na twee jaar moest stoppen, omdat de centen op waren.

"Gelukkig kon ik kort daarna als nachtwaker aan de slag. Daar ben ik volle bak beginnen te lezen en schrijven. Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik nog iets anders zou willen doen dan literatuur en theater maken."

Grote dosis zelfspot

Fikry El Azzouzi is intussen een bescheiden rolmodel, in schril contrast met veel andere Belgische jongeren van Marokkaanse afkomst. Die zijn vaak niet realistisch in hun verwachtingen, vindt hij. Net dat aspect geeft Drarrie in de nacht een pijnlijke dimensie. "Er bestaat een vreemde spanning tussen hun defaitisme en hun soms torenhoge ambities. Als voetballer willen ze niet zomaar bij KSK Beveren spelen. Ah nee, het moet FC Barcelona zijn. Of ze willen op slag CEO worden. Niet zomaar kaderlid, dat is hen te min. Ze koesteren het naïeve idee dat hun dromen snel in vervulling zullen gaan. Maar tegelijk kampen ze met een gevaarlijke cocktail van miskenning, frustraties en vooroordelen. Je moet wel iets doen met je dromen, natuurlijk.

"Onderschat niet hoe naïef veel van die 'drarries' zijn. Ideologie speelt daarbij niet zo'n belangrijke rol. Je zit wel met discriminatie en een intense groepsdruk. De grootste ronselaar is dan ook het internet, via de chatbox. Einddoel: de wapens opnemen in Syrië en Aleppo bevrijden. Je ziet het in mijn roman bij de aanvankelijk nihilistische Maurice. Hij beschouwt het als een avontuur. Velen beseffen ook gewoonweg niet wat hen in Syrië te wachten staat. Ze gaan er als slachtoffer heen. Maar je merkt hoe snel een slachtoffer een dader kan worden. Ze maken er zelfs geen probleem van om een hoofd af te hakken."

El Azzouzi heeft zich de laatste tijd volledig ondergedompeld in de psyche van de Syriëstrijder. Met zijn gezelschap SINCOLLECTIEF werkt hij aan de voorstelling Reizen Jihad, die het thema centraal zet. Al anderhalf jaar is El Azzouzi bezig met de research, ondervroeg hij kenners, opiniemakers en jongeren die op het punt stonden te vertrekken naar Syrië. Ook Dimitri Bontinck, de vader van Jejoen, sprak hij.

"Ik heb geleerd dat er geen eenduidig verhaal is. Het gaat vaak om een mix van naïviteit en goodwill, waar figuren als Fouad Belkacem gewiekst op inspelen.

Telkens is er een omslagpunt, ontdekte El Azzouzi: "Bij veel Syriëstrijders is er een soort kortsluiting in hun leven geweest." Ze zijn opgepakt door de flikken of mogen het ouderlijk huis niet meer binnen. En dan rijst makkelijker het idee van: 'Ik heb niets te verliezen, ik trek naar Syrië.'"

Kreeg El Azzouzi intussen ook reacties uit Marokkaanse hoek op zijn roman? "Ja", zegt hij. "En die waren overwegend positief. Het klinkt paradoxaal maar Marokkaanse moslimjongeren kunnen heel goed om met kritiek en cultiveren een grote dosis zelfspot. Dat is een groot verschil met tien jaar geleden. Nu gaan ze sneller zeggen: laat Geert Wilders en Filip Dewinter maar blaffen. Ze begrijpen heel goed dat negeren soms zinniger is dan reageren."

In stilte schaven

Azzouzi lijkt volkomen zijn eigen toon te hebben gevonden. Essentieel voor een schrijver, zegt hij. "Je moet er niet meteen bij willen horen. Je moet in stilte aan je eigen stem schaven. En ik doe er niet flauw over: romans zijn voor mij het allerbelangrijkste. Theater helpt me bij mijn proces om een betere schrijver te worden."

Dat hij van de Nederlandse uitgeverij Van Gennep overstapte naar uitgeverij Vrijdag kan verbazing wekken, in een tijdperk waarin Nederland toch het nec plus ultra blijft. "Bij Van Gennep hebben ze steken laten vallen: zo werd mijn boek niet eens opgestuurd voor de Vlaamse Debuutprijs. Vrijdag-uitgever Rudy Vanschoonbeek contacteerde me en overtuigde me volkomen. Een goed boek vindt altijd zijn weg. Kijk maar naar het debuut van Kris Van Steenberge, ook verschenen bij Vrijdag. Het is een vorm van snobisme om per se bij De Bezige Bij te willen zitten. Het enige interessante is het grote voorschot, zeker? Al zal dat nu ook wel voorbij zijn. (lacht)"

Fikry El Azzouzi, Drarrie in de nacht, Vrijdag, 183 p., 17,50 euro.

Fikry El Azzouzi signeert op 6/11, 18.30-21u, stand 117; 9/11, 15-16.30u, stand 117.

DIRK LEYMAN ■

05 november 2014© De Morgen 52