Beschrijving

Recensie

Doorbreek het GLAZEN PLAFOND!

Maria Vlaar, 24 april 2015

Op 30 april wordt de Gouden Boekenuil toegekend, op 11 mei de Libris Literatuurprijs. Nog nooit ging de Gouden Boekenuil naar een vrouw; de Librisprijs slechts twee keer. Er is vandaag een Welle van jonge schrijfsters. Lukt het deze keer wel?

De jury van de Librisprijs 2015 heeft haar rapport aangegrepen om een State of the Union over het boekenvak te maken. De val van boekhandelketen Polare, de 'ontlezing' en de digitalisering worden aan de debetkant gezet; aan de creditkant zorgen meer mediabelangstelling, stabilisering van de boekhandel en een hernieuwde belangstelling voor het papieren boek voor het broodnodige evenwicht, aldus de jury. Misschien omdat een juryrapport toch eigenlijk over de stand van zaken in de literatuur moet gaan eindigt het met het inzicht dat de literaire oogst van 2014 wemelt van de 'jonge vrouwen die alle ramen en deuren opengooien en de wereld onverschrokken tegemoet treden'. De 'literaire toekomst van Nederland'(sic, hoewel ook Vlaamse auteurs naar de prijs meedingen, red.) zal 'vrouwelijk' zijn, meent de jury.

Een opmerkelijke conclusie die opzettelijk afstand neemt van de traditie van de Librisprijs. Want de prijs die dit jaar voor de 22ste keer wordt uitgereikt ging slechts twee keer naar een vrouw, niet bepaald jonge vrouwen die de ramen opengooien: in 1994 naar Frida Vogels (1930), en in 2008 naar D. Hooijer (1939). Beide auteurs zijn voor de fijnproevers - schitterend door hun eigenaardigheid. Dat juist zij de prijs wonnen, benadrukt alleen maar de grote vraag waarom publieksboeken van Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden, Arnon Grunberg en Tommy Wieringa de Librisprijs wonnen, maar nooit de net zo graag gelezen Doeschka Meijsing, Connie Palmen, Mensje van Keulen, Anna Enquist of Margriet de Moor.

Het is geen toeval hoor. Want als je naar de shortlists over de jaren heen kijkt, is het schrikken. Slechts 33 van de 132 genomineerde titels zijn geschreven door vrouwen. Dat is een ruime voorsprong voor de mannen, nog voordat de wedstrijd begonnen is. Margriet de Moor is de vaakst genomineerde vrouw (drie keer), gevolgd door Wanda Reisel en Marie Kessels (twee keer). Maar ook Esther Gerritsen, nu genomineerd met Roxy, stond al twee keer eerder op de shortlist. Alleen al om hun eigen juryrapport geloofwaardig te laten zijn, zou de jury dus moeten besluiten om haar dit jaar de Librisprijs te gunnen.Roxy is bovendien een ijzersterke roman vol verrassingen.Roxy is de naam van de kersverse weduwe van een succesvol tv-producer; een onalledaagse hoofdpersoon, alleen al omdat ze een ordinaire nouveau riche lijkt. Toen haar man werd aangereden bleek hij naakt te zijn, en in verstrengeling met zijn tevens naakte assistente. Roxy's wereld stort in: terwijl het verdriet toeslaat moet ze ook het beeld van haar huwelijk krachtig bijstellen. Haar intense rouw drijft haar tot bizarre acties - rouw blijkt een zeer krachtige life changer.

In omgekeerde volgorde

Ook in het stilistisch vernuftige Monte Carlo van Peter Terrin dat genomineerd is voor de Librisprijs, draait het om een trauma. In een dromerige en ongrijpbare sfeer vertelt Terrin in zijn novelle over Jack Preston, monteur bij de Formule 1 in Monte Carlo. Hij gooit zich tussen een ontploffende raceauto en filmster Deedee in, waardoor hij haar gezicht redt en zelf zijn rug, nek en achterhoofd verbrandt. Weer thuis wacht hij tevergeefs op haar dank. Terwijl Deedee publiekelijk aankondigt de rol van Emma Peel inDe wrekers te krijgen - het verhaal speelt zich af in de jaren 60 - en haar bodyguard de eer toegespeeld krijgt die Preston verdient, zien we de monteur zich tot een verbitterde stalker ontpoppen. Zijn moment of fame is hem fataal geworden.

