Beschrijving

Recensie

In zijn jongste dichtbundel ontwerpt Kurt de Boodt als het ware een plattegrond van zichzelf, zijn persoon en zijn verleden, zijn familie en zijn universum. Symbool voor die artificiële samenhang staat de voorouder Anselmus de Boodt, die in drie boeken de schepping als het ware trachtte te omvatten en in kaart te brengen. Tegelijk echter wordt die bij uitstek romantische droom van de volstrekte subjectiviteit ontmaskerd als een illusie, als poëzie. Typerend daarvoor is het slotgedicht, met de ironische titel 'I'll be back', waarin het dichterlijke ik begint met een volstrekte onthechting à la Van Ostaijen ("ik wil bloot zijn en beginnen"), om uiteindelijk toch weer alles te willen zeggen, zijn en bezitten: "maak me / bekend, zend me / uit, maak me fataal // digitaal". Wat aan die apotheose voorafgaat, is inderdaad een amalgaam aan indrukken, waarbij de dichter zelf uiteenlopende gestalten aanneemt: hij is afwisselend vader en zoon, minnaar, maar evenzeer kapitein of verzamelaar. Soms resulteert die postmoderne wendbaarheid in kinderlijke, aandoenlijke verzen, maar elders opteert de dichter daarentegen resoluut voor een cerebrale zegging. Het geheel wordt daardoor afwisselend én aansprekend, maar tegelijk kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de verzen in deze bundel erg wisselend zijn van kwaliteit; het lijkt erop alsof ze, met de woorden van Van Ostaijen, wat weinig 'kelder' hebben gekregen. De Boodt is ongetwijfeld een talentrijk dichter, maar wat meer zelfkritiek zou zijn poëzie naar een hoger niveau kunnen tillen, lijkt mij. [Dirk De Geest]
Copyright (c) Vlabin-VBC20041231http://www.deleeswolf.be