Beschrijving

De Kapellekensbaan

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Athenaeum-Polak & Van Gennep in
Samenvatting
De levensgeschiedenis van een arbeidersmeisje ten tijde van de opkomst van het socialisme in Belgie͏̈.

Recensie

De Kapellekensbaan Louis Paul Boon


----inhoud: Ondineke Bosmans is een arm, maar sluw en fel meisje. Ze gebruikt al haar charmes om hogerop te komen en te ontsnappen uit haar grauwe bestaan in Aalst, 'de stad van de twee fabrieken waar het altijd regent, zelfs als de zon schijnt'. In een onstuitbaar relaas doet Louis Paul Boon haar tragische geschiedenis uit de doeken. En dat alles wordt voortdurend becommentarieerd door een bont gezelschap van personages die ook in Aalst wonen: de Kantieke Schoolmeester, Mossieu Colson van tminnesterie die elke dag de trein neemt naar Brussel, Tippetotje de schilderes, Kramiek, en het evenbeeld van Boon zelf: de dichter en dagbladschrijver Johan Janssens. Die voegt nog een pastiche van de middeleeuwse Reinaert aan deze wirwar van verhalen, berichten en beschouwingen toe.

----DE AUTEUR: Louis Paul Boon (1912-1979) was schrijver-schilder uit de fabrieksstad Aalst. Hij was de zoon van een huisschilder en kleinzoon van een meubelmaker en een schoenlapper. Boon was jarenlang journalist en columnist bij de socialistische krant Vooruit in Gent. Maar vooral was hij in hart en nieren een tedere anarchist.

-- OORDEEL: Boons 'onfatsoenlijke boek' geldt als het onbetwistbaar hoogtepunt van de Vlaamse literatuur van de 20ste eeuw. Boon schreef 'met hart en ziel en geest en alle andere geslachtsdelen'. En dat is precies wat de labyrintische opgebouwde 'De Kapellekensbaan' samenhoudt en tot een meesterwerk maakt: het lijkt in één adem geschreven. 'De Kapellekensbaan' is inmiddels in een groot aantal landen in vertaling verschenen.

---- NOG VAN BOON: 'Vergeten Straat', 'Menuet', en 'Zomer te Ter-muren' (het vervolg op 'De Kapellekensbaan'). Ook de eerste twee delen van Boons verzameld werk zijn verschenen.

(MH)

04 augustus 2006© De Tijd 30

Parels uit de Nederlandstalige literatuur

Dirk Leyman, 21 januari 2009


"Ik ben een soort seismograaf, ik geef trillingen weer die ik voel. Ik laat de lezer besluiten trekken. Ik beschrijf de wereld zo rot mogelijk, zodat de lezer zegt: 'Godverdomme, dat moet veranderen'. Verder gaat mijn idealisme niet", zo relativeerde Louis Paul Boon ooit in een interview zijn literaire ambitie. 'Tedere anarchist' Boontje had er altijd een handje van weg om zijn talent te minimaliseren. Met De Kapellekensbaan (1953) heeft hij nochtans op onnavolgbare wijze de roman in Vlaanderen compleet vernieuwd. "In dat manuscript, dat voortkronkelt als een lintworm, werd afgerekend met de Literatuur, de literatuur zoals men die dan toe kende", schreef Martin Ros. De Kapellekensbaan is een labyrintische totaalroman van internationale allure. "Een plas, een zee en een chaos", zo noemde de auteur zijn overweldigende verhaal over het brutale Ondineke, zijn heldin die altijd maar in zeven sloten tegelijk loopt en telkens weer faalt in haar pogingen om uit de klauwen van het fabrieksstadje Aalst te ontsnappen. Daaromheen wemelen de commentaren van bonte personages als Tippetotje, de Kantieke Schoolmeester, Mossieu Colson van tminnesterie, Kramiek en Boons alter ego Johan Janssens en wordt de "op- en neergang van het socialisme" getekend. De taal is levendig, vitaal en inventief, alsof de lezer op de eerste rij zit en het boek als het ware ziet schrijven. Het boek probeert "het leven weer te geven zoals het leven werkelijk is", "een roman waarin ge alles holderdebolder uitkeert, kwakt, gelijk een kuip mortel die van een stelling valt." De Kapellekensbaan veroorzaakte in 1953 bij verschijnen heftige reacties. Onlangs belandde De Kapellekensbaan - dat een tweeluik vormt met Zomer te Ter-Muren (1956) - op de eerste plaats van de canon van de Vlaamse literatuur van het weekblad Knack.