Gustaaf Peek is met Godin, held wat mij betreft de beste uitdager van Esther Gerritsen. Het is al bijzonder dat een man zo goed kan schrijven hoe een vrouw seksualiteit beleeft. Maar Peek heeft ook een geweldige literaire vondst gedaan door zijn verhaal, over een onstuitbare en levenslange aantrekkingskracht tussen twee mensen die daarnaast een 'gewoon' leven met echtgenoten en gezinnen leiden, in omgekeerde volgorde te vertellen. Per hoofdstuk worden Tessa en Marius jonger en wordt de hunkering naar elkaar geloofwaardiger en van meer context voorzien. Tegelijk gaat het boek ook over verlies - aan toekomst, aan dromen, aan idealen - dat hoort bij ouder worden, en over de liefde als wanhoopsdaad tegen de dood.

Bloedserieus is Peek en zijn taal is poëtisch en gedragen, waar Gerritsen humoristischer is en in korte droge dialoogzinnen schrijft. Beiden hebben een vrouw van vlees en bloed geschapen die mij bij zal blijven.

Generatieverschil

Gerritsen (1972), Terrin (1968) en Peek (1975) zijn generatiegenoten, hebben al een mooi oeuvre op hun naam staan, en representeren de nieuwe generatie, die nu het literaire landschap vormgeeft. Ze torenen uit boven de twee éminences grises op de shortlist van de Librisprijs:Adriaan van Dis (1946) en Kees 't Hart (1944). Beiden werden eerder genomineerd en daarmee rekenen de uitgevers en boekhandelaren ze ongetwijfeld tot de favorieten. Van Dis' Ik kom terug is een heerlijk en humoristisch geschreven portret van zijn moeder en een zelfportret, een ontluisterend en ontroerend verslag van een aftakelingsproces, en tegelijk een monument voor een tragische vrouw. Kees 't Hart schrijft ook al zo lekker - het voordeel van de ervaring. Zijn Teatro Olimpico is een hilarisch verslag van een reis die twee Nederlandse theatermakers ondernemen naar Italië, waar ze zijn uitgenodigd hun toneelstuk over Rousseau te vertonen. Ze stuiten op probleem na probleem en blijven met de torenhoge rekening zitten. Het is een virtuoze satire op de kunstwereld - alleen al het voortdurende gevit op Beckett en alle theatermakers die zich hebben laten inspireren door Beckett is geestig, in al zijn kleinheid.

Des te grappiger is het dat de jongste genomineerde Niña Weijers (1987) achteraan in haar roman De consequenties nu juist Beckett dankt, 'voor de weerklank'. Ook haar boek speelt zich af in de kunstwereld, maar van ironie en satire is geen sprake. Dat is wellicht het grootste generatieverschil, goed te zien in beide shortlists: de jongste generatie schrijvers heeft de ironie afgeschud en het postmodernisme voorgoed uitgewuifd.

De outsider

Juist over ironie gaat een van de essays in Vechtmemoires, de essaybundel van Joost de Vries die genomineerd is voor de Gouden Boekenuil. Niet alle stukken in het boek ontstijgen hun oorspronkelijke aard van recensie of krantenstuk, maar het boek opent scherp met 'De kwestie ironie'. Ironie is een permanent 'doen alsof niet', een alles 'tussen haakjes' zetten, daarmee 'echte' ervaringen onbeduidend maken en ontkennen. Gevolg is dat de ironische mens zich aan niets werkelijk over kan geven. De bundel bevat ook diverse stukken over Angelsaksische cultuur en een aanstekelijk verslag van deelname aan een re-enacting van de Slag bij Waterloo.

Zoals de traditie het wil bij de Gouden Uil, is er een outsider:Mark Schaevers' Orgelman over de kunstenaar Felix Nussbaum, die een deel van zijn leven in België doorbracht, dicht bij zijn vriend James Ensor. Het is een biografie buiten categorie, omdat ze zo nadrukkelijk ook de zoektocht van Schaevers zelf beschrijft naar snippers kennis over de eerst vergeten en dan herontdekte Duitse Joodse schilder. Aan de hand van brieven, archieven, maar vooral zijn schilderijen - het boek is prachtig geïllustreerd - vertelt Schaevers Nussbaums tragische verhaal.

