Beschrijving

Recensie

Kristien Dieltiens bewijst met haar jongste jeugdroman dat ze van vele markten thuis is. Papinette is, na Olrac (2000), Aude (2005) en Candide (2007) haar vierde historische roman. De stille pijn van Luca (2005), de veel geprezen en bekroonde roman over de Balkanoorlog, lichten we nog even uit dit rijtje. Roos en Anders, (Clavis, 2009) een speels pestverhaal, bevestigt haar betrokkenheid bij kinderleed.

Papinette speelt zich af in het Antwerpen van de 16e eeuw, tegen het woelige decor van de Beeldenstorm. Het verhaal volgt chronologisch in de middeleeuwse cyclus, na Olrac, Aude en Candide. De heksenvervolgingen waar Papinette de dupe van wordt, zijn in Aude al aangekondigd. Toch loopt er geen reële rode draad tussen Papinette en haar middeleeuwse leeftijdsgenoten. Raakpunten zijn er wel: ze delen de status van verschoppeling en het zijn allemaal vechters. Typische protagonisten van Dieltiens dus. De nieuwe locatie is veelzeggend. Terwijl Candide zich blindelings een weg baant door de Brugse steegjes, brengt Dieltiens met Papinette een liefdevolle groet aan haar geboortestad, die even kleurrijk is als het warme schilderij van haar thuisstad Brugge in Candide. Beide romans kun je a.h.w. als een handleiding voor een stadswandeling gebruiken.

Papinette start met de 15-jarige Papinette die haar tweeling de borst geeft. Zij is beschuldigd van hekserij en wacht op haar berechting. In die wachttijd kijkt ze achterom en vertelt in gedachten haar verhaal aan haar kinderen. Papinettes moeder, de veensteekster Aleid, werd na een dijkbreuk die het gehucht Oosterweel van de kaart veegde, tewerkgesteld als melkmeisje en wasvrouw bij "saaihandelaar" Arnoldus in Ekeren. Daar wordt Papinette als onecht kind van een leurder geboren. Zoals de andere onechte kinderen ? "gevonden tussen de kolen" ?, wordt ze vlot in het huishouden opgenomen. Zij brengt er het grootste deel van haar leven door, beschermd en gesteund door de andere meiden en knechten.

Net als haar moeder is Papinette een mooie en trotse vrouw. Dit is zeer tegen de zin van Anna, de extreem godvruchtige vrouw van heer Arnoldus. Aleid brengt immers veel hoofden op hol, en dan vooral dat van heer Arnoldus zelf. Hij kiest trouwens moeder en dochter uit om als model te poseren voor de schilders op zijn atelier. Papinette wordt door haar moeder opgeleid tot een uitstekende kokkin. Haar kennis van kruiden en lekkere gerechten gebruikt ze later om de norse Anna te verschalken en haar zoon Antoon te verleiden. Door zijn briefjes te ontcijferen en de letters met bonen na te maken, leert ze zichzelf lezen.

Uiteindelijk bereikt vrouwe Anna dat Aleid en Papinette in ongenade vallen. Zij laat de vier pauwen, de trots van haar man, slachten en door Aleid en Papinette bereiden, wat de toorn van Arnoldus wekt. Moeder en dochter worden verbannen: moeder naar een klooster en Papinette naar het huishouden van een jonge schilder. Nog één keer mogen ze voor Arnoldus koken, op een groots feest ter ere van de inwijding van zijn nieuwe huis in Antwerpen. Die nacht sterft heer Arnoldus. Vergiftigd, zo zegt Anna, en wel door de twee "heksen" die de maaltijd kookten: Aleid en Papinette.

Dankzij Antoon worden ze min of meer behoorlijk behandeld. In hun gevangenschap krijgen ze wekelijks bezoek van Anna Bijns, die hen haar verzen over vrije vrouwen voorleest en hen op de hoogte houdt van het reilen en zeilen in Antwerpen. De Beeldenstorm leidt uiteindelijk de aandacht van hen af en zowel moeder als dochter komen vrij. Moeder gaat in dienst van een priester en sterft ten slotte tijdens de Beeldenstorm onder een brandende balk. Papinette wacht tot op de laatste bladzijde op haar bevrijding.