In de volière van de Vlaamse literatuur hokken vele soorten vogels, het meest huisduiven, enkele protserige pauwen, hier en daar een bedeesde korhoen van een dichter, en dat alles zingt zoals het gebekt is en legt zijn eieren. De witte raaf in het gezelschap is Louis Paul Boon

Hugo Claus

Boontje is een groot verteller, niet alleen omdat hij u dingen zegt, die ge tot hiertoe in de boeken nog niet gevonden hebt maar ook omdat hij u geen zeem aan de baard strijkt

Richard Minne

Men zal aan een eeuw niet genoeg hebben om Boon uitgelezen te krijgen

Jeroen Brouwers

21 januari 2009© De Morgen 99

Gelijk het leven

Johan Vandenbroucke, 04 maart 1999


Het zag er een tijd naar uit dat Louis Paul Boons meesterwerk De Kapellekensbaan (1953) niet zou worden uitgegeven, of toch niet in de zo geprezen experimentele vorm. In de jaren na de oorlog (later bleek het zijn creatiefste periode) had Boon het financieel erg moeilijk. Zijn boeken verkochten slecht, in 1947 (het jaar van Mijn kleine oorlog) werden De voorstad groeit en Abel Gholaerts verramsjt. Boon was ontslagen bij het communistische dagblad De roode vaan en genoodzaakt opnieuw als gevelschilder te gaan werken. Angèle Manteau, uitgeefster van z'n eerste drie boeken, durfde het risico van een nieuwe roman niet aan, en zeker niet van het experimentele boek dat Boon aanbood.

In Memoires van Boontje (een bundel stukjes die hij tussen 1975 en 1977 schreef voor het socialistische, Brugse Vlaams weekblad): "Maar ik schreef dan maar dat onmogelijke boek, dat ik De Kapellekensbaan noemde. Ik dacht: het gaat toch niet uitgegeven worden, waarom zou ik dan niet eens mijn goesting doen? (...) Waarom, zo zei ik tot mezelf, beschrijft ge niet meteen uw eigen leven terwijl ge aan het sukkelen en het krossen zijt met uw eigen leven."

Boon was in 1942 al begonnen met een roman over het leven van een buurvrouw, met als titel Madame Odile (later Ondine). Na de oorlog herschrijft hij het verhaal van Ondine en verweeft het met eigentijds gesitueerde fragmenten en een aantal Reinaert-verhalen. Aan Herwig Leus en Julien Weverbergh, de samenstellers van Boonboek, verklaarde hij hoe hij plotseling besloot zijn dagelijkse belevenissen "tussen het verhaal van Ondine te vlechten. (...) Toen heb ik gedacht: 'ik ben op een verkeerd spoor, ik ga een romannetje schrijven zoals iedereen een roman schrijft, het leven van een meisje van haar geboorte tot haar dood', een roman moet iets anders zijn, je moet daar helemaal inzitten met je hart je geest je kloten, met alles."

Het resultaat was een meerlagige roman, een mengeling van tijd- en verhaallijnen. De geschiedenis van Ondine, een sociaal drama tijdens de opkomst van het socialisme in Vlaanderen, wordt voortdurend vermengd met actuele gebeurtenissen uit de Kapellekensbaan, gesprekken en discussies met geestesgenoten en alter ego's (dichter en dagbladschrijver Johan Janssens, de kantieke schoolmeester, mossieu colson van tminnesterie), vaak over het vorderen van de roman, maar ook over de neergang van het socialisme en de kanker van de maatschappij.