De Gouden Boekenuil heeft een hybride smaak voor ook andere genres dan de roman, terwijl het bestuur van de Librisprijs voorschrijft dat alleen romans in aanmerking komen.

Net als de Librisjury is de Gouden Boekenuil-jury strategisch te werk gegaan, door naast twee non-fictietitels ook een verhalenbundel op de shortlist te zetten, van Rob van Essen.Hier wonen ook mensen bevat perfecte verhalen, licht absurdistisch en vervreemdend. Het verhaal 'Het huis aan de Amstel' steekt met kop en schouders boven de andere uit en levert een beeld op dat altijd in mijn hoofd zal blijven: twee fietsers langs de rivier die zich zo synchroon bewegen dat het spinnenweb tussen hun fietsen intact blijft. De intensieve training die daaraan voorafgegaan is, inclusief spirituele lading, levert een grandioos verhaal op.

Oude man/jonge vrouw

'Terwijl jonge vrouwen ooit traditioneel het favoriete onderwerp vormden van ouder wordende kunstenaars, lijkt de blijmoedige conclusie gerechtvaardigd dat de rollen vandaag de dag omgekeerd zijn.' Het lijkt wel alsof de Gouden Boekenuil-jury gehoor geeft aan dit citaat uit het juryrapport van de Librisprijs door twee romans te nomineren die elkaars tegenpolen zijn: Jeroen Brouwers' Het hout enNiña Weijers' De consequenties.

Brouwers' roman gaat niet over een vrouw, wel een favoriet onderwerp in zijn rijke oeuvre, maar over de jonge broeder Bonaventura. In een stilistisch verbluffend verhaal stelt Brouwers het stelselmatige misbruik van jongens in de katholieke kerk aan de orde. Misbruik is een pervers uitvloeisel van de autoritaire en onderdrukkende orde die er heerst in de kerk, en zeker binnen de klooster- en internaatsmuren, toont hij aan. Bonaventura ziet het gebeuren en kan niet anders, vanwege zijn eigen zwaktes, dan gepijnigd wegkijken. Met de keuze voor zijn hoofdpersoon maakt Brouwers alle lezers en de hele maatschappij verantwoordelijk voor het misbruik, of in ieder geval voor het niet stoppen van het misbruik. Deeasy way out die Bonaventura kiest - hij valt voor een vrouwelijke boekhandelaar uit het dorp die hem ontmaagdt - knaagt aan het geweten van de lezer.

De consequenties heeft niet de stilistische perfectie van Brouwers, maar ja: zij is pas 28 en dit is haar debuut. Bovendien wil ze iets heel anders dan Brouwers. Haar roman doet denken aan de debuten van Oek de Jong, Frans Kellendonk en Doeschka Meijsing: de grote ernst, de intensiteit van de zoektocht naar de zin van het leven en het voortdurend denken over schijn en wezen: wie ben ik, wat is mijn opdracht? Hoofdpersoon is de jonge succesvolle kunstenares Minnie, die haar leven ziet als een permanente performance. Ze vraagt een fotograaf haar te stalken en vervreemdt daardoor steeds meer van haar eigen leven. Langzaam komt de lezer erachter wat dat leven inhoudt, hoe Minnie eigenlijk 'bedoeld' was en hoe ze net als eerder haar ongehuwde moeder de man die ze liefheeft en zichzelf verliest aan de kunst.

Doorbreek de traditie

Wie van deze auteurs moet nu een prijs krijgen? Het gaat niet alleen om literaire kwaliteit bij de jaarlijkse prijzenregens. 'Literaire kwaliteit' is nu eenmaal geen objectief criterium, maar stoelt op de subjectieve ervaring, smaak en belezenheid van de lezer. Vaak werkt het zo: bij elk jurylid prijkt een ander boek op de eerste plaats. Zo ontstaat een grote variatie op de shortlist. De winnaar wordt meestal het boek dat bij alle juryleden op nummer 2 staat. Dat hoeft niet perfect te zijn, maar roept toch bij iedereen sympathie en bewondering op.

