Beschrijving

Daar heb je Anton

Boek
Nederlands
Uitgegeven
door Gottmer in
Onderdelen
  • 1. Anton en de meisjes / Ole Könnecke
  • 2. Anton en het grote gevecht / Ole Könnecke
  • 3. Anton kan toveren / Ole Könnecke
  • en meer...
Samenvatting
Anton is een kleine jongen met een rijke fantasie. Samen met zijn vriend Lukas en ‘de meisjes’ beleeft hij telkens nieuwe avonturen. In dit boek werden drie bestaande en twee nieuwe verhalen gebundeld.

Onderdelen

1. Anton en de meisjesOle KönneckeMeer informatie
2. Anton en het grote gevechtOle KönneckeMeer informatie
3. Anton kan toverenOle KönneckeMeer informatie
4. Anton en de spelbrekersOle KönneckeMeer informatie
5. Anton en de blaadjesOle KönneckeMeer informatie

Recensie

Daar heb je Anton

Natalie Sas, 22 januari 2015
Heuglijk nieuws voor alle Anton-fans! 'Daar heb je Anton' is een superdikke bundel van maar liefst vijf Anton-verhalen. Drie bestaande verhalen ('Anton en de meisjes', 'Anton kan toveren' en 'Anton en de blaadjes') worden aangevuld met twee nieuwe avonturen: 'Anton en het grote gevecht' en 'Anton en de spelbrekers'.
De twee nieuwe verhalen in deze bundel gaan over die typische koppigheid die zo kenmerkend is voor het doelpubliek van deze boeken, de drie- tot zesjarigen. In 'Anton en het grote gevecht' scheppen Anton en zijn vriendje Lukas tegen elkaar op, zoals alleen kleuters dat kunnen. Ze overtroeven elkaar in alles … tot er opeens een hondje op het toneel verschijnt. Dan zingen ze wel een toontje lager. Of toch niet?
'Anton en de spelbrekers' gaat ook over kleuterruzies. Een voor één doen Anton, Lukas, Gina en Lina niet meer mee met het spel en gaan ze ‘dood’ op de grond liggen. Een leger mieren komt dit plan verstoren. Gelukkig eindigt het verhaal, zoals wel vaker bij Anton, met limonade en koek.
Al wie het mooie figuurtje Anton nog niet kende, zal na dit boek helemaal verkocht zijn. Zoals steeds houdt Ole Könnecke het vol om met weinig woorden en karige penstreken heel veel te zeggen. Eenvoud siert en dat heeft deze auteur en illustrator zeer goed begrepen. (En ook vertaler Edward van de Vendel trouwens!) Door zijn kenmerkende stijl wordt de aandacht van het kind naar de essentie geleid. Voeg hierbij nog humor, herhalingen, terugkerende personages en herkenbare emoties en je hebt topvoorleesvoer.
22 januari 2015© Pluizer168http://www.pluizer.be
Ingeborg Hendriks
Bundel met vijf verhalen over Anton, waarvan drie eerder ook afzonderlijk als prentenboek zijn verschenen. 'Anton kan toveren'* was prentenboek van het jaar 2009 en werd geroemd om zijn kracht en eenvoud. Ook de andere verhalen hebben deze kwaliteit. Met weinig woorden en eenvoudige tekeningen in een beperkt aantal mooie, rustige kleuren wordt de wereld opgeroepen van een 'grote kleine' jongen. 'Indruk willen maken' en 'erbij willen horen' zijn steeds terugkerende thema's. De verhalen zijn even grappig als ontroerend. Vierkante, fraai verzorgde uitgave op crèmekleurig, mat papier, in iets kleiner formaat dan de oorspronkelijke prentenboeken. Vanaf ca. 4 jaar.
© NBD Biblion
Anton is voor mij nu al een klassieker, al verscheen het eerste prentenboek over hem pas in 2004. De boeken van Ole Könnecke illustreren wat literaire prentenboeken te bieden hebben: de wonderlijke diepgang van verhelderende eenvoud. Dat maakt deze boeken tot grootse kunst voor jong en oud.
Deze verzorgd uitgegeven bundel bevat vijf verhalen over Anton, waarvan er twee niet eerder zijn verschenen. Het boek opent met 'Anton en de meisjes', dat ook chronologisch het eerste deel uit de reeks is. Zoals elk deel begint het verhaal met de titelzin 'Daar heb je Anton', die meteen de jonge held neerzet zoals hij is, een bijzondere kleuter en het centrum van zijn wereld, zoals dat bij alle kleuters het geval is. ‘Anton is geweldig’, zo lees je, en dat zie je ook aan zijn houding en zijn blik op de prent. Hij heeft een emmer, een schep en een auto, ‘maar de meisjes kijken niet eens’. Die zin dwingt je de vorige prenten te interpreteren: wat Anton doet, doet hij niet zomaar, hij wil indruk maken. Als dat niet lukt, bouwt hij het grootste huis van de wereld… en valt. Als hij begint te huilen, zien de meisjes hem plotseling wel en mag hij meespelen. Anton is blij, maar dan komt Lukas… En meteen word je geprikkeld om zelf aan te vullen. Op de prent kun je zien hoe Lukas zijn hoed, schep, emmer en auto veel groter zijn dan die van Anton. Antons angstige gezicht en beschermende houding spreken boekdelen. Dat is precies wat Könnecke doet: in één beeld roept hij een hele wereld van gevoelens op, herkenbaar voor kinderen en amusant voor volwassenen.