In die tweede laag zitten ook journalistieke fragmenten en de Reinaert-stukjes die dan weer reflecteren op politieke actualiteit. Dat alles in die onnavolgbare Boon-stijl, op dat simpel lijkende, sympathieke babbeltoontje dat tegelijk cru en gezapig kan zijn. In de woorden van Boon: "een roman waarin ge alles holderdebolder uitkeert, kwak, gelijk een kuip mortel die van een stelling valt, ernaast en erbij uw aarzelingen en twijfels omtrent het doel en nut van de roman, daarbij en daarenboven iets dat ge zoudt kunnen noemen de reis van nihilisme en realisme (...) en daarnaast zoudt ge nog kunnen randbedenkingen geven, plotse invallen, nutteloze omschrijvingen, gekapseerde erotische dromen en zelfs dagbladknipsels..."

In De Kapellekensbaan zelf is sprake van "een plas, een zee, een chaos", maar volgens Hugo Claus, in een monografie over Boon uit 1964, is het "evenwel geen chaos. De mierenhoop blijft overzichtelijk, de gang van het over vele niveaus verspreide verhaal is te volgen." Verder had Claus, die naar eigen zeggen geen talent heeft voor essayistisch werk, het over "het hallucinante beeld dat Boon vervormt en kneedt onder onze ogen - want het boek ontstaat doordat wij ingewijd worden in de meest intieme geledingen van zijn creativiteit en dit op een nog niet eerder ervaren wijze. (...) Dit alles jaagt door elkaar, knoopt zich aaneen, dendert verder in hijgende zinnen, korte hoofdstukken die kaleidoskopisch een wereld opvoeren waar geen ontkomen aan is."

Vrijwel alles wat Boon bezighield in die tijd kreeg een plaats in de roman. Zo ook de Reinaert-stukjes die eerder al in het tijdschrift Front stonden en in 1955, opnieuw wat omgewerkt, gebundeld werden in Wapenbroeders. Boon had om den brode veel fragmenten gebruikt als journalistieke bijdragen. Piet van Aken oordeelde dat het boek niets meer was dan "een aantal bijeengescharrelde krantehoekjes, zonder enig verband". Er waren meerdere critici die in de structuur geen samenhang zagen, zoals Maurice Roelants: "Er is uit De Kapellekensbaan een korte voortreffelijke roman te puren. Doch het thans gepubliceerde boek bevat te veel chaotisch vulsel..."

In een interview met Jessurun D'Oliveira zei Boon: "bij het scheppen van het kunstwerk speelt toch het vormen een rol. (...) Hoe vreemd het ook voor de anderen mag lijken, tracht gij daar toch een architectonisch geheel van te maken. (...) In het begin van De Kapellekensbaan is er dan de ironie waaruit ik zelf zeg: dit boek is een plas, een zee, een chaos, terwijl ik in mijn diepste wezen ervan overtuigd was dat dat niet waar is hè." In hetzelfde interview: "Ik geloof, moest ik de moed hebben, - moest dat zin hebben ook - dan zou ik er een heleboel uit weggooien denk ik. Ik weet het niet, want ik herlees nooit iets wat ik gemaakt heb."

Ook Boons vroegere wapenbroeder Maurice Roggeman was niet te spreken over De Kapellekensbaan: "Dat is een opeenstapeling van herhalingen." Die onvrede had een persoonlijk kantje: het personage Tippetotje was door Roggeman geïnspireerd. Boon: "Ja, dat is eigenlijk een hele trieste geschiedenis. Dat was oorspronkelijk (...) de schilder Maurice Roggeman, mijn jeugdvriend. Die werd zeker ogenblik lastig omdat ik altijd over zijn barones schreef, daarom heb ik de schilder veranderd in een schilderes, en de barones in een baron." Een detailopmerking: die geslachtsverwisseling verklaart meteen ook waarom de schilderes zo'n opvallend oog voor vrouwelijk schoon heeft.

Via Richard Minne was Boon in contact gekomen met Reinold Kuipers, directeur van De Arbeiderspers. Toch kwam er niet meteen een publicatie. In juli 1950 schreef Boon een brief met het voorstel het boek te splitsen in Madame Ondine en een deel met "de meest geslaagde hoekjes over de Kapellekensbaan, plus een strenge keuze uit deze die sedertdien verschenen in Belgische bladen, onder titel: wereld van vandaag". Het bericht dat De Arbeiderspers de roman in zijn bedoelde vorm wilde uitgeven, doorkruiste Boons brief. Maar door allerlei oorzaken op de uitgeverij verliep er nog drie jaar. Boon: "Ik had ze reeds ten dode opgeschreven, maar koppig gelijk een ezel, die ik ben, schreef ik ondertussen het vervolg erop: Zomer te Ter-Muren."