Als de jury van de Gouden Boekenuil het advies van de Librisjury volgt, dan wint Niña Weijers. De Gouden Boekenuil is nooit eerder naar een vrouw gegaan. Ook op de shortlists zijn vrouwen met een lantaarntje te zoeken. Dat toeval noemen, twintig jaar lang, zou bespottelijk zijn. Weijers is niet de enige jonge vrouw met groot talent; met Naomi Rebekka Boekwijt, Maartje Wortel, Bregje Hofstede, Shira Keller, Hanna Bervoets, Nina Polak, Franca Treur, allemaal rond de dertig, is een nieuwe generatie opgestaan die het 'glazen plafond' in de literatuur hopelijk voorgoed doorbreekt.

Als Weijers ieders tweede keus is, wordt ze democratisch gezien de nummer 1. En Jeroen Brouwers met zijn magnifieke Het hout dan? Brouwers schreef het beste boek, maar ik roep de jury op te doen wat niemand verwacht. Doorbreek de traditie, stel een daad en geef de prijs aan Niña Weijers.

Lees alles over de Libris Literatuurprijs en de Gouden Boekenuil op www.standaard.be/shortlist

Maria Vlaar ■

24 april 2015© De Standaard 10

Wie vangt de Gouden Boekenuil?

Dirk Leyman, 29 april 2015

Volgt Joost de Vries zichzelf morgenavond in de Brusselse KVS op als laureaat van de Gouden Boekenuil? Mag de jarige Jeroen Brouwers zich kronen met een derde Uil? Of gaan biograaf Mark Schaevers of debutante Niña Weijers met de 25.000 euro lopen?

Jeroen Brouwers,Het hout (Atlas Contact)

Barok ronkend proza

Niet enkel qua vergaarde jubel steekt Jeroen Brouwers met kop en schouders boven zijn collega's uit. Ook de omvang van zijn doortimmerd rijke oeuvre én zijn leeftijd maken hem bijna incontournable voor een derde Gouden Uil. Met grote unanimiteit stortte de verzamelde kritiek vier of vijf sterren uit over zijn kostschoolroman Het hout. De felheid van deze uitmuntend gecomponeerde roman, waarin het sadisme en het seksueel misbruik door de gluiperige kloosterorde onder de mat worden geschoven, zindert lang na. De jury: "Nooit eerder diende zijn barok ronkende proza, dooraderd met onder meer de katholieke retoriek, beter het opzet van een roman."

Laudatio's, lauwerkransen en huldigingen: Brouwers heeft er de laatste weken karrenvrachten van ontvangen. Met de vingers in de neus is hij de meest logische en soevereine winnaar. Maar een aantal elementen zorgt voor obstakels. Gedoodverfde laureaten winnen zelden. En dat Brouwers zijn neus ophaalt voor het commerciële prijzencircus en steevast zijn kat stuurt, kan hem parten spelen. Een jury mag daar onder geen beding rekening mee houden, maar het speelt vast wel ergens in het achterhoofd. Zelfs als hij wint, neemt hij zijn telefoon niet op, zei hij in Humo, want bezig zijn 75ste verjaardag te vieren.

Bovendien bevat de jury een van zijn zwarte beesten. Tijdens zijn viering in de Bourla zaterdag jl. haalde hij aan het slot uit naar "haaibaai" Marja Pruis, die zijn vorige roman Bittere bloemen "oervervelend", "slaapverwekkend" en "onanistisch" vond en moest "kotsen" van het boek. Hij gaat er blindelings van uit dat zij hem de Boekenuil niet gunt.

Maar wacht even? Noemde Pruis Het hout in De Groene Amsterdammer dan toch niet "hemeltergend mooi"? Met Bart Vanegeren heeft Brouwers overigens een bewonderaar in de jury. Of gunt die zijn stem eerder aan collega Schaevers? Het wordt kantje boordje.

Rob van Essen, Hier wonen ook mensen (Atlas Contact)

Observator van het alledaagse

Slechts fervente volgers van de laaglandse letteren zijn vertrouwd met de naam Rob van Essen. Toch is de 52-jarige Van Essen een man van vele literaire fronten: schrijver van zes romans, korteverhalenschrijver, vertaler en recensent voor NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer.

