Beschrijving

Recensie

In de bajes dichtte hij, zonder verbittering

Janita Monna, 20 oktober 2018

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Een groepje Turks-Nederlandse dichters, politici en journalisten koos een jaar of wat geleden 'Een leven' tot mooiste Turkse gedicht allertijden. Niet vreemd, want dat gedicht van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963) is een viering van het leven. Het grootse devies 'pluk de dag' wordt er in een bijna kinderlijk eenvoudige taal tot alledaagse proporties teruggebracht: "Leven is geen grapje, / je moet in grote ernst leven, / zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje, / dus zonder daarbuiten of daarna iets extra's te verwachten"

Dat eekhoorntje, die concrete, breekbare en daardoor ontroerende woorden maken het gedicht zó universeel dat het behalve in het rijtje 'mooiste Turkse gedichten' ook moeiteloos in het rijtje mooiste wereldgedichten past.

Maar al geldt Nâzım Hikmet als een grootheid in de Turkse (en internationale) poëzie, bij velen zal zijn naam slechts tot schouderophalen leiden.

De dichter die zonder spoor van verbittering schreef "Leven als een boom, alleen / en vrij / en als een bos in broederschap", had een weinig alledaags leven: hij raakte, als zoon van een gegoede familie, in zijn jonge jaren onder de indruk van het communisme. Reisde naar Moskou, studeerde er aan de Communistische Oosterse Arbeidersuniversiteit, en kwam er in aanraking met het werk van de Russische modernisten. Hij bewonderde Majakovski.

Behalve kunst, was poëzie voor Hikmet ook een manier om een boodschap over te brengen. Zijn communistische sympathieën kostten hem bij terugkeer in Turkije uiteindelijk zijn vrijheid en veel van zijn werk is in gevangenschap geschreven. Ook 'Het epos van sjeik Bedreddin', waarvan onlangs een nieuwe uitgave verscheen, in vertaling van Sytske Sötemann, een tweetalige editie waarin ook het Turkse origineel is opgenomen.

Het is een raamvertelling in poëzie en proza, vol parallellen tussen het veertiende eeuwse Turkije en dat van rond 1936. Het verhaal begint als het donker is. De verteller zit in zijn cel en leest een boek over het leven van sjeik Bedreddin, een islamgeleerde die pleitte voor een minder orthodoxe variant van de islam, die voorstander was van collectief bezit en strijd voerde met de sultan.

Werkelijkheid en droom vervlechten zich als een witte schim aan het getraliede raam de verteller uitnodigt om met hem mee te gaan. Die wordt zo ooggetuige van Bedreddins leven, ziet hoe de sjeik en zijn volgelingen uiteindelijk verraden worden en vermoord.

Het is een verhaal vol gruwelijkheden, maar in Hikmets taal valt vooral de lichtheid op. De ritmische regels zingen, ook in vertaling.

Scherpt tekent Hikmet de lawaaiige, beklemmende gevangenissfeer; krachtig schetst hij sociale tegenstellingen, en de arme, dorre streek waar het verhaal zich afspeelt: "En op het meer drijft / een losgeraakt leeg vissersscheepje/ als een dood vogeltje / op het water."

Het verleden is een spiegel voor het heden in dit epos dat door zijn eenvoud overrompelt.

Vert. Sytske Sötemann Jurgen Maas; 122 blz. € 18,99.

20 oktober 2018© Trouw82