Ondanks positieve recensies, vooral in Nederland, werd De Kapellekensbaan niet meteen een verkoopsucces. Pas in de jaren zestig bereikte de roman echt een groot publiek. Boon vermeldde graag dat Herman Teirlinck hem na verschijning vroeg: "Maar wanneer gaat gij eindelijk eens een boek schrijven dat op iets trekt?"

De rubriek 'De jaren' verschijnt in 1999 wekelijks. In 52 weken tijd brengen wij een selectie van de opmerkelijkste boeken tussen 1945 en nu. 'De jaren' is afwisselend gewijd aan de Nederlandstalige en anderstalige letteren.

04 maart 1999© De Morgen 99
Redactie/TB.
In de trieste levensgang van het Belgische volksmeisje Ondine weerspiegelt zich alle ondeugd van een kapitalistische maatschappij. Dit thema wordt bovendien benadrukt in tussengelaste anekdotes en commentaren. Een gecompliceerd verhaal waarin de schrijver gestalte geeft aan zijn afschuw voor onze kwasi-christelijke samenleving. Achter alle rauwheid schuilt de deernis met de scherpgeobserveerde underdog. Eigenzinnig taaleigen; kleine letter. Deze editie is half zo dik als de 19e druk door de andere (witte) papiersoort.
© NBD Biblion
In zijn nawoord bij Mijn kleine oorlog stelde Boon-onderzoeker Kris Humbeeck dat het werk kon gezien worden als een soort proloog op De Kapellekensbaan. Het werk was inderdaad een breuk met de traditionele romanconceptie, waaraan ook Boon tot dan schatplichtig was geweest: weg auctorieel ik, weg romanstructuur.

Zoals bekend doet in De Kapellekensbaan een zeker Boontje het relaas van Ondine in 1800-en-zoveel, daarbij regelmatig bezoek en commentaar krijgend van zijn vrienden, de kantieke schoolmeester, mossieu colson van tminnesterie en Boons alter ego, de dagbladschrijver johan janssens, en nog enkele anderen. De dagbladschrijver kwakt in deze bak mortel daarenboven ook zijn versie van het reinaert-verhaal. Het wordt "een plas, een zee, een chaos", waar geen plaats meer is voor romantiek of idealisme.

In het nawoord van Kris Humbeeck en Bart Vanegeren wordt kort ingegaan op de receptie van het werk en de verschillende leeswijzen waaraan het boek in het verleden werd onderworpen. Zelf zien ze in deze 'illegale roman' een "eenmansguerrilla tegen een zichzelf overlevende, gevaarlijk-gekke burgerlijke orde". Ze wijzen erop dat Boon daarvoor op zoek gaat naar een andere schrijfwijze, een die zijn zelfopgelegde rol als 'seismograaf' recht aandoet. Zo kiest hij voor een open romanvorm, met een mijmerend 'ge'-personage dat zich beperkt tot registratie. Boons mening zelf is niet meer van belang. De schrijver wordt zo een soort analyticus op zoek naar het politiek onbewuste van zijn tijd. De roman een uitermate open structuur.

Op veel begrip kon deze vorm niet rekenen bij publicatie. Ook de verkoopcijfers van De Kapellekensbaan zijn aanvankelijk allerbelabberdst. Pas de -- uitgedunde -- paperbackversie begint aan een gestage opmars. Voor deze versie had Boon op verzoek van de uitgever 49 hoofdstukjes geschrapt wegens 'gedateerd' of 'autobiografisch'. De uitgave van 1979 herstelt het werk in ere. De voorliggende versie is een gecorrigeerde versie van de eerste druk uit 1953: er werd rekening gehouden met verspreide voorpublicaties en nog beschikbare delen van het manuscript. Een jubileumeditie naar aanleiding van de 50e verjaardag van het boek. [Kris Lauwerys]
Copyright (c) Vlabin-VBC20031231http://www.deleeswolf.be