Beschrijving

Recensie

Hester Knibbe heeft de jongste jaren de wind in de zeilen. Haar werk oogst steeds meer belangstelling en waardering. Dat is terecht, want Knibbe ontpopt zich ook met haar jongste bundel weer tot een uitermate interessante stem in het Nederlandse poëzielandschap. Archaïsch de dieren voert, zoals de titel al aangeeft, de lezer vaak terug naar het verleden. De dichteres is bij uitstek gefascineerd door de antieke oudheid en de oudtestamentische mythen, omdat ze haar een exemplarische waarheid over de mens lijken te onthullen.
Zo geeft Knibbe in de eerste gedichten haar visie op het verhaal van de broedermoordenaar Kaïn. Daarbij komt een cluster aan thema’s aan bod: de visie van de ouders wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met de tragiek van een geruchtmakende moeder die haar pasgeborenen systematisch vermoordde. Het ouderschap staat zo ter discussie en wordt in ieder geval ontdaan van de romantische clichés. Ouders komen in feite dicht bij de figuur van Kaïn. Adam en Eva blijken niet thuis in het paradijs, terwijl Kaïn misschien wel Abel uit het lijden van zijn bestaan wilde verlossen. De dichteres opteert hier, zoals vrijwel steeds in haar oeuvre, voor een sterke inlevende psychologie. Haar personages lijden en jubelen, maar blijven steevast bijzonder menselijk en daardoor ook problematisch.Die thematiek van de mens en zijn familiale netwerk domineert vrijwel alle reeksen in Archaïsch de dieren. De bijzonder mooie titelcyclus voert ons bijvoorbeeld naar de heilige offerpraktijken in het antieke Hellas. Het brengen van offers wordt hier een beeld voor de regeneratie: door de identificatie met het offerdier sterft de mens symbolisch en herrijst hij terug in een andere gedaante. Hetzelfde beeld fundeert het hebben van kinderen.
Knibbe kiest in deze bundel niet voor een romantische visie op de mens en de mensheid, maar opteert ervoor om de antieke tragiek ernstig te nemen en te zien als een model voor wat mensen bezielt: alle heil is daardoor maar gedeeltelijk, en ieder mens belichaamt onmiskenbaar ook onrecht. De waarheid krijgt zo iets ondraaglijks. Tegelijk ligt echter in de aanvaarding van dat onvolkomene ook een grote geruststelling en een rechtstreeks engagement: de liefde en de inzet blijven in deze bundel overeind. De slotreeks ‘Er is altijd’ vormt in dat opzicht een synthese: verleden en toekomst komen hier samen, net zoals relativering en vastberadenheid. Een bundel om u tegen te zeggen.
[Dirk De Geest]
Copyright (c) Vlabin-VBC2014http://www.deleeswolf.be
T. van Deel
Hester Knibbe houdt een straf tempo aan: eens in de drie jaar een bundel. Daarmee geeft zij te kennen dat zij in het dichterlijk landschap een duidelijke, standvastige aanwezigheid wil zijn. En dat is ze ook – gelukkig maar, want dichters die voortgaan in de traditie van persoonlijke, existentiële dichters als Kopland, Eybers, Leeflang en Eijkelboom zijn dun gezaaid. Knibbe is een uitstekende vertegenwoordiger van die richting. Het eerste deel van haar nieuwe bundel heet 'Vrijspraak voor Kaïn'. Ze beschrijft de gevolgen van onze verdrijving uit het paradijs en hoe vrede relatief is geworden. Het inzicht in het leven, dat eten, groeien alles van doen heeft met de dood is onontkoombaar: 'we spogen de pitten uit op de grond waardoor / beginsels ontsproten. Dus moest er wel // meer zijn onder de zon, iets / wat je aanvang zou kunnen noemen en einde.' Deze laconieke, onderdrukt-emotionele vaststelling zet de toon voor de hele bundel – waarin een prachtige reeks de verwerking bevat van een bezoek aan de dodenstad Thebe – die met de afdeling 'Er is altijd' op een haast geresigneerde manier afsluit met een viering van het leven, ook in de herfst, met 'dampende bloedworst in de terrine // en wildhandel ververst zijn vitrine'. Deze slotregel verdient het klassiek te worden.
© NBD Biblion

Een remake van de schepping

Luuk Gruwez, 20 juni 2014

Dieren zijn onschuldig, behalve dat ene dier: de mens. In haar nieuwste bundelArchaïsch de dieren houdt Hester Knibbe een pleidooi pro domo voor de schuldige Kaïn. Luuk Gruwez

Wat is archaïsch in de poëzie van Hester Knibbe? Datgene wat mensen met hun voorouders gemeen hebben: simpele rituelen waarin zij een confrontatie aangaan met allerlei goden. In deze poëzie worden offers gebracht, kleine en grote daden gesteld waarmee de mens probeert uit te stijgen boven het feit dat hij in essentie ook maar een dier is.

Dat dier is zonder schuld. Maar dat geldt niet voor de mens. Die heeft wel iets van zijn simpele dierlijkheid behouden, maar is daarnaast beladen met angst en schuld. Dit besef is er al vanaf het motto van Queen ('very, very fright'ning me'). Waarom zijn wij toch zo bang en wat maakt ons zo schuldig? Daar hebben een leeuw en een lam vast geen last van.

