Beschrijving

De stam van de holenbeer

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Bruna in
Samenvatting
Een groep prehistorische holbewoners vindt een meisje dat tot een hoger ontwikkelde soort behoort. Na aanvankelijke acceptatie leidt het verschil in ontwikkeling toch tot problemen.

Recensie

Redactie
In ruim vijfhonderd pagina's verhaalt de auteur, op basis van eigen onderzoekingen en ondervindingen (ze volgde een overlevingscursus en woonde enige tijd in een ijsgrot die ze zelf had gemaakt) de geschiedenis van het meisje Ayla vanaf haar vijfde tot circa twintigste jaar. Nadat haar ouders zijn omgekomen, wordt ze opgenomen door de Stam van de Holenbeer, die circa 35.000 jaar geleden (de Würm-ijstijd) leeft in het gebied aan de noordkust van wat nu de Zwarte Zee is. Het is het verhaal van het ontstaan van de mensheid. Een prehistorische roman, die heel geloofwaardig overkomt, beeldend en poëtisch geschreven. Qua sfeer en stijl te vergelijken met 'In de ban van de ring' van Tolkien. Dit is het eerste deel van een reeks van zes, bekroond met de NS Publieksprijs, waarvan het laatste deel 'Het lied van de grotten'* net is verschenen. Voorin een kaart van prehistorisch Europa. Vrij kleine druk, volle bladspiegel.
© NBD Biblion
Ayla's ouders komen om in een aardbeving en het kleine meisje blijft achter in de wildernis. Ze wordt gevonden door Iza, medicijnvrouw van de Stam van de Holebeer. Ze groeit op bij de stam, maar gaandeweg wordt duidelijk dat ze 'anders' is. Ze wordt verbannen en verplicht haar zoontje achter te laten.
Het is nu al 22 jaar geleden dat Jean Auels De stam van de holebeer verscheen, het eerste deel van wat de tot nu toe opmerkelijkste en bekendste prehistorische fantasy-cyclus zou worden. De figuur van Ayla sloeg van bij het begin zeer goed aan, een vrouw met een sterke persoonlijkheid, die vanwege haar 'anders zijn' (zij is een Cro-Magnon) bij de Neanderthalers, die haar eerst hadden geadopteerd, verstoten wordt en haar lot in eigen handen neemt. Doorheen de cyclus groeit zij uit tot een overal gewaardeerde vrouw, die echter zoveel kunde en wijsheid tentoonspreidt, dat ze door Auel zowat een superstatus aangemeten krijgt.
Waar de schrijfster in de eerste twee delen haar wetenschappelijke bevindingen met voldoende realisme en een goed gedoseerde portie literair verantwoorde romantiek combineert, raakt het evenwicht vanaf deel drie echt zoek. De wetenschappelijke basis blijft degelijk -- Auels standpunt in aanmerking genomen dat ze, waar de wetenschap geen antwoorden geeft, de vrijheid neemt om de leemtes naar eigen goeddunken (zolang het plausibel blijft) in te vullen --, maar de 'informatieve' passages bij elk aspect van het leven dat ze beschrijft, beginnen zwaar op het verhaal te wegen en de natuurevocaties worden wel erg breed uitgesponnen. En wat mij het meeste stoorde, is dat de verhaalopbouw en de karakterisering volledig ondergeschikt worden gemaakt aan een drammerige romantische optiek. Een van Auels uitgangspunten was dat mensen altijd al dezelfde gevoelens kenden van de mens van vandaag: overlevingsangst, moederliefde, verliefdheid... en waar mensen (uit verschillende culturen) samenkomen, geven machtswellust, agressie, jaloezie aanleiding tot conflicten. Geen nieuws onder de zon, en nog een oud zeer is, dat je, wanneer je goed en kwaad al te zeer gaat polariseren in duidelijk afgelijnde karakters, je overtuigingskracht snel verspeelt. De aanvankelijk voldoende genuanceerde karakterisering van de personages verwatert in romantische clichés; Ayla, de volkomen vrouw die, ondanks het leerproces dat ze moet doormaken een dermate inherente schoonheid, goedheid en wijsheid bezit dat ze stierlijk gaat vervelen; Jondalar, de adonis avant la lettre, die zijn -- goed te begrijpen -- kleine kantjes met bewonderenswaardige zelfbeheersing overstijgt en aldus meer van een pronkstuk heeft dan van een mens. De psychologie is voortaan van zeer grote eenvoud, de toon wordt al te naïef, de stijl gaat erg vaak over de rand van de trivialiteit. Alles bij elkaar genomen manco's die van de veelbelovend gestarte reeks een eindeloos uitdeinende smartlap maken.
Naar mijn gevoel leidt de continuïteit waarmee Ayla en Jondalar boven de beperkingen van hun omgeving en hun tijd uitgroeien (en zo de evolutie van de pre-historische naar de hedendaagse mens gestalte geven) in het zesde deel onontkoombaar naar een positieve afloop, zij het dat het stil verdriet van Ayla (zij heeft haar zoon moeten achterlaten bij de Stam, cf. deel 1) een donkere ondertoon vormt. Liefhebbers van een goede afloop hebben wellicht niets te vrezen, aangezien Auel dat verdriet tot nu toe erg stil gehouden heeft. Een lichtheid in het verhaal die misschien nog had gekund, was de vorm wat minder goedkoop geweest. [Jen de Groeve]
Copyright (c) Vlabin-VBC20021231http://www.deleeswolf.be