Beschrijving

Geheime kamers

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Atlas Contact in
Samenvatting
Geheime liefde en liefdesverraad leiden tot een bloedige vergelding.

Recensie

Redactie
'Zomervlucht' verscheen in 1990. Nieuw groot scheppend werk liet daarna op zich wachten. 'Geheime kamers' was in 2000 het langverbeide antwoord op de vraag of het er ooit nog van zou komen. In de kritiek werd nogal wisselend gereageerd: in Trouw liet Peter Henk Steenhuis onder de kop 'Getob van een eenzelvige pillenneuroot' niet veel heel van het boek, Robert Anker was in Het Parool onder het motto 'Een kwestie van meesterschap' beduidend minder negatief en Arjan Peters repte in de Volkskrant zelfs van een herrijzenis. Zoals altijd in het oeuvre van Brouwers valt er geen mus van het dak of het betekent wel iets. Bij de ene groep lezers wekt dat gevoelens van mateloze irritatie op, de andere kan er niet genoeg van krijgen en schept er behagen in alle kleine en grote verwijzingen op te sporen en een plek te geven. Deze laatste groep is ruim in de meerderheid gezien de bekroning van de roman met de Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs en de Multatuliprijs.
© NBD Biblion
Geheime kamers is een groots en limpide boek over verlangen en ontgoocheling, huwelijk, overspel en bedrog. Geconstrueerd als een hechte legpuzzel, een woud van symbolen, waarin het verhevenste en het banaalste elkaar afwisselen. Brouwers overwint zijn autobiografische preoccupaties, en schrijft stilistisch meesterlijk over de vraag of het tussen man en vrouw in deze gebroken schepping ooit goed komt.

Jelmer van Hoff, achter in de veertig, vanwege zijn faalangst afgekeurd leraar geschiedenis, leeft op een woonboot samen met zijn ziekelijke hond en zijn vrouw Paula Doorenbos. Sinds de geboorte van hun mongoloïde dochter Hanneke is hun huwelijk uitgeblust. Paula heeft het kind nooit kunnen accepteren en heeft Jelmer verboden haar nog aan te raken. Hij denkt vaag aan een dissertatie en komt haast nooit de deur uit. Zijn schommelstoel is het enige dat beweging brengt in zijn leven. Tot hij onverwacht een uitnodiging krijgt voor de inaugurale rede van zijn oude studiegenoot Nico Sibelijn, aangesteld tot professor in de archeologie. Op de receptie ziet hij diens vrouw Daphne weer, een gevierde operazangeres, die hij sinds zijn studietijd nooit is vergeten.

Jelmer beseft plots dat hij niet voor Nico, maar voor Daphne is gekomen. Daphne, die eens op archeologische expeditie met Nico in de Ardennen als zijn reddende engel was verschenen, toen hij haast dodelijk ziek was geworden nadat hij van vervuild beekwater had gedronken, zoekt weer contact met hem. Blijkbaar heeft ze onthouden dat hij een geheim kan bewaren. In haar verlovingstijd met Nico had Jelmer haar eens met een andere man 's nachts in een park gezien, maar niets aan Nico verteld. Sindsdien noemt ze hem "mijn beste", wat je in de loop van het verhaal steeds meer geneigd bent aan te vullen met 'pion'. Ze schrijven almaar intenser brieven naar elkaar, gevolgd door stiekeme telefoontjes, en hun wederzijdse partners beginnen verdenkingen te koesteren. Op een dag zegt Daphne: "Tussen ons moet alles uit zijn". Wat Jelmer de vraag doet stellen, wat er tussen hen dan wel is gebeurd. Tot een echte verhouding komt het immers nooit. De enige keer dat hij Daphne in het geheim op een hotelkamer ontmoet, mag hij enkel naar haar naakte lichaam kijken, maar haar niet aanraken. Intussen is hij een seksuele relatie begonnen met Gonneke, de moeder van een ander Down-kind, die hem na een van zijn trouwe zondagse bezoeken aan Hanneke in een dronken bui heeft verleid. Merkwaardig genoeg heeft Jelmer daarbij het gevoel dat hij niet Paula maar Daphne bedriegt.

Nog lang vóór zijn roman halfweg is, doet Brouwers iets wat je nooit van een beslagen auteur zou verwachten: hij laat Daphne haar geheim vertellen. Al sinds hun studentenjaren bedriegt ze Nico met haar zangleraar Johann Fahrenfurth, haar ware liefde, die ze al 25 jaar ontmoet. Nico blijkt al vijfentwintig jaar haar alibi voor de vrouw van Johann, maar de vraag is welke rol Jelmer ten opzichte van Nico in haar dubbelleven speelt. Daphne houdt er nog meer opvattingen op na die falsifieerbaar blijken. Zo probeert ze Jelmer ervan te overtuigen dat angst niet bestaat. Je kunt ze immers, zo zegt ze, niet vastpakken, op een boterham smeren, op tafel zetten of aan de muur hangen. Voor Jelmer, die van zijn psychiater hopen pillen krijgt om zijn angst te onderdrukken en vaak letterlijk van angst in zijn broek doet, is het een loze bewering. En ondanks haar spiedende blik, waaraan niets lijkt te ontsnappen, blijkt ze buiten de waard te hebben gerekend. Een sensatiejournalist publiceert een ophefmakend verhaal over haar 'affaire' met Jelmer. Ook wat verkeerd is 'gezien', bestaat en heeft gevolgen. Haar eigen zoon brengt de bal bij Nico aan het rollen. Sibelijn, die de kalmte in persoon lijkt, wordt ervan beschuldigd dat zijn bekendste archeologische ontdekking een vervalsing is, waarbij hij Jelmer als bliksemafleider zou hebben gebruikt, en blijkt ook zelf een ongekende voorhistorische drift te bezitten.

Overspel en ondergang zitten bij Brouwers dus iets complexer in elkaar dan de bekendheid van de motieven doet vermoeden. Maar Geheime kamers gaat niet alleen daarover. Nico en Jelmer citeren in hun studententijd graag de gevleugelde woorden van professor Möser, die hen heeft ingewijd in de archeologie. "Wat wij moeten doen? Wij moeten de grotten in! Wat wij zoeken, dáár in de diepte moet het te vinden zijn." Nico delft in een Ardense grot een steen op uit het zwartst van de prehistorie, waarin tussen een wirwar van onbegrijpelijke logogrammen het hakenkruis uit de Hitlerjaren en het zogenaamde vredesteken van de hippies uit de jaren '70 zijn gegrift. Er zijn meer passages in dit boek waarin naar extremen op onze tijdsas wordt verwezen, en prehistorie en gevorderde beschaving met elkaar worden geconfronteerd. In talrijke beelden duikt de idee op dat het leven, dat rust en harmonie slechts een eiland zijn te midden van een kolkende, alles verzwelgende chaos -- het zwarte water van de dood.

Hoewel het bol staat van barokke symbolen van dood en verderf, en het romantische beeld van de droomprinses in scherven valt, is Geheime kamers geen cynisch, zelfs geen pessimistisch boek. Ook daarin blijkt het minder voorspelbaar dan het er eerst naar uitziet. De antiheld Jelmer, maatschappelijk een loser, die door de anderen zielig wordt gevonden, door hen wordt misbruikt en geboren lijkt voor het ongeluk, toont op onverwachte ogenblikken ruggengraat, een uitzonderlijk menselijk mededogen en tegenwoordigheid van geest. Qua taalkracht en symbolische geladenheid kan deze roman wedijveren met Brouwers' beste werk. [Erik de Smedt]
Copyright (c) Vlabin-VBC20001231http://www.deleeswolf.be