In de onverhoeds genomineerde verhalenbundel Hier wonen ook mensen zijn de personages allemaal op zoek naar geluk, verlichting en verlossing. "In de vijftien thematisch verwante verhalen in deze bundel toont Rob van Essen zich een meesterlijke observator van het alledaagse en wat zich daaronder verschuilt", zo merkt de jury op. "Van Essens veelgeprezen laconieke stijl maakt deze verhalen een traktatie voor lezers die zich graag verbazen."

Toch is de bundel te wisselvallig om echt te overtuigen. Sommige verhalen laten amper een krasje op de ziel na, ondanks het ontegensprekelijke vakwerk en de grote herkenbaarheid. Andere zijn genadeloos goed getroffen, zoals 'Dat is wat ik je beloof' of 'Het huis aan de Amstel', over twee mannen die een spinnenweb tussen hun fietsen intact houden door voorzichtig evenwijdig te trappen.

Van Essen is een korteverhalenverteller met weinig woorden, geheel volgens de kaalschrijvende traditie die Nederland zo koestert. Onlangs kreeg hij al de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste verhalenbundel in de schoot. Maar een Gouden Boekenuil is te hoog gegrepen. De kansen van Van Essen lijken miniem, temeer omdat zijn nominatie het resultaat lijkt van een jurycompromis. Kwestie van meerdere genres op de shortlist vertegenwoordigd te zien. Maar had Peter Terrin met Monte Carlo - een lange novelle - hier niet beter staan blinken?

Mark Schaevers - Orgelman (De Bezige Bij)

Biograaf hors catégorie

Dat Mark Schaevers (°1956) een van onze begaafdste literaire journalisten is, weten we al langer via zijn Humo-werk en interviewbundels. Maar hij gooit ook hoge ogen als fijnzinnig en tijdperkgevoelig biograaf. In Orgelman reconstrueerde Schaevers met veel inzet het leven van de vergeten Joodse kunstenaar Felix Nussbaum (1904-1944). Het mondt uit in "een bevlogen reis langs het Europa van de eerste helft van de vorige eeuw".

De jury prees Schaevers als "een biograaf hors catégorie, die het alledaagse vermengt met het bijzondere en zo tot een uitzonderlijk en waarachtig tijdsdocument komt." Dertien jaar lang werkte Schaevers als "een avontuurlijke kamergeleerde" aan dit onder lof bedolven boek, Arnon Grunberg ontwaarde zelfs echo's van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano.

Schaevers, in een ver verleden mee aan de wieg van de Gouden Uil, behoort tot de redactie van medesponsor Humo, die met Bart Vanegeren ook een jurylid naar voren kan schuiven. Niet alleen daarom heeft hij goede papieren. Ook omdat het verlangen naar een Vlaamse winnaar in de wandelgangen luider klinkt. Tom Lanoye was in 2003 met Boze tongen de laatste. En mag de non-fictie ook eens aan het feest zijn?

Maar Schaevers kent het klappen van de zweep en blijft doodkalm. "Nu gaat het over de chemie van de affiniteiten van de juryleden. Die is zo onvoorspelbaar dat ik weet dat het dom is daarover na te denken. Dus doe ik het niet", zei hij over zijn kansen in Humo. Als de jury er niet uit raakt, heeft Schaevers het meest valabele profiel. Niemand misgunt hem de onderscheiding.

Niña Weijers,De consequenties (Atlas Contact)

Ideeënroman met envergure

Ooit overkwam het Connie Palmen (De wetten) en Franca Treur (Dorsvloer vol confetti). Nu staat de 27-jarige Nederlandse debutante Niña Weijers in het brandpunt van een hype. De voormalige winnares van een Write Now-concours blijft er bloednuchter onder. Met De consequenties schreef ze een ideeënroman met envergure, waarin de theorietjes en filosofietjes over kunst, identiteit en literatuur in een fors tempo voorbijschuiven.

Het fascinerende hoofdpersonage, de performancekunstenares Minnie Panis, maakt van de werkelijkheid een gevaarlijk laboratorium. De plot mag dan af en toe over the top zijn, je blijft doorlezen in dit gepast ambitieuze debuut.