De cirkel van het leven



Papinette heeft een cirkelstructuur. Na een korte inleiding volgen vier grote delen, met symbolische namen die verwijzen naar een episode uit Papinettes leven. Het eerste deel, 'Onze-Lieve-Vrouwetijd', fungeert als inleiding. Vanuit haar gevangenschap bekijkt Papinette de Ommegang van Onze Lieve Vrouw terwijl ze haar tweeling de borst geeft. Ze wacht op haar verdict en kondigt haar levensverhaal aan. In het gedetailleerde, barokke 'De Melktijd', haalt Papinette herinneringen aan haar kindertijd op. De 'Bonentijd', betekent het einde van het onbekommerde leven. Papinette groeit. Ze leert koken, ontdekt de seksualiteit, leert zichzelf lezen. De reformatie en de dreiging van de oproer komen dichterbij. Heer Arnoldus, tegenstander van Filips II en sympathiserend met de anabaptisten, speelt een gevaarlijk spel. Hij brengt Aleid en Papinette naar zijn schildersatelier. In 'Kersentijd', maakt Papinette zich verder los van haar moeder. Arnoldus blijft met vuur spelen en de strijd tussen hem en zijn katholieke vrouw laait hoog op. Het leidt tot een scheiding van tafel en bed. Papinette gaat kersen plukken met Antoon. Hij wordt naar een jezuïetencollege verbannen en Papinette voelt hoe het tij keert. Het leven wordt saai en triest. Tot Antoon opnieuw verschijnt en Papinette eindelijk ervaart wat "de hemel" is.

De cirkel van het leven en het verhaal sluit met het vijfde deel, 'Onze Lieve Vrouwetijd'. Na de beschuldiging van hekserij, belanden Aleid en Papinette in de gevangenis. Papinette belooft dat haar dochter een Onze-Lieve-Vrouwekind zal worden als ze vrij komen. Dat betekent dat zij, net als zijzelf, acht jaar in het blauw gekleed zal lopen. De cirkel is inhoudelijk en structureel rond. Ze worden gered door Antoon en de Beeldenstorm. In het nawoord verwijst Dieltiens gedetailleerd naar haar inspiratiebronnen, met o.m. een lijst van schilderijen uit de 16e eeuw.

Het thema, de kracht van een vrije vrouw, in het motto aangebracht in het gedicht van Anna Bijns, is overtuigend uitgewerkt. Papinette gedraagt zich als en groeit uit tot een onafhankelijke vrouw. Het historische kader, de strijd tussen de katholieken (Filips II) en de reformanten, speelt een beduidende rol in Papinettes leven. De bewustwording van sterke vrouwen in een tijd waarin dit allesbehalve vanzelfsprekend was, creëert een interessant spanningsveld.

Papinette overtuigt als ik-figuur. De gulzigheid en gretigheid die ze al als baby uitstraalde, bepaalt de loop van het verhaal. Ook al is ze pas 15, naar de normen van die tijd was ze een volwassen vrouw. Aleid wordt bekeken via de blik van haar dochter. Aanvankelijk is ze de mooie, trotse vrouw op wie Papinette trots is, Anna Bijns waardig. Zij steunt Papinette om even onafhankelijk als zijzelf te worden. Later, wanneer ze in ongenade valt, keren de rollen om. Papinette moet haar nu steunen. De verbondenheid van moeder en dochter, en het proces van zich losmaken, zijn thema's die Dieltiens in haar vorige roman, De zomer van gisteren en pudding, ook al aanboorde.

Ook de andere personages zijn kleurrijk in hun tijd uitgetekend. Voorop staan de voedsters, met hun bijgeloof en hun sterke en zwakke kantjes, maar ook de heer Arnoldus en zijn zure vrouw zijn zo van een 16e-eeuws schilderij geplukt.

