Beschrijving

Life of Pi

Boek
Engels
Uitgegeven
door Canongate in
Samenvatting
Na een schipbreuk belandt een Indiaas jongetje in een reddingsboot samen met een Bengaalse tijger.

Recensie

Redactie
Het Indiase jongetje Pi brengt veel tijd door in de dierentuin van zijn vader. Behalve een grote liefde voor dieren ontwikkelt Pi, tot verbijstering van zijn moderne ouders, ook een grote liefde voor religies, hij bezoekt beurtelings de moskee, de kerk en de tempel. Midden jaren zeventig besluit het gezin naar Canada te emigreren en scheept zich in op een vrachtschip met een aantal van de dieren die aan Amerikaanse dierentuinen zijn verkocht. Het schip vergaat en Pi belandt in een reddingsboot met een hyena, een zebra, een orang-oetan en met Richard Parker, een Bengaalse tijger. Pi en Richard Parker blijven over en zeven maanden overleven ze samen op zee. Worstel je even door het begin heen en je komt terecht in een heel bijzonder en sprookjesachtig juweel van een verhaal, origineel, goed geschreven, met humor en bijzonder veel fantasie, met een onverwachte kijk op religie, dierentuindieren, waarheid en verzinsel. Zeer de moeite waard, dit verhaal over de merkwaardigste schipbreuk ooit. De Canadese auteur (1963) won met deze roman de Booker Prize 2002 en de Hugh MacLennan Prize for Fiction. Werd in 2012 verfilmd en won vier Oscars.
© NBD Biblion
De Britse Booker Prize heeft een woelig jaar achter de rug. Om deze prestigieuze literaire bekroning in stand te houden, werd de Britse financiële groep Man aangetrokken als sponsor voor vijf jaar. In die periode zal de prijs officieel de Man Booker Prize heten. De greep van de sponsor is blijkbaar groot genoeg om, naast de traditionele mededingers uit de Commonwealth, ook Amerikaanse auteurs te laten deelnemen. Hevig protest heeft een dreigende hegemonie van de Verenigde Staten voorlopig afgewend. De uiteindelijke shortlist van 2002 (o.m. John Banville, William Boyd, Michael Frayn en Will Self kwamen niet verder dan de longlist) benadrukt in ieder geval het internationale karakter van de Booker Prize. Behalve voor de Engelse Sarah Waters (Fingersmith), waren er nominaties voor de Ierse Brit William Trevor (The story of Lucy Gault), de Australiër Tim Winton (Dirt Music) en de Canadezen Yann Martel (Life of Pi), Rohinton Mistry (Family matters) en Carol Shields (Unless). Zij het dat de laatste twee van respectievelijk Indische en Amerikaanse afkomst zijn. Canada domineerde duidelijk deze shortlist en leverde ook de uiteindelijk winnaar: Yann Martel met Life of Pi. Dat de jury expliciet voor verhalend talent in plaats van literair experiment koos, werd bevestigd door het gelijkluidende verdict van de People's Booker, de publieksprijs. Toch heeft de geloofwaardigheid van de Man Booker Prize alvast een stevige deuk gekregen. Het voortijdig lekken van de winnaar op het internet bestrijden met het argument dat de winnaar nog niet geselecteerd was, zal niet licht vergeten worden. Minst van al door de bookmakers, die daardoor de weddenschappen moesten opschorten. William Trevor stond namelijk het hoogst genoteerd voor het lek de kaarten herschikte.

Intussen zijn we het gewoon dat de genomineerden van de Booker Prize al vertaald werden voor de uitreiking of prompt erna. Dit jaar komt de vertaalmolen echter langzaam op gang. Enkele maanden na datum moeten we het voorlopig met Vingervlug van Sarah Waters stellen; Het leven van Pi van Yann Martel, Familiekwesties van Rohinton Mistry en Het verhaal van Lucy Gault van William Trevor zijn aangekondigd voor dit voorjaar. Maar als de vertaling van een nominatie meer dan een jaar op zich laat wachten, kan dat voor totale verwarring zorgen. Zo blokletterde de 'Financieel Economische Tijd' ('Tijd Cultuur', 22/01/2003) dat een teleurstellende Yann Martel zelfs de gedoodverfde favoriet Ian McEwan met Atonement (Li 2001, p. 706) achter zich liet. De vertaling, Boetekleed, mag dan pas recent verschenen zijn, Atonement moest al in 2001 de duimen leggen voor Peter Carey's The true history of the Kelly gang. Toch zit er een vorm van waarheid in deze vergissing: Niet altijd het beste boek wint en een nominatie van vorig jaar kan beter zijn dan de winnaar van dit jaar.