'Anton en het grote gevecht' is nieuw. In dit verhaal proberen Anton en Lukas elkaar te overtroeven. Wat ze zeggen, wordt steeds straffer. Hun wilde fantasieën worden voor de (volwassen) kijker als fantasie verbeeld door ze overdreven en in één kleur te tekenen, als een soort droombeelden. Ze zullen elkaar verpletteren, maar dan is daar plots de ‘grote hond’. Op de prent ziet die er heel klein uit, een voorbeeld van de visuele ironie die Könnecke geregeld gebruikt. Anton en Lukas vluchten in een boom, maar zelfs daar blijven ze opscheppen… tot ze uiteindelijk samen naar huis rennen, met het hondje achter hen aan.
Het derde verhaal, 'Anton kan toveren', werd in 2009 door een jury Nederlandse jeugdbibliothecarissen tot Prentenboek van het Jaar uitgeroepen. Net als de magiër op de affiche heeft Anton een tulband, al is die wel een maatje te groot. Telkens als hij bezwerend zijn handen ophoudt om iets of iemand weg te toveren, zakt de tulband over zijn ogen. En jawel, weg zijn de vogel en Lukas. Voor Anton toch, en opnieuw weet de kijker beter. Als de meisjes erbij komen, speelt de vogel nog een heel bijzondere rol, waardoor Anton opnieuw ‘geweldig’ wordt.
In Anton en de spelbrekers, het tweede nieuwe verhaal in de bundel, staat iets meer tekst. Als hij niet mag meespelen met Lukas, Gina en Nina, gaat Anton weg om nooit meer terug te komen. Want dan is hij namelijk dood. In verschillende kleine prenten zie je hem liggen, vol boze gedachten. Dat dood niet echt dood is, wat Anton ook beweert, weet de kijker natuurlijk en dat zorgt opnieuw voor die speciale combinatie van spanning en humor. Die combinatie wordt steeds sterker wanneer ook de anderen zo boos worden dat ze mee doodgaan. Op de prenten zie je ze naast elkaar op de grond liggen, een bijzonder sprekend beeld. Uiteindelijk komt de grote verzoening, met limonade en koek.
Koek en limonade zijn er ook op het eind van Anton en de blaadjes, voor de volwassen lezer misschien wel het grappigste verhaal. Wanneer Anton alle blaadjes op een hoop heeft geharkt, valt er nog eentje omlaag. Anton wil het pakken, maar dan waait de wind het weg. Meteen zet hij de achtervolging in en al snel wordt hij geholpen door zijn vriendjes. Als ze het blaadje bijna hebben, is daar de berg blaadjes die Anton bijeenharkte. De blaadjes dwarrelen in het rond, maar de vier kinderen hebben wel elk ‘hun’ blaadje gepakt. De kleine lezers zullen zich ongetwijfeld herkennen in het spel van Anton en zijn vriendjes, de volwassenen kunnen glimlachen met de kinderlogica, die zich niets aantrekt van de volwassen manier van denken, met prioriteiten en afwegingen.
Behalve het bijzondere gebruik van ironie en de sterke inleving in de kleuterlogica, maakt ook de naïeve tekenstijl deze prentenboeken voor jong en oud aantrekkelijk. De tekeningen zijn minimalistisch, waardoor alle aandacht gaat naar de expressies van de personages. Die zet Könnecke verbazend knap weer met een paar lijnen. De achtergrond is meestal wit en figuren en voorwerpen zijn ingekleurd in effen vlakken met sobere tinten. De kleuren zijn aangepast aan de sfeer en de seizoenen, met bijvoorbeeld veel oker en bruin in de herfst en oranje en geel in de zomer. De licht karikaturale stripstijl doet denken aan die van Sempé in die andere beroemde klassieke reeks, Le Petit Nicolas. Zoals de kleine Nicolaas kun je Anton alleen maar nog een heel lang leven toewensen. [Jan Van Coillie]
Copyright (c) Vlabin-VBC20130531http://www.deleeswelp.be