De nominatie van Weijers en De Vries zijn tekens aan de wand, legde juryvoorzitster Fried'l Lesage in deze krant al uit: "Die hele groep jonge auteurs bezit verrassende pennen. Dat zie ik momenteel niet in Vlaanderen gebeuren, wij hinken wat achterop. En zo is deze shortlist ook een vingerwijzing naar de gevestigde waarden. De rode loper wordt voor hen niet zomaar uitgerold."

Bij de Gouden Boekenuil heeft het jongere grut wel vaker een streepje voor. Winnaars als Robert Vuijsje (2009), David Pefko (2012) en Joost de Vries (2014) sneden de voorbije jaren de grote bonzen de pas af. Met Weijers zou de jury een dubbelslag slaan: een jonge, frisse én bovendien vrouwelijke auteur. Er wordt immers gejeremieerd dat de Gouden Boekenuil schrijfsters systematisch over het hoofd ziet, met Elsbeth Etty met haar Henriëtte Roland-Holst-biografie als enige vrouwelijke laureate in 1997. Enfin, als Weijers - al bekroond met de Anton Wachterprijs - hier de mist ingaat, krijgt ze op 11 mei nog een kans bij de Libris Literatuurprijs.

Joost de Vries - Vechtmemoires (Prometheus)

Heroïsche essayistiek

Met zijn complexe roman De republiek schreef de 32-jarige Joost de Vries vorig jaar verrassend de Gouden Boekenuil op zijn naam. Dat hij nu met zijn essaybundel Vechtmemoires opnieuw op het appel is, wekt verbazing.

In de schrandere essays peilt de bolleboos de (literaire) cultuur van de 21ste eeuw. Maar een prijsboek zie je er niet meteen in. "Hij is een jonge schrijver met een oude ziel", vindt de jury. "Iemand die zich onderdompelt in de oude en nieuwe meesters van zijn tijd en niet bang is zich met hen te meten. De Vries laat zien waartoe ware toewijding kan leiden: heroïsche essayistiek."

De persoonlijke inzet ontbreekt niet in deze op Angelsaksische leest geschoeide stukken met 'authenticiteit' als rode draad. Ze zijn geschreven met een vanzelfsprekende, nergens opdringerige eruditie, soepel schakelend tussen hoge en lage cultuur. Het gaat van Tiger Woods en Henry Kissinger tot Tommy Wieringa of van Arnon Grunberg tot seks en ironie bij de nieuwe Nederlands schrijversgeneratie. Het tijdschrift Tzum serveerde de essays af als "losse flodders": "Ieder essay afzonderlijk roept zoveel vragen en tegenwerpingen op dat er geen enkele diepgang te vinden is." Een tweede opeenvolgende Boekenuil-bekroning zou een primeur zijn, maar ook wel bijzonder gevleid. Al valt aan te nemen dat hij minstens twee jurystemmen aan zijn kant heeft. De Standaard-recensente Vicky Vanhoutte prees zijn boek vier sterren hoog en Marja Pruis breekt vast ook een lans voor haar collega-sterredacteur. Of dat volstaat? Twijfelachtig.

DIRK LEYMAN ■

29 april 2015© De Morgen 26
Anne Schulte Nordholt
Felix Nussbaum (1904-1944) is een lang vergeten en nu herontdekte schilder. Als Duitse jood bracht hij de jaren ‘30 door in ballingschap, meest in Oostende. Daar maakte hij zijn licht bizarre, fantasievolle schilderijen in een geheel eigen, herkenbare stijl, die het midden houdt tussen expressionisme en magisch realisme. Aanvankelijk zijn dat vaak landschappen, maar steeds meer worden het onheilspellende taferelen met een bittere symboliek. Na de oorlog, die hij niet overleefde, verdween zijn werk in de vergetelheid tot het rond 2000 werd herontdekt. Mark Schaevers schrijft een fascinerende biografie over het leven en de herontdekking van deze “zwervende orgelman” die nu als een van de belangrijkste Duitse joodse schilders beschouwd wordt. Het boek is geïllustreerd met foto’s en kleurenafbeeldingen van een deel van zijn schilderijen.
© NBD Biblion