Door de band genomen zijn de Whitbread Awards een stuk interessanter dan de op internationale prestige georiënteerde Booker Prize omdat ze beter de diverse ontwikkelingen binnen de Britse literatuur tot hun recht laten komen. De berichtgeving werd dit jaar echter volledig beheerst door het feit dat voor de eerste keer twee echtlieden op de shortlists voorkwamen: Michael Frayn in de categorie 'Novel' en Claire Tomalin in de categorie 'Biography'. De spanning nam toe naarmate beiden in hun categorie tot winnaar werden uitgeroepen -- urenlang hielden ze het goede nieuws voor elkaar verborgen, bang dat de ander naast de prijzen greep --; want voor de Whitbread Book of the Year kan er slechts één winnaar zijn. Voor de Whitbread Novel Award was Michael Frayn met Spies, Justin Cartwright White lightning), Tim Lott (Rumours of the hurricane -- Li 2002, p. 538) en William Trevor (The story of Lucy Gault) te snel af. Claire Tomalin verwees met Samuel Pepys, the unequalled self biografen als Miranda Carter, Brenda Maddox en Ysenda Maxtone naar het achterplan. Verder schakelde Norman Lebrecht met zijn debuutroman Song of names de directe concurrentie voor de Whitbread First Novel Award uit: Neil Astley (The end of my tether), Tariq Goddard (Homage to a firing squad) en de veelbelovende Hari Kunzru (The impressionist (vert. De poseur -- Li 2002, p. 444). Overige winnaars zijn Paul Farley (The ice age) in de categorie 'Poetry' en Hilary McKay (Saffy's angel) voor de Whitbread Children's Book Award. In totaal vijf mededingers voor de Whitbread Book of the Year Award, die uiteindelijk ging naar favoriet Claire Tomalin. Frayn had eerder gezegd: "I'd be delighted if Claire wins. It's a wonderful book -- though I'd feel a slight pang, of course."

Claire Tomalin (geb. 1933) heeft met o.m. The life and death of Mary Wollstonecraft (1974) en The invisible woman, the story of Nelly Ternan and Charles Dickens (1990) haar faam opgebouwd voor kwalitatief hoogstaande biografieën die (vergeten) vrouwen weer zichtbaar maken met aandacht voor de specifiek vrouwelijke leefwereld en de politieke en sociale gevolgen van het vrouw zijn. Tot haar voorlaatste biografie, Jane Austen, a life (1997) borduurde ze voort op dit patroon. Meteen vielen de speculatieve veronderstellingen op waarmee Tomalin het leven van Austen stoffeert. Toch paart ze verregaande wetenschappelijkheid, met zorgvuldig onderbouwde noten, aan een aantrekkelijk en boeiend opgebouwd relaas. Tomalin ziet zichzelf niet als een literaire biograaf, maar "als iemand die een anker in het verleden uitwerpt, een historicus die zoekt naar nieuwe invalshoeken". Met haar laatste project, Samuel Pepys, the unequalled self verlaat ze dan wel het vrouwelijke spoor, maar haar aanpak blijft onveranderd. Dankzij zijn dagboeken is er bijzonder veel informatie over Pepys' private en openbare leven overgeleverd uit de periode januari 1660 tot mei 1669. Maar wat er voor en na die kleine tien jaar kwam, moest Tomalin vaak met indirecte informatie reconstrueren. Zo brengt ze niet enkel een beklijvend portret van deze pionier van de Engelstalige dagboekcultuur, maar schetst tevens een indringend beeld van 17e eeuw. Een dubbelwerking die ook in Pepys' dagboeken vervat zit.