Vanuit ons hedendaagse standpunt is de mens een dader. Maar Knibbe neemt zijn verdediging op zich. Dat blijkt al uit de titel van het eerste deel van de bundel, 'Vrijspraak voor Kaïn'. Waarom moet hij worden vrijgesproken? Omdat hij het niet kan helpen dat hij dierlijk is. Hij verschilt niet wezenlijk van een roofdier, heeft in feite niets kwaads in de zin. Hij volgt alleen maar zijn natuur.

Door zijn schuld

In de hele eerste cyclus 'Pro domo' houdt Hester Knibbe zich bezig met de schepping. Zij herschrijft die ten behoeve van haar pleidooi voor Kaïn. Ze buigt zich over hoe het allemaal begonnen is en over hoe het straks eindigen moet. Uit de gang der natuur en de groei der vruchten leidt zij het volgende af: 'Dus moest er wel (...)/ meer zijn onder de zon, iets/ wat je aanvang zou kunnen noemen en einde.'

Vanaf dat moment ontstaat er iets wat medeoorzaak van een pak ellende is: het grote weten, instrument van de bedreiging. Zelfs dieren zijn ermee behept, want zij kunnen geluid interpreteren als een signaal van gevaar. Bij mensen resulteert het weten in meer dan alleen maar een dierlijke impuls. In een hele woordenschat bijvoorbeeld (en in poëzie). Maar alwetendheid is beslist niet alleen een zegen. Het is iets wat wij ongewild mee hebben gekregen, schrijft Knibbe en ze is controversieel, want ze houdt ook het besef van vergankelijkheid in.

De mens ervaart zijn lichamelijkheid op zich als met schuld beladen, of dit nu terecht is of niet. Nooit is hij helemaal vrij van vernietigingsdrift: 'ondanks je zachtheid ben je/ geschapen voor de verwoesting,' staat er. Die destructiedrang lijkt zelfs noodzakelijk voor de bevestiging van het eigen bestaan. In de aangrijpende cyclus 'Zog' blijkt hoeveel met de moedermelk is ingegeven. Het is in deze poëzie niet altijd even helder wie dader en wie slachtoffer is. Moeders, hier nogal talrijk present, zijn lang niet altijd onschuldig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een gedicht over de zaak Sietske H., een moeder die vier van haar baby's heeft vermoord, in koffers heeft opgeborgen en op zolder bewaard. 'Ik baarde/ vormfout op vormfout', laat Knibbe haar beweren, en ze laat haar een spel van dood en leven aangaan. Enerzijds wil zij haar kinderen niet in leven laten, anderzijds wil ze de lijkjes wel bewaren: 'wat je in je/ (...)/ droeg wil je niet kwijt'. Ook in Knibbes vroegere poëzie was dit al een belangrijk thema. De doden mogen nooit helemaal dood. Ze moeten weer tot leven worden gezongen in een zang die niet schuldeloos is en waarin de anderen - mens of dier - soms moeten worden opgeofferd: alsof zij pas dan zelf tot ontplooiing kunnen komen. Allemaal goed en wel, zegt Knibbe, maar de kinderen moet je met rust laten. Dit is haar morele amendement: 'Onder de Melkweg zonovergoten/ archaïsch de dieren. Maar laat/ (...)/ de kinderen met rust, zij moeten nog/ komen te weten.'

Thuiskomen in Thebe

Zoals vaak bevatten deze verzen veel verwijzingen naar de Bijbel en de Grieks-Latijnse beschaving. Wij krijgen een bijzonder intrigerend beeld van het Griekse Thebe, waarvan de archeologische site inmiddels verdwenen blijkt. Thebe zou de stad moeten zijn waarin je thuis kunt komen en je geborgen kunt weten, maar wat hier wordt geschetst, is juist een plek die voor afwezigheid staat: 'Waar zijn de poorten van de oude stad?/ De poorten zijn afgebroken.'

'Er is altijd', het tweede deel van de bundel, bevat tableaux vivants waarin de seizoenen elkaar opvolgen en waarin op zoek wordt gegaan naar wat nog maar net is ontstaan en waaraan met behulp van verzen betekenis moet worden toegevoegd. Want dat is bij uitstek wat Knibbe fascineert: het eerste en het laatste, en vooral: het verschil daartussen. Zij maakt het bestek op van wat zij ongeschonden kan overhouden en van wat dichterlijke restauratie behoeft.Archaïsch de dieren trekt van leer tegen de menselijke geschondenheid, in absoluut fascinerende verzen.

HESTER KNIBBE

Archaïsch de dieren.

De Arbeiderspers, 82 blz., 18,95 ? ((e-boek 9,99 ?).

De auteur: een van de grootste en meest aangrijpende Nederlandse dichters.

Het boek:een dichtbundel waarin de aloude thematiek van de menselijke conditie, het verlies en hoe dit in een poging tot vitalisme om te buigen, verder wordt uitgediept.

ONS OORDEEL: een bundel die niet alleen overtuigt door zijn vakmanschap, maar ook door de wijze waarop hij de lezer emotioneel betrekt bij de retouches van de schepping.

¨¨¨¨è

Luuk Gruwez ■

20 juni 2014© De StandaardPagina 12