Papinette is waarschijnlijk Dieltiens tot nu toe barokste roman. De overvloed aan beelden en vergelijkingen doet je af en toe naar adem happen. Dat overladen gevoel weegt vooral in het tweede deel, 'Melktijd'. Maar ook al rollen de beelden ongelimiteerd uit haar pen, ze zijn functioneel en aan de tijdsgeest aangepast: "mijn moeder was groot en sterk en haar armen hadden dezelfde schoonheid en kracht als de achterpoten van een pinksterkalf." Liedjesteksten, het meten van de tijd aan de heiligenkalender en de dominerende invloed van het bijgeloof, de verwijzingen naar recepten en naar geuren, de aangepaste taal ( een "slaapmand", "geboeleerd" met de duivel, "haar baaien rok"...), het oproepen van de sfeer op het neerhof, het hof zelf en het schildersatelier creëren een rijke sfeer en geven de roman de allure van een historisch-volkskundige roman.

De expliciete boodschap die vooral in Olrac en Aude aanwezig was, blijft in Papinette achterwege. De roman geeft wel impliciet een boodschap mee over de waarde van een sterke, vrije vrouw, met de moeder- dochterrelatie als constante grondtoon. De intrinsieke spanning waar de mentale groei van Papinette toe leidt, biedt een waardevol herkenningspunt voor jongeren en dit thema geeft deze roman van Dieltiens, die vooral een uitbundige ode is aan haar Antwerpse roots, een verdiepend facet. [Jet Marchau]
Copyright (c) Vlabin-VBC2009http://www.deleeswelp.be
D.J. Hoenink
Papinette (ik-figuur) is de dochter van de wasvrouw en kokkin van de rijke Antwerpse zakenman Arnoldus in het derde kwart van de 16e eeuw. Moeder en dochter zijn slim, onafhankelijk en mooi. Zij wonen op de boerderij bij het herenhuis en trekken de aandacht van hun heer, wat tot jaloerse reacties leidt bij diens vrouw. Als de zoon van de heer in Papinettes leven komt, geeft dat weer reden tot spanningen. Zo hebben alle relaties in dit boek hun eigen dynamiek. Intussen zijn moeder en dochter ook in trek als model voor een paar Antwerpse schilders. Over hun werk is de nodige informatie in dit boek en als 'uitleiding' verwerkt. Verder wordt een blik gegund in de keuken van die tijd, worden de onderhuidse spanningen rond de opkomst van de reformatie beschreven, en krijgen we een indruk van de wijze waarop met seksualiteit werd omgegaan. Het boek is geschreven in de vorm van een terugblik: de hoofdpersoon vertelt haar leven aan haar kinderen. Al met al een rijk boek, dat bol staat van een beeldende taal die kleur, smaak, gevoel in alle heftigheid van die tijd overbrengt. De tekst staat vol woorden van toen, waarvoor een verklarende woordenlijst is toegevoegd. Van de Vlaamse auteur verschenen al eerder drie historische jeugdromans. Vanaf ca. 14 jaar.
© NBD Biblion

Kristien Dieltiens heeft veertigste boek

David Dominiek, 21 oktober 2009


Beernem - Kristien Dieltiens heeft veertigste boek uit.
De middeleeuwse zolder van De Florentijnen in Brugge was voor schrijfster Kristien Dieltiens de gedroomde plek om haar veertigste boek, de historische jeugdroman 'Papinette', voor te stellen. Met 'Papinette' keert de Beernemse auteur terug naar de woelige zestiende eeuw in haar geboortestad Antwerpen. "Mijn vorige romans 'Aude' en 'Candide' spelen zich af in het middeleeuwse Brugge en Damme. Nu was het moment gekomen om in het verleden van mijn geboortestad te gaan grasduinen", zegt Dieltiens. Inspiratie vond ze in de schilderijen van Pieter Aertsen en Joachim Beukelaer. "Op de schilderijen ontdekte ik een meisje en een oudere vrouw die steeds dezelfde gelaatstrekken hadden. Meer had ik niet nodig om tot een verhaal over keukenmeiden en de pleziertjes van welgestelde heren te komen."