Maar de Whitbread Awards omvatten natuurlijk meer dan de Book of the Year Award. Met The song of names wist de 54-jarige Norman Lebrecht (geb. 1948) het traditioneel jonge groepje van debuterende romanschrijvers een neus te zetten. Maar een debutant is hij allerminst, met een tiental non-fictie boeken over (klassieke) muziek op zijn palmares. Daarbij heeft hij, vanuit het oogpunt van de sociale en culturele geschiedenis, sterke biografische en anekdotische elementen geïntroduceerd. Die bagage heeft zich nu vertaald naar The song of names. Geen hype maar een langzaam gerijpte roman over twee jongens, Martin en de getalenteerde Poolse vioolspeler Dovidl, die tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeien in Londen. Op het moment van zijn internationale doorbraak verdwijnt Dovidl plots. Een mysterie waaronder Martin tientallen jaren gebukt gaat, tot hij een verrassende ontdekking doet.

Michael Frayn (geb. 1933) heeft er al een lange carrière opzitten als vertaler, roman- en toneelschrijver, scenarist en columnist. Met zijn eerste twee romans The tin men en The Russian interpreter won hij respectievelijk de Somerset Maugham Award (1966) en de Hawthornden Prize (1967). Gaandeweg werd vooral zijn werk als toneelschrijver en scenarist bekroond, maar sinds de jaren '90 komt zijn werk als romanschrijver weer sterker in de belangstelling, wat hem uiteindelijk een Booker Prize nominatie voor Headlong (vert. Pretmakers in een berglandschap -- Li 1999, p. 712) opleverde. Nu staat hij sterker dan ooit met de Whitbread Novel Award voor Spies. Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeien Stephen en Keith op in de Londense buitenwijken. Vanuit een bomkrater observeren ze hun omgeving en formuleren de wildste theorieën. Op een dag groeit bij Keith de overtuiging dat zijn moeder een Duitste spion is. Het onderzoek roept meer vragen dan antwoorden op en eens te meer weet Frayn zijn lezers op het verkeerde been te zetten.

Justin Cartwright (geb 1923) slaagde er niet in een tweede Whitbread Novel Award in de wacht te slepen na Leading the cheers in 1998. Een tweede succes na de Booker Prize nominatie voor In every face I meet (1995). In White lightning keert David Kronk na tientallen jaren afwezigheid terug naar Zuid-Afrika wanneer zijn moeder op sterven ligt. Hij wil er een nieuw leven starten, maar slaagt er niet in zijn draai te vinden. Zo wordt Zuid-Afrika een platform om na te denken over zijn leven in Engeland en de Engelse cultuur op de korrel te nemen. White lightning moet het wel meer hebben van het voortschrijdende leesplezier dan van een afgeronde beeldvorming.

William Trevor (geb. 1928) mag dan al een viertal keer naast de Booker Prize gegrepen hebben, de Whitbread Novel Award kon hij al drie maal op zijn naam schrijven met The children of Dynmouth (1976), Fools of fortune (1983) en Felicia's journey (1994), waarmee hij tevens de Whitbread Book of the Year binnen haalde. The story of Lucy Gault opent in het Ierse County Cork anno 1921, wanneer de negenjarige Lucy van huis wegloopt omdat haar ouders naar Engeland willen verhuizen. Haar kleren worden aan zee teruggevonden en Lucy's ouders, rouwend om de dood van hun enige kind, vertrekken voorgoed naar het buitenland. Maar Lucy leeft nog en groeit verscheurd op in het ouderlijke huis. Eens te meer spreidt Trevor William zijn stilistisch superioriteit ten toon in een verhaal dat de lezer helemaal opslorpt. Dit boek verschijnt binnenkort in vertaling omdat het ook genomineerd was voor de Booker Prize. Voor de vertalingen van de winnaars van de Whitbread Awards zullen we waarschijnlijk een aantal jaren geduld moeten oefenen. [Kris van Zeghbroeck]
Copyright (c) Vlabin-VBC20031231http://www.deleeswolf.be