Met haar nieuwste roman bevestigt Kristien Dieltiens haar plaats tussen de auteurs van historische jeugdromans. "Misschien kom het er ooit eens van om een historisch verhaal te schrijven over mijn woonplaats Beernem. Inspiratie genoeg, maar het opzoekwerk vergt zoveel energie en tijd dat ik het niet overhaast wil doen."

21 oktober 2009© Het Laatste NieuwsPagina 19

Een boek om te proeven

BRUGGE/BEERNEM Twaalf jaar geleden debuteerde jeugdauteur Kristien Dieltiens met 'De gouden bal'. Onlangs stelde ze nummer veertig voor in De Florentijnen : 'Papinette'. En om het met de woorden van de uitgever te zeggen : een boek om te proeven en te smaken.

Kristien Dieltiens werd op 27 september 1954 in Antwerpen geboren. In haar jeugd verslond ze boeken. "Het schrijven spitste zich toe op dagboeken en gedichten. Toen ik veertien was, schreef ik mijn eerste songtekst, waarvoor ik ook zelf de muziek componeerde", vertelt de jeugdauteur.

Ze genoot een kunstzinnige opleiding en schoolde zich in de pedagogie. Kristien Dieltiens stond vele jaren in het onderwijs. In 1982 verhuisde ze van Antwerpen naar Brugge om er te helpen bij de oprichting van een school. Ze is moeder van zes kinderen en woont nu midden in de velden in een gerestaureerde hoeve in Beernem.

Aan elk van haar boeken gaat heel wat onderzoek vooraf. Muziek en schilderkunst spelen een prominente rol. Ze houdt van een goede intrige, veel avontuur en een stevige plot.

"Ik ben gek op geschiedenis en humor vind ik heel erg belangrijk", voegt ze er zelf aan toe. In 1997 pakte ze uit met De gouden bal, een boek waarvoor ze zowel de tekst als de illustraties maakte. In 2002 sleepte ze de prijs van de kinder- en jeugdjury in de wacht met Olrac. En nu stelde ze haar veertigste boek op twaalf jaar tijd aan pers en publiek voor : Papinette.

Papinette is een historische roman die zich afspeelt in het Antwerpen van de 16de eeuw, in het woelige decor van de nakende Beeldenstorm. Papinette groeit er op bij vier vrouwen die wasvrouw, keukenmeid of melkmeisje zijn. Haar moeder werkt bij heer Arnoldus, wolhandelaar en levensgenieter. Zijn vrouw Anna is diepgelovig en heeft een hartsgrondige hekel aan de levenswandel van haar echtgenoot.

Wanneer heer Arnoldus een schildersatelier opent met de bedoeling het zinnelijke leven te laten uitbeelden, worden Papinette en haar mooie moeder in die plannen betrokken. En dat is niet naar de zin van de andere vrouwen in huis.

"Ik vertel het verhaal met humor en een toon van vrolijkheid. Ik besteed daarbij veel aandacht aan smaken, geuren, heerlijke recepten, oude weetjes en seksueel getinte dubbelzinnigheden. Een boek om van te smullen. Naast de fictieve personages spelen de schilders Pieter Aertsen en Joachim Beuckelaer een grote rol."

"Papinette en haar moeder zijn gebaseerd op de twee modellen die vaak voorkomen op de doeken van deze Antwerpse schilders. De naam Papinette vond ik terug in het toneelstuk Het gedwongen houwelijck. Het was de naam van een keukenmeisje. Meer had ik niet nodig", aldus de auteur. (DDR)

16 oktober 2009© De Krant van West-VlaanderenPagina 34